Financieel/Geld

Hoe je als zzp’er je pensioen regelt

Door Lorraine Marlisa

ANP

Als een werknemer nooit aan zijn pensioen denkt, dan is het er in de meeste gevallen toch op een zekere dag. Dat geldt niet voor zelfstandigen. Die moeten zelf extra poen voor hun oude dag regelen. Hoe je dat doet, kun je vanavond horen tijdens het webinar. Wij geven alvast een voorproefje.

ANP

Een beetje zzp’er heeft het al druk genoeg met het eigenhandig binnenhalen van opdrachtgevers, het zelf regelen van die verrekte administratie en natuurlijk het vervaardigen van producten of leveren van diensten. De discipline die het vergt om dit alles voor elkaar te krijgen, is ook nodig voor het regelen van een comfortabele oude dag. Wie begint, dient zichzelf eerst een aantal vragen te stellen. Nog even geen zin in moeilijke vragen, ga dan door naar het kopje ’opties’.

1. Heb ik al ergens pensioen opgebouwd in een dienstverband en hoe is het nabestaanden pensioen geregeld?

„Het opgebouwde pensioen blijft staan”, zegt pensioenadvocaat Theo Gommer. „Maar een nabestaandenpensioen kan op opbouw- of risicobasis zijn geregeld. Een nabestaanden pensioen op risicobasis werkt hetzelfde als een gewone verzekering: betaal je geen premie, dan ben je niet verzekerd. Als je uit dienst treedt, betaal je geen premie meer. Zou je bijvoorbeeld een dag later komen te overlijden dan is er niets voor je partner.” Bij een nabestaandenpensioen op opbouwbasis krijgt de partner wel uitgekeerd.

2. Hoeveel heb ik later nodig?

Dat is een vraag die iedere zelfstandige anders zal beantwoorden. „Je kunt natuurlijk voor 70% van de laatst verdiende inkomsten gaan, maar dat hoeft niet”, zegt Gommer. Om deze vraag te beantwoorden zul je jezelf nog meer vragen moeten stellen: Waar woon ik later? Heb ik een hypotheek afgelost? Heb ik ergens nog vermogen? Wil ik nog reizen? „Zo maak je een inventarisatie en kun je beter bepalen hoeveel je nodig hebt om van te leven”, aldus Gommer.

3. Hoeveel heb ik daar voor over?

„Laatst kwam er iemand bij mij van 58 die zei: ’Op mijn 65e verkoop ik mijn huis’. Op die manier komt er geld vrij voor het pensioen, maar sommigen willen hun huis niet verkopen”, vertelt Gommer. Ga na waartoe je bereid bent. „Niet minitieus maar in grote lijnen.” Wanneer wil je stoppen met werken? Hoeveel kun of wil je sparen voor een uitkering naast je AOW?

De opties

Eenmaal een beeld geschetst van de situatie nu en later, kan het opbouwen van pensioen beginnen.

AOW

Tenzij je niets extra’s wilt opbouwen natuurlijk. Dan krijg je in ieder geval, zoals iedere Nederlander, AOW. Het is waarschijnlijk niet voor niets dat de uitkering die voortkomt uit de Algemene Ouderdoms Wet in de volksmond een verkleinwoord meekrijgt. Het AOW’tje is geen vetpot: 70% van het minimumloon. Sinds juli 2017 is het nettobedrag met heffingskorting € 1.098,96 voor alleenstaanden en € 757,80 voor stellen. Je wordt gekort op je AOW als je in het buitenland werkt, 2% voor elk jaar. Houd daar rekening mee als je zo’n reizende zzp’er bent die hecht aan een werkplek met een Balinese zonsondergang. Je kan het ontstane gat opvullen door extra premie te betalen, wat met terugwerkende kracht kan.

Huis

Toch maar wel iets extra’s opbouwen voor naast de AOW? Dat kan met een eigen huis. „Zeker mensen die nu kopen, moeten aflossen. Dat is een goede investering voor later”, zegt Gommer. „Maar als je straks 67 of 68 bent en je hebt een leuk fraai huis van twee of drie ton, dan kun je nog niet eten.” Bedenk dus of je in of van je huis wilt leven. Wellicht kun je het redden zonder de lasten van je afgeloste hypotheek „Ik zou niet €1.000 in het aflossen van de hypotheek stoppen maar bijvoorbeeld €500 aflossen en €500 sparen. Dan heb je vrij vermogen om te doen wat je wilt.” Mocht al je geld wel in stenen zitten: „Het mooie aan het hebben van een huis is dat je altijd de keuze hebt om wel te verkopen.”

