Technisch was het echter een interessante auto, vooral wat de veiligheidsaspecten betrof. Ford blies hoog van de toren met de standaard airbag. Daar stond tegenover dat het ABS-systeem, nota bene hetgeen Ford standaard op de Scorpio (Auto van het Jaar 1986) leverde, naar de optielijst gedegradeerd was. Het pronkstuk was een bijzondere, elektronisch gestuurde vierwielaandrijving. Het bestond niet uit sperren of viscokoppelingen, maar uit een tractiecontrole dat de koppelverdeling over de vier aangedreven wielen bepaalde.
Ook in de ontwikkeling van het onderstel was veel energie gestoken. Met name de achterwielophanging, dat bestond uit een onafhankelijk systeem met vier draagarmen, een fraai staaltje. Een dikke stabilisatorstang moest zorgen voor het intomen van ongewenste carrosseriebewegingen.
Het sterkste punt van de nieuwe Mondeo was diens wegligging. “De Mondeo zoeft als een trein over een bochtig wegdek”. Desondanks combineerde de auto die koersvastheid aan een lekker comfort. Daar droegen ook de stoelen aan bij, die veel sten boden. De verstelbaarheid maakte dat de zitpositie voorin “misschien wel de beste van zijn klasse” was. De bestuurder werd tevens verwend door luxe, want de uitrusting was compleet te noemen. De conclusie was dan ook dat Ford de toekomst met de Mondeo met vertrouwen tegemoet kon zien. Het was “gewoon een goeie auto”. Die conclusie werd gedeeld door de juryleden, die concludeerde dat het een “degelijke en technische beslist zeer doorwrochte auto” was. De Mondeo was niet de meest in de oogspringende middenklasser, maar wel een die “qua rijeigenschappen beslist als een ‘topper’ mag worden gekwalificeerd”.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer