Pssst! De Telegraaf krijgt een nieuwe website. Nieuwsgierig? Bekijk ‘m hier!
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium

De Razer Raiju (l.) en de Nacon Revolution (r.).
De Razer Raiju (l.) en de Nacon Revolution (r.).

Review: Twee PlayStation 4-pro controllers

27 JAN 2017 Rolf Venema

Zo rond de jaarwisseling kwamen ineens - schijnbaar uit het niets - twee controllers uit voor de PlayStation 4. Hardwaremakers Nacon en Razer brachten allebei een eigen luxe controller uit met allerhande snufjes en opties. Zijn ze het geld waard?

We hebben het specifiek over Nacon Revolution Pro Controller en de Razer Raiju Pro Controller. Bij beide valt meteen één ding op: ze zijn niet draadloos. Je zult dus - net als vroeger - een draad naar je PlayStation moeten trekken. Gelukkig worden beide geleverd met een vrij lang snoer, dus een enorm probleem is het niet (maar het is natuurlijk wel jammer).

Om nog even verder te gaan over de overeenkomsten: beide controllers hebben naast alle standaard PlayStation 4-knoppen ook vier extra knoppen. Waarvoor deze dienen, verschilt echter, dus daar gaan we zo per controller nog even op in. Tenslotte wordt bij allebei een etuitje geleverd zodat je ze na het gamen netjes kunt opbergen.

Nacon Revolution (€109,99)

De controller van Nacon ligt meteen lekker in de hand. Ergonomisch gezien is het apparaat dik in orde. Leuk is ook dat je het gewicht zelf kunt aanpassen door kleine gewichtjes in de gadget kunt plaatsen. Persoonlijk houd ik van een lekker zware controller, maar dat kun je dus naar believen aanpassen. Tenslotte voelen de analoge joysticks lekker soepel aan.

Aan de achterzijde, waar je middel- of ringvingers doorgaans rusten, zitten vier knoppen. Of althans, eigenlijk zijn het twee knoppen, maar elke toets kan twee kanten op klikken. Dat laatste is alleen niet zo handig, omdat het nog wel eens wil voorkomen dat je per ongeluk de verkeerde kant op klikt en dus een verkeerde knop indrukt.

Nu we het toch over deze knoppen hebben: ze kunnen wel heel handig zijn. Het is namelijk mogelijk om zogenaamde macro’s in te stellen. Dit zijn combinaties van toetsen, waardoor je bijvoorbeeld met één druk op de knop de PlayStation kunt ‘foppen' zodat hij denkt dat je eigenlijk meerdere knoppen tegelijk indrukt. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn bij vechtspellen, waarbij dat veel noodzakelijk is.

De vierpuntsdruktoets vergt enige gewenning. Het zijn niet de standaard vier knopjes die je op een reguliere PS4-controller ziet, maar eentje met acht richtingen. Volgens Nacon helpt dit bij het spelen van vechtspelen, maar eerlijk gezegd had ik er wat moeite mee. Hij voelde nogal ‘sponzig' aan.

De rest van de knoppen voelen plezierig en fijn aan. Al met al is met de hardware dus niet zoveel mis. Sterker nog: de Revolution Pro Controller voelt lekker aan in de hand - al vergen bepaalde aspecten dus wel enige gewenning.

Maar dan het sterkste punt van dit hele pakket: de mogelijkheid om allerlei eigenschappen van de controller aan te passen via bijbehorende software. Dit installeer je op een Windows-computer (er is nog geen Mac-versie), waarna je via USB de Pro Controller aansluit. Vervolgens kun je bijna alle elementen - afgezien van de PS-, Share- en Options-knoppen - aanpassen. Welke knop wat doet, bijvoorbeeld. Maar ook de ‘dode' zone van de analoge joysticks (waarmee je dus bepaalt vanaf welk punt een beweging in die sticks wordt opgemerkt). Of hoe diep je de trekkers moet indrukken om de druk te laten registreren.

Het enige nadeel is dat je dus naar een pc moet om dit allemaal aan te kunnen passen. Dus om je nieuwe instellingen uit te proberen, moet je even heen en weer tussen de computer en de PS4. Het is in de eerste instantie een beetje geklooi om ales precies zo te krijgen als je wilt, maar gelukkig krijg je vrij vlot inzicht in wat elke optie doet.

Deze keuzes kun je vervolgens in profielen op de controller zelf opslaan, zodat je ze op de PlayStation 4 kunt gebruiken. In totaal kun je vier profielen op de controller opslaan waartussen je kunt switchen met een druk op de knop, waardoor je eenvoudig profielen voor verschillende games kunt maken.

Razer Raiju (€169,99)

De Raiju van Razer voelt ook lekker stevig aan. De controller is vrij zwaar, maar op een manier dat hij gewoon solide aanvoelt. Alle knoppen voelen ook fijn aan om in te drukken - zeker niet onbelangrijk. Alleen de analoge sticks piepen in het begin wel een beetje! Raar, maar het was blijkbaar de nieuwigheid want na een paar uur gebruik had ik er al geen last meer van.

De vierpuntsdruktoets op de Raiju is qua vorm vrijwel gelijk aan die op een reguliere PS4-controller. Persoonlijk vind ik dit fijner werken dan de d-pad van de Nacon. Hij voelt verder goed aan en ondermeer vechtsporten spelen is hierop prima te doen.

Op de achterkant zitten twee schakelaars waarmee de trekker fysiek beperkt worden in hoe ver je ze kunt indrukken. Dit is handig bij schietspellen, waardoor je met elk schot een paar milliseconden overhoudt omdat je die trekker dus niet helemaal in hoeft te drukken. Het is een klein detail, maar het voelt wel goed aan. In feite is dit overigens hetzelfde als wat je bij de Revolution-controller kunt doen, maar daar gebeurt het via software en hier met een schakelaar. Wat mij betreft is de oplossing van Razer iets beter, omdat je ook fysieke feedback krijgt bij het indrukken van de trekker - hij kan immers niet verder. Bij de Nacon-controller kun je hem wel doordrukken, Tegelijkertijd biedt deze wel meer mogelijkheden omdat je helemaal zelf kunt bepalen wanneer de trekker geactiveerd wordt.

Eigenlijk is dat het hele verhaal van deze twee controllers. Neem de extra knoppen, bijvoorbeeld. Bovenop de Raiju zitten naast de trekkers twee extra, programmeerbare knoppen. Ook op de achterkant, ongeveer waar je ringvingers zouden rusten, zitten nog eens twee. Het is mogelijk om functies van andere knoppen eronder te plaatsen. Het idee hier is dat je bij alle knoppen kunt zonder dat je beide duimen van de poken hoeft te halen. Macro's, zoals bij de Revolution, zijn echter niet mogelijk. Daar staat dan weer tegenover dat de knoppen op de Raiju te programmeren zijn op de controller zelf, zonder extra software of pc. Dat gebeurt door eerst de ‘programmeertoets' en de te gebruiken knop in te drukken, en daarna de knop die hij moet emuleren. Het is dus wederom: de Nacon biedt meer opties, de Razer is makkelijker in te stellen.

Overigens dient nog even gezegd te worden dat de knoppen achterop de controller eraf geschroefd kunnen worden als je deze liever niet gebruikt. Hierdoor zitten ze ook niet in de weg. Een handig detail!

Verder heeft deze controller nog iets wat zijn concurrent niet heeft, namelijk een rijtje knoppen waarmee je verschillende geluidsopties kunt aanpassen. Zo kun je jouw microfoon (mits aanwezig) in- of uitschakelen vanaf de controller en kun je eenvoudig bij de audio-instellingen.

Conclusie

Zijn deze controllers hun geld waard? Dat ligt een beetje aan hoeveel tijd je aan gamen besteedt. Zit je echt elke avond voor de tv, dan is zo’n luxe controller wel heel fijn om te hebben. Het is jammer dat aan beide een snoertje moet, maar dat is een vrij klein minpuntje. Gamen voelt ten eerste gewoon lekkerder met zo’n solide apparaat in je handen en de extra opties die ze bieden, zijn ook daadwerkelijk handig. Dus ja, er is zeker een reden om wat te investeren zo’n gadget.

Dan blijft de vraag over: welke moet je dan nemen? Dat ligt vooral aan de details en waaraan je zelf waarde hecht. Eigenlijk is het dan ook heel simpel: ben je iemand die graag lekker wilt klooien met instellen totdat je dé perfecte setup hebt, dan is de Revolution helemaal jouw ding. Wil je daar liever geen tijd in steken en lekker vlot aan de slag met een solide controller, dan is de Raiju een prima keuze.

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
14.9 °C
ONO2
Beurs AEX
AEX 527.78
+ / - -0.05%