De Renault was dan ook vooral een “democratische winnaar”, zo omschreven we diens verkiezing destijds. Ter illustratie: het verschil tussen de nummers 1 en 7 waren dat jaar kleiner dan dat tussen de winnaar en de nummer 2 in de verkiezing in 2005.
De Renault Clio had echter wel degelijk zo zijn kwaliteiten. Allereerst was het een ruimte auto, niet in de laatste plaats te danken aan de forse wielbasis. Die was met 2,57 meter namelijk praktisch even lang als die van een Golf. Ook de bagageruimte was mocht er zijn. Voorin had de bestuurder uitzicht op een bijzonder volwassen dashboard, dat qua afwerking en materiaalgebruik op een hoog niveau stond. Daarnaast was de ruimte beleving voorin “groots voor deze klasse”.
Punten van kritiek waren er ook. De vormgeving was niet bepaald spannend te noemen; de Clio was eerder een “keurig” vormgegeven, waardoor de auto wat anoniem door het leven ging. Grotere bezwaren hadden we tegen de besturing, vanwege de “kunstmatig aanvoelende elektrische stuurbekrachtiging”. Gelukkig werd dat minpunt ruimschoots goedgemaakt door de toevoeging van de waanzinnige RS-modellen aan de reeks, die nog altijd de maatstaaf in hun klasse zijn. De gewone Clio daarentegen was “betrouwbaar vervoer voor alledag”, en daar moest de auto het mee doen. Nee, de verkiezing Auto van het Jaar 2006, was geen gelukkige. Toch kan een uitverkiezing, gezien het stemgedrag van de juryleden, nauwelijks onverdiend genoemd worden, waardoor op de achterruit van de Renault Clio fier het logo van de verkiezing Auto van het Jaar pronkte.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer