De kleurrijke schilderijen van mensen, landschappen en stadsgezichten belandden begin vorige eeuw in Rusland door de verzameldrift van twee rijke kooplieden uit Moskou: Sergej Sjtsjoekin en Ivan Morozov. Na de revolutie in 1917 werden hun collecties genationaliseerd en kwam een deel in de Hermitage terecht.
Met de expositie wil de Hermitage laten zien hoe het impressionisme tot bloei kwam. De vluchtige impressies in de openlucht zorgden in de conservatieve Parijse kunstwereld in het begin voor een schokgolf. Veel kunstenaars hielden toen nog vast aan gedetailleerde schilderijen van mythologische, historische of religieuze onderwerpen.
„Vandaag de dag mag het impressionisme zonder twijfel tot de populairste stromingen in de kunst worden gerekend”, zei directeur Cathelijne Broers van de Hermitage Amsterdam donderdag. Het museum toont ook de traditionele Franse werken, om het contrast te laten zien. Deze schilderijen werden verzameld door de tsaren en de adellijke families en kwamen na de communistische revolutie eveneens in de Hermitage terecht.
Russische kooplieden kochten ook werken van Vincent van Gogh. Negen van zijn schilderijen hangen nu in de Hermitage in Sint Petersburg. Ze komen echter niet naar Amsterdam voor de nieuwe tentoonstelling. „De werken zijn te fragiel om te vervoeren”, aldus Broers.
De Nederlandse vestiging van de Hermitage zal vanaf 29 september wel 75 andere schilderijen van Van Gogh laten zien. Ze komen uit het Van Gogh Museum in Amsterdam, dat 7 maanden sluit voor een renovatie. De beroemde Nederlandse kunstenaar is dan een paar maanden samen met zijn Franse tijdgenoten te zien.
© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer