Verkeerspsycholoog bij Centraal Beheer Achmea, promoveerde ooit op het
rijgedrag van automobilisten. Hij ontdekte waarom welwillende en vaardige
automobilisten soms toch ongelukken veroorzaken. Als adviseur houdt hij zich
bezig met onderzoek en advies op het gebied van verkeersveiligheid en
schadepreventie.
In het onderzoek door Singer en haar collega’s werd vrijwilligers gevraagd om een spelletje te spelen met medewerkers van de universiteit. Deze medewerkers waren geïnstrueerd om in sommige gevallen eerlijk en in sommige gevallen vals te spelen. Na afloop kregen de vrijwilligers hun tegenspelers te zien terwijl deze pijn leden. Tegelijkertijd werd de hersenactiviteit van de vrijwilligers gemeten. Ter geruststelling: de medewerkers van de universiteit leden natuurlijk niet echt pijn. Bij het zien van de pijn van hun tegenspeler werden zowel bij de mannelijke als de vrouwelijke vrijwilligers hersengebieden die gerelateerd zijn aan pijn actief. Dit wijst er op dat de vrijwilligers empathie voelden met de pijn van de ander. Opvallend was dat bij de mannelijke vrijwilligers de hoeveelheid empathie-gerelateerde hersenactiviteit afhing van het soort tegenspeler: ze vertoonden aanzienlijk minder hersenactiviteit bij het zien van een pijnlijdende valsspeler dan bij een eerlijke speler met evenveel pijn. Vrouwen vertoonden echter dezelfde hersenactiviteit bij alle pijnlijdende tegenspelers die ze zagen, ongeacht of deze tegenspelers vals hadden gespeeld of niet. Op basis van deze bevindingen concludeerden de onderzoekers dan ook dat bij mannen empathie afhankelijk is van hun morele oordeel over het sociale gedrag van de ander.
Toen ik deze conclusies op me in liet werken, vroeg ik mij af wat dit betekent voor het verkeersgedrag. En dan vooral het asociale, zeg maar oneerlijke, weggedrag. Als ik eerlijk ben: ik voel meestal weinig mededogen met de asociale medeweggebruiker. Lukt het die druktemaker die zo nodig nog snel even een aantal auto’s voorbij moet aan het eind van de invoegstrook niet om er tussen te komen? Net goed! Ik voel ook weinig medelijden als ik word ingehaald door een snelheidsmaniak en die even verderop aan de kant van de weg zie staan terwijl een agent een bekeuring aan het uitschrijven is. Boontje komt om z’n loontje! Allemaal het gevolg van het feit dat ik een man ben en daarom weinig empathie-gerelateerde hersenactiviteit heb bij het zien van het “leed” van die onsympathieke medeweggebruiker. Het onderzoek van Singer verkaart ook waarom het vrijwel altijd mannelijke medeweggebruikers zijn met wie ik het in het verkeer aan de stok heb als ik mezelf niet al te netjes gedraag. Ik weet nu dat ik dan niet meer op de empathie van mijn mannelijke “opponenten” hoef te rekenen. En de vrouwen? Die blijven sociaal zelf als ze een asociale (mannelijke) medeweggebruiker tegen komen. Is het dan toch misschien waar, dat de vrouw de heer is in het verkeer?
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer