Er is een ontwikkeling gaande die we allemaal aan de pomp merken, maar waarover geen politicus een toekomstvisie formuleert: de structureel stijgende olieprijs. Het geeft toch te denken dat terwijl de economie in een aantal geïndustrialiseerde landen krimpt, in andere landen minimaal groeit en in opkomende economieën zoals bijvoorbeeld China in India afzwakt, dit amper effect heeft op de olieprijs. Het zou te verwachten zijn dat juist onder deze economische omstandigheden de olieprijs sterk zou dalen. In plaats daarvan staat de prijs van een vat olie (Brent) bijna voortdurend boven de 100 dollar per vat. Gecorrigeerd naar inflatie is de prijs bijna nog nooit zo hoog geweest. Natuurlijk, de productie in Iran is teruggeschroefd. Maar de winning in Irak is juist in de laatste jaren vergroot. Dat westerse politici met Iran overhoop liggen is weinig nieuws. In jaren negentig was het niet anders. De oliewinning in Irak lag destijds stil, die in Rusland liep terug en toch kostte een vat olie in die jaren circa 20 dollar.
In 2000, toen olie gemiddeld bijna 29 dollar kostte, ging het Internationaal Energieagentschap uit van een dalende olieprijs. In 2010 zou het gemiddeld 21 dollar kosten. Daarna zou de prijs oplopen tot gemiddeld 28 dollar in 2020. In 2006 stelde het IEA de prognose bij, ditmaal op 47 dollar in 2012. Inmiddels weten we beter. De voorspellingen liggen er ver naast. In 2011 kostte een vat Brent gemiddeld 111 dollar per vat. Het IEA gaat momenteel uit van een olieprijs van 118 dollar in 2020. Wat is deze voorspelling waard? Het agentschap loopt al jaren achter de feiten aan, de olieprijs steeg harder dan voorzien. Op deze (te laag gestelde) cijfers baseert ook het Nederlandse Centraal Planbureau (pagina 427) de verwachte olieprijs. Het CPB verwacht eveneens dat de olieprijs in 2020 gemiddeld 118 dollar per vat zal kosten. De hoogte van de brandstofprijzen en de aankomende bezuinigingen van het kabinet, hebben effect op de koopkracht van mensen. Daarom gaat het Planbureau voor de Leefomgeving er van uit dat er in 2020 de automobiliteit met 5 procent zal afnemen (pagina 29). Dit voorjaar bracht het ministerie van Infrastructuur en Milieu een rapport uit waarin geconcludeerd werd dat hoe hoog de olieprijs stijgt, we nauwelijks minder rijden. Dat de automobiliteit al een aantal jaren in ons land afneemt , was het ministerie kennelijk ontgaan.
Laten we daarom een optelsom maken: de verwachte stijging van de olieprijs is tot op heden altijd te laag ingeschat + de olieprijs blijft hoog ondanks de economische situatie + de automobiliteit neemt al een paar jaar in ons land af.
Is het onrealistisch te veronderstellen dat de olieprijs in 2020 wellicht wat hoger zal uitkomen dan 118 dollar per vat? Wat zal dat betekenen voor de brandstofprijzen aan de pomp? Hoe zal het bedrijfsleven met de stijgende vervoerskosten omgaan? Welke gevolgen zal het hebben voor het woon-werkverkeer en de ruimtelijke ordening? Een accijnsverlaging zoals sommige organisaties willen lost niets op. Daarmee steken zij de kop in het zand. Het gaat niet om de prijs van nu, maar om die in de toekomst. Een hogere olieprijs zal niet alleen te merken zijn aan de pomp. Het zal gevolgen hebben voor onze economie.
De motor van onze economie draait op olie en de prijs daarvan neemt toe. Dat zou een ieder aan het denken moeten zetten en niet alleen wanneer we bij de pomp staan. Het is te hopen dat politici vaker tanken en dan misschien ook wat meer over de prijsontwikkeling zullen nadenken.
© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer