Nieuw! Elke maand
15 Premium artikelen gratis.
Registreer nu of log in en lees voortaan elke maand 15 Premium artikelen gratis.
Door
Pensioen- en arbeidsrecht expert
Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten* in Tilburg.
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium
Foto: ANP

Zonder transitievergoeding met pensioen

02 AUG 2017

Is ontslag wegens het bereiken van de AOW leeftijd, zonder toekenning van een transitievergoeding in strijd met het EU-recht?

In de kwestie die voorlag bij de kantonrechter was de werknemer op 1 januari 1995 in dienst van de werkgever, een ziekenhuis, getreden. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Ziekenhuizen van toepassing. Daarin was opgenomen dat: ‘De arbeidsovereenkomst eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt’.

Op 1 januari 2016 is de arbeidsovereenkomst van werknemer geëindigd omdat hij 65 jaar en zes maanden was geworden. Hierbij heeft hij geen transitievergoeding ontvangen. Werknemer stelt zich nu op het standpunt dat de bepaling in artikel 7:673 lid 7 onderdeel b BW, dat geen transitievergoeding verschuldigd is indien het eindigen van een arbeidsovereenkomst geschiedt in verband met of na het bereiken van de AOW- en/of pensioengerechtigde leeftijd, een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. De werknemer verwijst naar het arrest van het Hof Den Bosch van 2 februari 2017 en verzoekt de kantonrechter de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen.

De kantonrechter heeft daar in principe wel oren naar en toetst eerst aan de criteria voor de gelijke behandeling. Immers, artikel 6 lid 1 van de richtlijn bepaalt dat het verschil in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormt, indien dat verschil in behandeling objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Het hof heeft in het arrest van 2 februari 2017 geoordeeld dat artikel 7:673 lid 7 onderdeel b BW een verschil in behandeling bevat dat rechtstreeks is gebaseerd op het leeftijdscriterium in de zin van artikel 1 jo. artikel 2 lid 1 en lid 2 van de richtlijn. Een werknemer ontvangt geen transitievergoeding vanwege het feit dat hij op het tijdstip van het eindigen van de arbeidsovereenkomst in aanmerking komt voor een AOW-uitkering. Voor het recht op die uitkering geldt een minimumleeftijd. Artikel 7:673 lid 7 aanhef en onderdeel b BW is gebaseerd op een criterium dat onlosmakelijk met de leeftijd van de werknemer is verbonden. De kantonrechter onderschrijft dit oordeel van het hof.

Voor wat betreft het legitieme doel en de objectieve rechtvaardiging oordeelt de kantonrechter wordt het verschil in behandeling in artikel 7:673 lid 7 onderdeel b BW, objectief en redelijk gerechtvaardigd door een legitiem doel. Volgens de toelichting bij de wet is het doel van het uitsluiten van pensioengerechtigden van het recht op een transitievergoeding, het voorbehouden van de transitievergoeding aan personen die behoren tot de arbeidsmarkt en voor hun levensonderhoud aangewezen zijn op het verrichten van arbeid. Van belang daarbij is dat werkgevers zonder inhoudelijke toets en zonder kosten de arbeidsovereenkomst met oudere werknemers op een natuurlijke wijze moeten kunnen beëindigen. In het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 februari 2015 werd al geoordeeld dat het niet toekennen van een ontslagvergoeding aan personen die in aanmerking komen voor een algemeen (wettelijk) ouderdomspensioen, gelet op het nagestreefde doel, objectief gerechtvaardigd is.

Tenslotte de vraag naar de passendheid en noodzakelijkheid van het middel: is de uitsluiting van alle personen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt én alle personen die de met de werkgever overeengekomen (pensioen)leeftijd hebben bereikt van het recht op een transitievergoeding passend en noodzakelijk? De kantonrechter oordeelt dat niet iedereen na het bereiken van de AOW- of pensioenleeftijd zonder arbeid in zijn levensonderhoud kan voorzien. Denk bijvoorbeeld aan iemand die maar een gedeeltelijke AOW-uitkering ontvangt en nog wél voor zijn levensonderhoud aangewezen is op het verrichten van arbeid. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat er prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld moeten worden. Een antwoord zal grote maatschappelijke gevolgen met zich kunnen brengen.

De vragen behelzen met name of er strijd is met de EU Richtlijn en een individuele toetsing plaats moet vinden en welke criteria moeten worden aangelegd daarbij. In totaal maar liefst 9 vragen. De Hoge Raad zal er zich over buigen… to be continued! Ik houd u op de hoogte van het vervolg.

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
17.6 °C
W4
Beurs AEX
AEX 519.64
+ / - -0.78%
poll image

Stelling DFT Geld

Geld bij elkaar leggen in een bv om een huis te kopen (voor mijn kind). Goed idee!


Verstuur
Meer Premium