Nieuw! Elke maand
15 Premium artikelen gratis.
Registreer nu of log in en lees voortaan elke maand 15 Premium artikelen gratis.
Door
Pensioen- en arbeidsrecht expert
Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten* in Tilburg.
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium

Sociaal Plan cao en vertrekregeling revisited!

09 MRT 2017 Henny van den Hurk

In mijn vorige column schreef ik over de inperking van de transitievergoeding in relatie tot de pensioenleeftijd. Dat werkgevers graag de hoogte van een ontslagvergoeding koppelen (lees: inperken) aan de pensioenleeftijd blijkt ook weer uit een andere uitspraak die recent is gewezen.

Een werkneemster had tot 2006 een pensioenregeling waarin zij op 62 jaar met pensioen kon gaan. Inmiddels vele jaren later wordt zij slachtoffer van de zoveelste reorganisatie. Ze is dan nog net geen 62 jaar. In 2018 gaat haar AOW in.

In het reorganisatie sociaal plan is opgenomen dat de stimuleringspremie bij vrijwillig vertrek 100% is. Wil men echter blijven, dan is er een mobiliteitsregeling van circa 12 maanden en nadien, als geen functie wordt gevonden, een stimuleringspremie van 75%.

Gelijkheidsbeginsel

De laatste vindt echter een plafond in de inkomstenderving tot de leeftijd van 62 jaar (de oude vroegpensioendatum van voor 2006). De werkneemster wil blijven werken en laat haar pensioen niet vervroegd ingaan. Helaas lukt het vinden van ander werk niet binnen de mobiliteitsregeling en volgt alsnog ontslag met een lagere (minder dan 75%) stimuleringspremie, gezien haar leeftijd. De werkneemster roept de nietigheid van (het artikel van) het Sociaal plan in en beroept zich ook op het gelijkheidsbeginsel.

De rechter geeft aan dat het gaat om de vraag of het hanteren van deze fictieve pensioenleeftijd een ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd oplevert of dat sprake is van een objectieve rechtvaardiging daarvoor. Hij toetst daarvoor de criteria van een legitiem doel, passendheid en noodzakelijkheid van het middel. De werkgever gaf aan de beschikbare middelen eerlijk te willen verdelen onder de werknemers. Zij die al eerder pensioen krijgen zouden volgens de werkgever minder schade hebben, waardoor de stimuleringspremie afgetopt kon worden. Het doel lijkt legitiem om de leeftijdsdiscriminatie te rechtvaardigen oordeelt de rechter.

Noodzakelijk

Dat ligt anders met het oordeel over de passendheid en noodzakelijkheid. De kantonrechter stelt vast dat in het sociaal plan voor de groep werknemers die aanspraak kunnen maken op het vroegpensioen geen andere voorziening is getroffen dan de mogelijkheid gebruik te maken van dat vroegpensioen.

Het sociaal plan bevat verder geen hardheidsclausule noch een voorziening specifiek voor ouderen die na hun 62ste jaar willen dan wel moeten doorwerken, anders dan de mogelijkheid na een herplaatsingsprocedure alsnog met vroegpensioen te gaan. De getroffen voorziening voor 62+ steekt schril af bij de riante voorziening voor werknemers tot die leeftijd, terwijl de positie van bijvoorbeeld een 62-jarige niet zodanig verschilt van een 60-jarige waar het gaat om gerichtheid en kansen op de arbeidsmarkt, dat dit verschil daardoor gerechtvaardigd wordt.

Maar daarnaast en in nog belangrijker mate geldt dat er in feite geen enkele voorziening is getroffen voor werknemers die geen gebruik willen maken van het vroegpensioen en die overeenkomstig het overheidsbeleid gewoon willen doorwerken. Voor het ontbreken van een keuzemogelijkheid heeft de werkgever onvoldoende redengevende omstandigheden aangevoerd. De kantonrechter acht daarom de gekozen regeling niet evenwichtig, niet geschikt en niet noodzakelijk.

Actief blijven

Ook het Hof van Justitie van de EU oordeelt vaak in deze zin, omdat dit werknemers benadeelt die op de arbeidsmarkt actief willen blijven en voor wie zonder enige vergoeding de overgang naar ander werk bemoeilijkt wordt.

De rechter oordeelt dan ook dat de regeling in het sociaal plan in strijd is met de gelijke behandelingswetgeving en niet kan worden toegepast. De werkneemster krijgt dan ook alsnog haar 75% van de stimuleringspremie.

Dat laatste was overigens niet per definitie zo. De rechter heeft ook nog gekeken naar de vraag of er nog bijzondere feiten en omstandigheden waren die er toe konden leiden dat het resultaat alsnog niet aanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Die waren hier niet aan de orde, maar zet wel de deur open naar het aanvoeren van dergelijke omstandigheden.

Niet ieder sociaal plan met een plafond zoals hier hoeft dus meteen in de prullenbak, maar het even goed laten controleren is wel een belangrijke zaak!

 

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
6.2 °C
ZZW2
Beurs AEX
AEX 512.19
+ / - +0.09%
poll image

Stelling DFT Geld

Vrouwen moeten helemaal financieel zelfstandig zijn


Verstuur
Meer Premium