Bovenstaande is een deel van de laatste, wanhopige brief die prins Bernhard op 18 september 1956 aan zijn vrouw, koningin Juliana schrijft. De Koningin verzet zich op dat moment koppig, waarschijnlijk zelf ook wanhopig, tegen het ingrijpende advies van de commissie-Beel van 24 augustus. Beel adviseert haar te breken met gebedsgenezeres Hofmans en bijbehorende kring occulte vrienden en tegelijk een belangrijk deel van haar ruziënde hofhouding te ontslaan. Juliana gaat eerst akkoord, maar nadat haar secretaris Van Heeckeren indringend op haar inspreekt, bedenkt zij zich. Prins Bernhard wordt overigens door de commissie duidelijk gematst. Beel sluit de ogen voor zijn 'gezinsontwrichtende amoureuze escapades'. Ook zijn door Juliana zo verfoeide voorzitterschap van de prestigieuze Bilderberg-conferenties laat de commissie ongemoeid.
De impasse rond het huwelijksconflict wordt uiteindelijk doorbroken uit onverwachte hoek. Alhoewel..., sommigen zien er de hand in van Bernhard. Op 28 oktober schrijven twee verzetshelden, de heren Tromp en Schutte, een brief aan prinses Wilhelmina. "Hun boodschap was kort maar krachtig: Hofmans moest uit de weg geruimd", aldus Fasseur, die daarmee een onbekend, wonderlijk feit in de Hofmans-affaire blootlegt. Wilhelmina licht daarop premier Drees in, die beide heren ontvangt voor een gesprek.
Juliana's vertrouwensman Francois van 't Sant, volgens Fasseur een van de meest mysterieuze figuren in onze hedendaagse geschiedenis, grijpt zijn kans en vertelt Hofmans en Juliana's secretaris Van Heeckeren dat ze op moeten hoepelen. Mevrouw Mijnssen, bij wie Greet Hofmans in de tuin in een stacaravan woont, krijgt medio november een dreigbrief met de boodschap: 'Het comité van actie ter bescherming van de Koningin zal al degenen liquideren die zich niet vrijwillig terugtrekken uit haar omgeving en die van de prins'. Als Van 't Sant daarna bij Hofmans op bezoek gaat en haar een 'doorgeving van God' laat opschrijven voor haar meest trouwe volgeling Van Heeckeren ('Laat Walraven van Heeckeren zich dekken door zich tijdelijk terug te trekken') is het pleit definitief beslecht. De kwaadsprekende hofkliek neemt eind november 1956 na drie maanden tegensputteren en stoken alsnog ontslag en de eer van de Koningin is gered, aldus Fasseur. Hij beschrijft niet alleen de loopgravenoorlog op paleis Soestdijk van 1948 tot 1956. Zo passeren uitgebreid de kennismaking tussen Koningin en prins, koningin Wilhelmina's twijfels over Bernhards huwelijksintenties, het bewijs van zijn NSDAP-lidmaatschap en hun noodgedwongen 'lat-relatie' in de oorlog. Alhoewel Fasseur helaas niets nieuws meldt over Bernhards tijd in Londen, zijn de briefwisselingen van beide echtelieden tussen ballingsoord Canada en Londen alleszeggend. Dat laatste geldt zeker voor de brief van oktober 1941, waarin Juliana vanuit Canada haar moeder Wilhelmina terechtwijst over haar plannen om na de oorlog met een soort kroonraad zonder controlerend parlement verder te regeren. Plannen die pas in 1944 bekend werden. 'Het is doodgewoon ondemocratisch en voor zoiets vechten we nou niet!' Ook kapittelt Juliana haar moeders houding tegenover haar ministers en medewerkers. 'Oude Romanov die je bent. Waarom, waarom praat je toch altijd zo denigrerend over onze allerbeste mensen?' Met de katholieke kerk en vooral de paus had Juliana niet veel op, zo blijkt uit een brief van eind 1944. Zij hoopt dat het Vaticaan het zou begeven 'zodat het hele ingeroeste bouwwerk in stukjes uit elkaar komt te vallen.'
Korte tijd daarvoor brengt Bernhard een bezoek aan de Heilige Vader waar hij meteen wat zaken regelt voor zijn moeder, prinses Armgard en broer Aschwin, die dan nog in nazi-Duitsland wonen. Juliana kent haar reislustige man goed. 'Potverdikkie, jou mispunt, jou vuile boffer, jou schijnheilig monster, wat heb jij daar in Italië te zoeken??? Dat ontgaat me ten enenmale. Jou ontgaat ook geen pleziertje.' De verzuchting een paar jaar eerder van de prinses is even verdrietig als veelzeggend. Bernhard heeft in Londen dan al zijn overbuurvrouw Lady Ann Orr-Lewis als maîtresse en scharrelde ook met Lady Penelope Aitken. 'Besef je eigenlijk wel hoe weinig ik van je afweet. Ik weet nog steeds niet wat voor baan je hebt. Ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets, niets!' Het is een scherp voorgevoel van de schaduw die na de bevrijding over haar huwelijk zal vallen.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Top 3 Samsung +
Hete Huisvrouwen
Erotische webwinkel
Simpel Sim Only Abonnement
Autoverzekering
Vakantie Dagdeals
Wat voor weer
Last minute Gambia
Boek je zomervakantie
1e hulp bij dyslexie,
Nu € 2,50 korting op
Winterbanden
De nieuwste trailers
Jij ook zin in
EK '12 arrangementen