Sparen

Maar ook met een huis, vindt Gommer het verstandig om ook wat opzij te zetten voor later. Je weet bijvoorbeeld niet wat fiscale maatregelen met je inkomen doen. Het nieuwe kabinet wil bijvoorbeeld de Wet Hillen afschaffen, wat betekent dat je straks meer belasting betaalt vanwege het eigenwoningforfait, ook als de hypotheek is afgelost. Spreiden is het toverwoord. Dat kan natuurlijk door geld op een doodgewone spaarrekening te zetten. Daarmee is het altijd beschikbaar, maar ook niet beschermd tegen shopwoedes, vakantiedrang en tegenvallers als kapotte wasmachines. Daarbij levert het niet veel op met de beroerde lage spaarrentes. Het nieuwe kabinet wil de belasting op spaargeld verlagen, maar je betaalt nog steeds vermogensrendementsheffing als je opgepotte centen boven een bepaald bedrag uitkomen. Eigenlijk is gewoon sparen voor de oude dag niet zo’n heel goede optie.

Bancaire lijfrente/banksparen

Beter is het om de bancaire lijfrente ofwel banksparen te overwegen. De oudedagsvoorziening voor werknemers heet pensioen, die voor zelfstandigen lijfrente en sinds 2008 kun je die bij een bank opbouwen met belastingvoordeel. „Het voordeel is dat de premie-inleg fiscaal aftrekbaar is. De uitkering die je later krijgt, is belast”, legt Gommer uit. „Daarbij dwing je jezelf serieus te sparen want je kunt het geld niet opnemen. Wil je iets meer risico nemen, dan kun je ervoor kiezen erbij te beleggen. Een aandelenfonds moet 3 tot 5% rendement opleveren.”

Lijfrenteverzekering

Je kunt ook premie in een polis van een lijfrenteverzekering storten. Het is verschil tussen de bancaire lijfrente en de lijfrenteverzekering is de looptijd en de regeling bij overlijden. De bancaire lijfrente heeft een einddatum, dus mocht je wat langer leven dan je dacht, dan moet je het in die extra jaren wellicht alleen met je AOW’tje doen. Bij een verzekeraar kun je kiezen voor levenslange lijfrente, wat deze optie ook duurder maakt. Of die kosten het waard zijn? „De meeste mensen leven ongeveer 20 jaar nadat ze met pensioen gaan”, zegt Gommer. Bij overlijden draagt een verzekeraar de lijfrente niet over aan nabestaanden als daar geen voorziening voor is getroffen in de vorm van, jawel, een verzekering. Een bancaire lijfrente valt onder het erfrecht, het opgebouwde kapitaal komt automatisch toe aan de erfgenamen zonder extra kosten.

Oudedagsreserve (Let op!)

Met de oudedagsreserve zijn meerdere televisie-items gevuld en ook pensioenadvocaat Theo Gommer ziet mensen voorbij komen die hiermee de mist in zijn gegaan. Wat is de oudedagsreserve? „Je kunt een deel van je winst, ongeveer 10% opgeven bij de Belastingdienst als oudedagsreserve. Daar betaal je dan geen belasting over.” Het lijkt dus een goedbedoelde faciliteit van de fiscus om jou een beetje te helpen sparen, maar dan moet je dus wel SPAREN. „Mensen vergeten dat weleens, omdat het vakantie is, Kerstmis of apparatuur kapot is. En dan willen ze het eindelijk opzij zetten, maar dan is het alweer bijna vakantie”, vertelt Gommer. Dit kan flink in de papieren lopen want de Belastingdienst wil uiteindelijk wel geld zien, als je stopt met je bedrijf of als je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. „Als je de Belastingienst elk jaar vertelt dat je €10.000 opzij hebt gezet en je stopt na 10 jaar, dan moet je dus over €100.000 belasting betalen.”

Niet zomaar aanvinken dus, die oudedagsreserve. Dat kan pas als je bedacht hebt hoe je geld opzij gaat zetten. Van de oudedagsreserve kun je alleen gebruik maken als je vrij spaart en/of belegt. Doe je dat via een bancaire lijfrente of lijfrenteverzekering dan kun je de oudedagsreserve niet aanvinken.

Lees meer over