Het is vooral bedoeld als een open brief, een informatief stuk, voor een maatschappelijke discussie over de betaalbaarheid van onze zorg. Een nieuw kabinet zal daarover besluiten moeten nemen. Niettemin is het een prima initiatief. De publicatie geeft een goed inzicht in de kostenontwikkelingen in de zorg, de wijze van financiering en prognoses voor de toekomst. Bovendien wordt een opsomming gegeven van mogelijk maatregelen om de zorg betaalbaar te houden.
In de Haagse politiek is een ruime meerderheid van mening dat hoe dan ook kostenbesparingen noodzakelijk zijn. Maar over de wijze waarop en de omvang bestaan tussen de partijen grote verschillen van opvatting. Niettemin maken de cijfers en prognoses duidelijk dat we met een kostenprobleem zitten. In 1972 gaven we 8 procent van ons nationaal inkomen (BBP) uit aan collectief gefinancierde zorg. Nu is dat ruim 13 procent en zonder ingrijpende maatregelen lopen de kosten op tot ruim 30 procent in 2040. Voor een doorsnee gezin zullen daardoor de uitgaven voor zorg die in 2012 ruim 23 procent van het bruto inkomen bedragen toenemen tot bijna de helft van dit inkomen.
Deze sterke stijging heeft verschillende oorzaken. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de zogenaamde ‘cure’ ( ZFW) en de ‘care’ (AWBZ). De kosten in de zorg stijgen niet zo zeer door gebrekkige inefficiëntie, hoewel dat altijd beter kan, maar door verschillende oorzaken, zoals vergrijzing en nieuwe technologie. De vergrijzing heeft vooral gevolgen voor de ‘care’, zeg maar hoe mensen worden verzorg op oudere leeftijd. Het gros van de ‘cure’ kosten wordt gemaakt in de laatste levensjaren Van de totale uitgavengroei is ongeveer een kwart het gevolg van de vergrijzing.
In 2040 is ruim 22 procent van onze bevolking 65 plusser, nu is dat 16 procent. Naarmate mensen ouder worden nemen de kosten van zorg gemiddeld toe. Maar zoals gezegd verreweg het grootste deel van de uitgaven groei wordt veroorzaakt door innovaties in de zorg ( nieuwe medicijnen en betere maar ook duurdere medische technologie), veranderingen in de maatschappij, een hogere welvaart, epidemiologie ( meer chronisch zieken), de organisatie van de zorg en de zogenoemde productiviteitskloof (de mogelijkheden voor een hogere arbeidsproductiviteit zijn beperkt).
Ook andere landen in Europa worden met deze stijging geconfronteerd, maar ons land loopt flink uit de pas met de kosten voor de langdurige zorg voor ouderen. De afgelopen jaren zijn er van verschillende kanten talloze maatregelen geopperd om te komen tot een vermindering van de (collectieve) zorguitgaven. Zonder volledig te zijn.
Meer efficiency en een hogere arbeidsproductiviteit in de zorgsector ( o.a. minder managementlagen), meer marktwerking, minder ziekenhuizen(specialisatie en concentratie), meer buurtzorg via huisartsen, meer zorg op afstand ( e-health), het tegengaan van overbehandeling, meer verantwoordelijk bij de zorgconsumenten ( meer zelfzorg), meer nadruk op gezond leven ( preventie), hoger eigen betalingen, hogere eigen risico’s, een kleiner verplicht verzekeringspakket en nu al sparen voor hogere zorguitgaven op de oude dag (zorgsparen).
Het zou een misvatting zijn dat met een combinatie van deze maatregelen de groei van onze zorguitgaven voorkomen kan worden. Wat wel mogelijk is deze stijging met een goed doortimmerd pakket maatregelen te beperken. Maar we moeten er rekening mee houden dat door de eerder geschetste ontwikkeling de kosten voor onze zorg toch zullen blijven toenemen.
In het stuk van de minister wordt met nadruk gewezen op de nadelen die kleven aan de sterke stijging van de zorgkosten. De belangrijkste liggen op het vlak van de financiering van onze zorg. Verreweg het grootste deel van de zorguitgaven wordt collectief gefinancierd uit premies en belastingen die vooral door burgers, maar ook door bedrijven worden betaald. Deze belastingen kunnen leiden tot een verhoging van de lastendruk op arbeid en dat remt onze economische groei en leidt tot een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van ons bedrijfsleven. Daarnaast zullen hogere overheidsuitgaven voor zorg er toe kunnen leiden dat deze ten koste gaan van andere uitgaven, bijvoorbeeld voor onderwijs.
Ook wij menen dat een effectieve kostenbeheersing dringend noodzakelijk is. Maar daarbij moet niet uitsluitend geredeneerd worden vanuit de kostenkant. Ook de baten moeten nadrukkelijk zichtbaar worden gemaakt en meegewogen. Van belang is ook dat we net als in veel andere landen veel meer werk maken van het voorkomen van zorgkosten. Door extra nadruk op gezonder leven (preventie, gezondheidsbevordering) is het mogelijk in ieder geval op de korte termijn de kosten te beperken; uit onderzoek blijk dat bijna 50 procent van de ziektelast vermijdbaar is. Deze aanpak leidt niet alleen tot gezondere mensen, maar ook tot een gezondere beroepsbevolking en lagere verzuimkosten; dat is ook voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid.
Bovendien moeten we wijzen op een fenomeen dat onder economen bekend staat als de Ziekte van Baumol. In sectoren zoals de verpleging, het onderwijs en de kunsten gaat het veelal om ‘mensenwerk’ en is technische vooruitgang veel minder goed mogelijk dan in de curatieve zorg, ICT, medische techniek, transport en noem maar op. Daarom is het onvermijdelijk dat de kosten van deze Baumol-sectoren sterker zullen stijgen dan de rest van het nationale inkomen. Zo moeten we er rekening mee houden dat de kosten van de ‘care’ een steeds groter aandeel van het nationale inkomen opslokken.
In politiek Den Haag wordt onze zorgsector tot heden vooral als een vervelende kostenpost gezien, waarin zo snel mogelijk moet worden gesneden. Bij deze eenzijdige visie wordt nog los van de maatschappelijke betekenis ten onrechte voorbij gegaan aan de belangrijke economische waarde van onze zorg. Het Nederlandse zorgstelsel behoort tot het beste van de wereld en is uitgegroeid tot één van de belangrijkste economische sectoren van ons land die fors bijdraag aan onze welvaart. Bovendien is deze sector met circa 13% van de totale werkgelegenheid een blijvende banenmotor en een bron van innovaties. Het komende decennium zal door samenwerking met ict- en medisch technologische bedrijven en de internetsector de innovatieve groei van de onze zorgsector nog verder toenemen en ook bijdragen aan nieuwe hoogwaardige banen.
Deze ontwikkeling zet Nederland op de wereldkaart als topzorgland en dat biedt mogelijkheden om internationaal aan deze kennis en kunde te gaan verdienen. Ook daarom is het van groot belang niet overhaast en onzorgvuldig van uit het kosten denken met maatregelen te komen. Wij bepleiten een integrale hervorming van onze gezondheidszorg waarbij een inhoudelijke visie op de zorg centraal staat en naast de lasten ook de baten nadrukkelijk in ogenschouw worden genomen. Tegelijk moet ook de ingewikkelde en ondoorzichtige financiering van het zorgstelsel op de schop; dat kan veel eenvoudiger en efficiënter. Deze financiering drukt bovendien veel te zwaar op de factor arbeid ( extra lasten druk op inkomens). In verschillende andere landen doen ze dat slimmer door een deel van de lasten te verwerken in belastingen op consumptie.
Rick van der Ploeg is hoogleraar economie in Oxford en hoogleraar politieke economie aan de UvA. Van 1998 tot 2002 was hij PVDA-staatssecretaris in het kabinet-kok II. Van der Ploeg studeerde economie aan de Universiteit van Sussex en promoveerde in 1981 bij de Universiteit van Cambridge. Hij heeft circa 100 publicaties op zijn naam staan met onder meer de titels ‘Is de econoom een vijand van het volk?’ en ‘een schaap in wolfskleren.’
Willem Vermeend is internetondernemer en bijzonder hoogleraar Economics and E-Business aan de Maastricht School of Management ( MSM). Daarnaast vervult hij diverse bestuursfuncties en commissariaten bij nationale en internationale bedrijven, waaronder Randstad. Vermeend had ook een actieve rol in de politiek. Vanaf 1994 tot 2002 was Vermeend PVDA-staatssecretaris van Financiën en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de kabinetten Kok I en II. Hij schreef diverse boeken, zoals de Kredietcrisis, de Wij-Economie en de Wereld van het Internet.
© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: info@dft.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer
| AEX | 365,22 | -1,85% | 23-05 | |
| AMX | 539,17 | -2,06% | 23-05 | |
| ASCX | 446,45 | 0,00% | 23-05 | |
| BEL-20 | 2705,29 | 0,00% | 23-05 | |
| FTSE 100 | 6696,79 | -2,10% | 23-05 | |
| CAC-40 | 3967,15 | -2,07% | 23-05 | |
| SMI | 8168,52 | -2,84% | 23-05 | |
| meer... | ||||
| Euro/Amerikaanse dollar | 07:35 | 1,2923 |
| Euro/Britse pond | 07:35 | 0,8559 |
| Euro/Japanse yen | 07:35 | 131,3380 |
| Euro/Zwitserse frank | 07:35 | 1,2500 |
| New York - WTI spot | 94,25 | -0,03 | |
| ICE UK - Brent Crude | 102,30 | -0,36 |