Ik hoorde laatst een prachtige zin van een Portugese minnaar tegen zijn Hollandse vriendin: „Zolang jij met mij bent, doe jij nooit meer een deur open!” Zo, dat is heftig en ontroerend mooi.
Ons horkenvolk heeft al zo weinig hoffelijks. En nu bleek me de laatste weken, met die dikke truien en wollen jassen, dat telkens wanneer ik een dame in de jas hielp, die onhandig stuntelend met haar rechterarm naar boven stond te zwaaien.
Even voor de duidelijkheid: houd de jas eerst links laag, zit haar hand erin, beweeg de jas dan gracieus omhoog, tot net onder haar linkerschouder. Dan de rechterkant van de jas naar beneden (!!!), zodat je dame zonder ergens hoog achter haar hoofd te hoeven graaien haar handje in de rechtermouw kan steken. Nu komt de hele jas en een soepele beweging naar boven, je wacht een halve seconde voordat je de jas dan ook echt over haar schouders legt, om haar gelegenheid te geven aan te geven of er eventueel nog een blouse of trui moet worden rechtgetrokken. Tot zover voor de heren.
Dames, ik weet wel dat jullie zelfstandig zijn en zelf alles kunnen, maar dat gehark achter je op zoek naar de mouw: niet meer doen hoor. Het ziet er gewoon niet uit.
Hèhè, die ergernis ben ik kwijt. En omdat we vandaag allemaal van het ijs komen… je hebt vast wel ergens een pot runderbouillon, toch? En wat bloem, een klont boter en die pot grove Zaanse mosterd. Smelt boter, doe er bloem bij en laat samen lichtbruin worden in een hoge pan. Doe er flink mosterd bij en vervolgens de bouillon. Zo krijg je een gebonden mosterdsoep, tien minuten werk en je oren gloeien weer.
Kleine stukjes uitgebakken spek erdoor? Denk het wel. En voor de vitaminen flink tuinkers erover.
En help haar in haar jas! Oké?
© 1996-2009 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer