De oorspronkelijke originele kubus van Rubik dateert uit 1974 toen deze Hongaarse professor de kubus bedacht om zijn studenten een beter ruimtelijk inzicht te verschaffen.
De kubus bestaat uit drie maal drie rijen gekleurde vlakken. Elk vlak van de kubus bestaat dus uit negen vlakken in dezelfde kleur. In totaal zijn er aan de buitenzijde 54 gekleurde vlakken zichtbaar.
Elk afzonderlijk vlak van 9 deelkubussen is draaibaar. Door enkele malen met verschillende vlakken te draaien komen de kleuren volkomen door elkaar te zitten, en de weg terug lijkt moeilijk te vinden. Tot op heden bleek dat er vanuit de moeilijkste positie minimaal 27 slagen nodig waren om de puzzel op te lossen. Althans dat was het record zoals dat door de mens was gevestigd.
Professor Gene Cooperman die doceert aan de Universiteit van Boston en zijn student Dan Kunkle riepen de hulp in van een supercomputer om te proberen of het ook met minder slagen zou kunnen lukken. Deze computer bestond uit 16 parallel geschakelde computers met elk 8 rekenprocessoren aan boord en ieder uitgerust met 16 gigabyte geheugen. Verder werd er maar liefst zeven terabyte aan schijfgeheugen gebruikt om uitkomsten tijdelijk op te slaan. De computer blijkt het na veel rekenwerk dan toch net iets beter te kunnen berekenen dan de mens, en blijkt dus 26 slagen nodig te hebben om de puzzel van Rubik tot een goed einde te brengen.
Voor hen die zich heel graag in deze best wel ingewikkelde materie willen verdiepen, en die er niet tegenop zien om een en ander nog eens na te rekenen is hier de oplossing van de professor en zijn student en niet te vergeten de supercomputer te vinden.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer