Nieuw! Elke maand
15 Premium artikelen gratis.
Registreer nu of log in en lees voortaan elke maand 15 Premium artikelen gratis.
Door
Pensioen- en arbeidsrecht expert
Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten* in Tilburg.
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium
Foto: Akkermans

Arbeidsongeschikheid, transitievergoeding en pensioen

03 APR 2017 Henny van den Hurk

Eerder dit jaar besprak ik in deze column de uitspraak van de Rechtbank Groningen, waarbij een werknemer een ontslagvergoeding ontving waarin de premievrije voortzetting van zijn pensioen was geïncorporeerd. Dit omdat dat gelijkwaardig werd geacht. Maar niet alle rechters denken er zo over.

Dat blijkt wel uit de volgende uitspraak. Wat was er aan de hand? De werknemer is in 1973 in dienst getreden bij zijn werkgever. De werkgever heeft een cao, waarin staat vermeld dat de werknemer na het verstrijken van de wettelijke wachttermijn van 104 weken in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheidspensioen.

UWV

Werknemer is op 5 september 2014 (volledig) arbeidsongeschikt geworden. Twee jaar later, in 2016 heeft werknemer het einde van de WIA-wachttijd bereikt en is aan hem een IVA-uitkering toegekend. De laatste werkdag van werknemer is 14 september 2016. De werkgever had namelijk het UWV op 13 september 2016 een ontslagvergunning gevraagd op de zogeheten b-grond (art. 7:669 lid 3 onderdeel b BW).

UWV heeft deze toestemming op 20 oktober 2016 geweigerd omdat werknemer destijds werkzaamheden verrichtte die volgens UWV loonwaarde vertegenwoordigen en de werkgever die werkzaamheden duurzaam kon aanbieden. Op verzoek van de werkgever heeft UWV, op 8 december 2016, verklaard dat het uitgangspunt van de werkgever dat de werkzaamheden die werknemer verricht geen loonwaarde vertegenwoordigen juist is en heeft UWV de IVA-uitkering met terugwerkende kracht aangepast. De werkgever wil van de werknemer af en heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen op een zo kort mogelijke termijn te ontbinden. De werknemer voert verweer tegen het ontbindingsverzoek.

Transitievergoeding van €80.000

De rechter is van oordeel dat er voldoende reden is om te komen tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, gezien de langdurige arbeidsongeschiktheid en de onmogelijkheid voor de werknemer om binnen een periode van 26 weken te herstellen en of de bedongen arbeid al dan niet in aangepaste vorm te komen verrichten.

Daarnaast overweegt de rechter dat de werkgever ook voldoende zou hebben aangetoond dat een andere passende functie binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort. De rechter is dus van oordeel dat de overeenkomst ontbonden kan worden. Dan moet echter nog wel het heikele punt van de transitievergoeding besproken worden.

De werknemer heeft strikt genomen recht op een vergoeding van een kleine € 80.000,--. Daaraan doet zijn langdurige arbeidsongeschiktheid en het feit dat hij een IVA uitkering ontvangt niets aan af.

Cao-afspraken

Het is echter wettelijk toegestaan (artikel 7:673b BW)  bij cao afspraken te maken, waardoor de wettelijke verplichting tot betaling van een transitievergoeding niet van toepassing is, mits de werknemer aanspraak kan maken op een gelijkwaardige voorziening. De werkgever wees er de rechter op, dat in de van toepassing zijnde cao de premievrije opbouw van het pensioen van werknemer is aangemerkt als een zogenaamde gelijkwaardige voorziening in de zin van artikel 7:673b lid 1 BW.

Dit ging de rechter een brug te ver. Die is van oordeel dat de in de cao aangewezen voorziening in deze kwestie niet als gelijkwaardig in de zin van artikel 7:673b BW kan gelden.

Hij baseert zich daarbij allereerst uit de wetsgeschiedenis bij deze bepaling. Daarin staat dat de voorziening het equivalent moet zijn van hetgeen waarop ‘een werknemer’ aanspraak kan maken. Dit duidt op gelijkwaardigheid voor de individuele werknemer en niet op een ‘globale’ gelijkwaardigheid zoals de werkgever had gesteld. Deze uitleg van het begrip ‘gelijkwaardige voorziening’ blijkt voorts uit de opmerking van de minister over de mogelijkheid van aanvulling tot het niveau van een transitievergoeding waarop de werknemer aanspraak heeft, waarmee de som van alle afspraken als gelijkwaardige voorziening kan worden aangemerkt.

Billijk

De conclusie is dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding is verschuldigd omdat in deze cao van geen sprake is van een gelijkwaardige voorziening in de zin van artikel 7:673b BW.

De werknemer had ook nog een verzoek gedaan tot het toekennen van een billijke vergoeding. Daarvan zegt de rechter dat toekenning van een billijke vergoeding eerst aan de orde is indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is, en daarvan was hier geen sprake.

Met deze uitspraak wordt ‘pensioen als vervanger voor de transitievergoeding’ weer een stukje verder uitgekristalliseerd. Het is niet per definitie zo dat een voortgezette pensioenopbouw tot vervanging kan dienen. Dat is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden, maar vooral ook van de wijze waarop de vervangende voorziening is geformuleerd. Het is dus zaak daar scherp op te zijn en u daarin goed te laten adviseren.

 

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
10.1 °C
NW4
Beurs AEX
AEX 520.73
+ / - -0.22%
poll image

Stelling DFT Geld

Vrouwen moeten helemaal financieel zelfstandig zijn


Verstuur
Meer Premium