Felix Wilbrink, culinair journalist bij De Telegraaf, herinnerde zich twee
jaar geleden pas-nadat hem meerdere malen was gevraagd of hij ooit een
koksopleiding had genoten-dat hij inderdaad vers van de middelbare school,
tussen opleidingen in, een paar maanden als assistent had gestaan naast een
echte kok. Koken kan Wilbrink, maar schrijven ook.
En het was altijd al een uitspanning (dat woord komt dus van een halteplaats waar de paarden voor de koets werden gewisseld, uitgespannen). En ik ben er misschien al honderd keer langsgereden, wilde steeds eens naar binnen, maar zag nooit waar de ingang was, en zoef, dan zat ik alweer op de A1.
Maar nu is het gelukt en wat is het een plezier om namens jullie allemaal uit eten te gaan in ons mooie land.
Om te beginnen moet je je door de menukaart heen vechten. Hier in Greenfield’s staat het menu op de placemat, je eet er ook op. Humor op een menukaart is vreselijk, maar niet meer weg te denken. Holle bolle Geisha voor een paar sushi’s (overigens van Sushi Time, we zagen het autootje net wegrijden). Of de Erica Terpstra Burger waar je cheese (kaas dus), onion (ui, ik zeg het maar even), bacon, champignons, ei (waarom niet mushrooms en egg?) en guacamole op krijgt. En nog drie sauzen. Allemaal heel grappig, maar ik wil eten. Juffrouw T., mijn vaste begeleidster, maakte vrolijke geluidjes en zoals alle juffrouwen wilde ze een salade. Die met gerookte eendenborst heet hier Ronald Duck (juffrouw T. en ik liggen tegen elkaar van de pret). Maar eerst gaan we de rode-uiensoep proeven. Leuk, rode uien, denken we. Maar deze uien zijn groen. En de Indiase courgettesoep, zo, die is me een partij lekker. Alleen de humor zet door, mijn soep komt in een soort damesondersteek. Juffrouw T. vond het een beetje gênant en schudde geërgerd met haar parelketting. Nee, echt, we gaan niet zeuren, maar waarom moet dat nou, zo’n vreselijk bord? De Thai salad, wat een ongelooflijk lekkere stukjes gemarineerde en perfect gebakken ossenhaas in een verschrikkelijke berg krulsla. Juffrouw T. kirde dat de Ronald Duck helemaal top was. Maar waar waren de beloofde spicy rozijntjes gebleven?
Van de hoofdgerechten lieten we de red snapper komen. Een heerlijke stevige vis. Op zwarte spaghetti, met een garnalenkerriesausje. Perfect gebakken! Echt, die kok die kan wat. Goed bakken is een geweldige kunst. Maar een gerecht samenstellen ook. Wat doen die olijven daar? Smaken in ieder geval niet. Grote kappers hadden het moeten zijn. Juffrouw T. verheugde zich al op het nagerecht en we kregen iets van alles. Vooral citroengras crème brûlée klonk verheugend. Ik eet vrijwel nooit zoet, dus juffrouw T. kreeg de vrije hand. Ik kan je vertellen, als juffrouw T. boos gaat kijken is het mis. Hoewel, van de gestoofde vijgen kon ze wel een heel bord op, zei ze schalks. Geen citroengras geproefd. Wel papaja-ijs, dat is zuurstoklekker.
Vinden we Greenfield’s nou leuk of niet leuk? Heel erg leuk. Voor de verfijning moet je er niet zijn, de tekstschrijver moet ontslagen worden of de kok moet het menu eens lezen. Maar bakken kan die man. Bediening is amicaal en het ziet er binnen ouderwets gezellig uit. Ik ga beslist eens terug voor de Terpstraburger. Want wie zo kan bakken kan ook grillen. Ruim op tijd afremmen, de ingang zit als je van Baarn komt, net na het restaurant.
Restaurant Greenfield’s, Amsterdamsestraatweg 42, Baarn. 035-5412576. Van hamburgers tot escargots. Sfeer en aankleding: gezellig rommelig. Voor € 80 met twee personen ruim onder de pannen. Op zondag alleen open voor groepen. Rest van de week voor lunch en diner.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer