"We willen MultiAir als product verkopen aan andere autoproducenten," legt Massimo Fulfaro, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het product, in Autovisie uit. "Het kost ons ongeveer achttien maanden om een bestaande motor aan te passen voor MultiAir."
Binnen het eigen concern komt de techniek op motoren voor Fiat, Lancia en Alfa Romeo, zoals de Grande Punto, Bravo, Delta en MiTo. Laatstgenoemde bijt over enkele maanden het spits af.
TECHNISCH HOOGSTANDJE
Fiats Multiair Technology werkt elektrohydraulisch en deels ook nog mechanisch. Een hefboom (bediend door een extra nok op de uitlaatnokkenas) staat in verbinding met een zuigertje dat al dan niet druk opbouwt in een hydraulische kamer. Die kamer is voorzien van een elektromagnetisch klepje. Wanneer dat klepje dichtstaat wordt er hydraulische druk uitgeoefend op de inlaatkleppen en wordt het inlaatklepliftschema gewoon gevolgd. Door het klepje te openen valt de druk weg en blijft de klep dicht. Dat alles wordt elektronisch geregeld, waarbij alle mogelijke tussenvormen mogelijk zijn en er een geheel variabele klepopening onder alle omstandigheden ontstaat. De mate van klepopening bepaalt de hoeveelheid lucht die in de cilinders wordt toegelaten, zodat de gasklep kan vervallen en er dus bij deellast geen onderdruk meer heerst in het inlaatspruitstuk, oorzaak van genoemde ’pompverliezen’.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer