Nieuw! Elke maand
15 Premium artikelen gratis.
Registreer nu of log in en lees voortaan elke maand 15 Premium artikelen gratis.
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium

Kleine aannemers meters buitenspel

29 AUG 2012 Sonny Duijn en Rens Oving

AMSTERDAM - Terwijl kleine Nederlandse bouwers als dominostenen omvallen en schreeuwen om meer politieke steun, scoren de grote jongens nog steeds opdrachten aan de lopende band. Overheden laten de big boys ingewikkelde en langdurige opdrachten uitvoeren om bijvoorbeeld een museum of ziekenhuis te realiseren. De crisis versterkt de opkomst van deze orders. Een hoop nieuw werk voor ingenieurs en projectmanagers, maar de echte bouwvakker blijft extreem kwetsbaar.

Natuurlijk voelen ze de crisis en de lagere volumes in de markt. Maar BAM, VolkerWessels, Heijmans en Ballast Nedam – grote spelers – wisten in de eerste helft van 2012 keurig de opdrachten op peil te houden. „Het aantal complexe langetermijncontracten is de afgelopen jaren toegenomen”, zegt consultant Pieter van der Zwet (KPMG), verwijzend naar zogeheten pps(publiek private samenwerking)-projecten.



Dit zijn contracten waarbij overheid en bedrijfsleven als volwaardige partners de handen ineen slaan en samen bijvoorbeeld een school of een ziekenhuis realiseren. Een opkomende variant daarin zijn langetermijncontracten die twintig tot dertig jaar lopen. Zo is Heijmans in het geval van het Nationaal Militair Museum in Soest (en het museumkwartier) niet alleen betrokken bij de bouw. De aannemer neemt ook het ontwerp, financiering en facilitair beheer voor zijn rekening. Contractduur: 25 jaar. Dit soort opdrachten wordt steeds vaker uitgevoerd door een consortium van bouwers en banken. Kleine aannemers staan daarbij vaak buitenspel, zij zijn meer gebaat bij kortere orders.



De crisis is een katalysator voor de groei van integrale, complexe en langdurige projecten. Van der Zwet: „Enkele jaren terug hadden opdrachten vaak een looptijd van maar enkele jaren en waren ze eenvoudiger. Toen kregen kleinere aannemers gemakkelijker een voet tussen de deur.”



Grote bouwers slalommen zich een weg door de crisis en pronken graag met hun integrale capaciteiten. Zij bieden diversiteit: zo wint Ballast Nedam grondstoffen als zand, grind en klei en legt VolkerWessels gas- en transportleidingen aan, om maar wat dwarsstraten te noemen.



Eigenlijk slaat de bouwsector al sinds de jaren 70 steeds meer de vleugels uit. „Vooral bij infrastructuur zijn aannemers al langer verantwoordelijk voor het ontwerpen”, ziet hoogleraar bouwrecht Monika Chao-Duivis. „Een gemeente hoeft voor een rotonde niet eerst langs bij een ingenieursbureau voor het ontwerp, maar laat het totale pakket aan de aannemer over. In de jaren 90 ging een aantal partijen zich ook nog eens richten op de financiering en het onderhoud van grotere projecten.”



Dit is voor middelgrote en kleinere bouwers echter een brug te ver, weet Chao-Duivis. Die moeten vechten om te overleven. Vaak lukt dit niet: er gingen dit jaar al honderden bouwers failliet en volgens de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers zullen over heel 2012 zo’n 1200 bouwbedrijven op de fles gaan, exclusief eenmanszaken.



Lees vandaag het complete verhaal in De Telegraaf.

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
21.1 °C
WZW3
Beurs AEX
AEX 522.22
+ / - -0.77%
Actueel
Meest gelezen