Nieuws/Financieel

Trump zet online privacy op de kaart

Door Rob Goossens

Internetters raadplegen Google voor meer privacy.

Internetters raadplegen Google voor meer privacy.

Peter Schoonen

Washington - Amerikaanse telecomaanbieders mogen de internetgeschiedenis van hun klanten verkopen. Hoewel de internetreuzen over dezelfde informatie beschikken, zorgt de wetswijziging voor een opleving van beschermende maatregelen.

Internetters raadplegen Google voor meer privacy.

Internetters raadplegen Google voor meer privacy.

Peter Schoonen

In zijn strijd tegen bemoeizuchtige toezichthouders heeft Trump zijn eerste slachtoffer gemaakt. Telecomwaakhond FCC werd eind maart via een wetswijziging gemuilkorfd en bewaakt niet langer de online privacy van de Amerikaanse consument.

Telecomaanbieders hebben lang gelobbyd voor minder streng toezicht, en die wens ging hiermee in vervulling. Nu ze ook gegevens van hun gebruikers mogen verkopen, kunnen ze de strijd aangaan met internetgiganten als Google en Facebook, die miljarden verdienen door profielen aan adverteerders aan te bieden.

Maar het gaat niet alleen om adverteerders. De verwachtingen van big data zijn in het bedrijfsleven zo hoog, dat de Data & Marketing Association erachter kwam dat 98% van alle bedrijven plannen op dit gebied heeft.

Amerikaanse internetters zijn er niet gerust op. Uit openbare gegevens van Google blijkt een opmerkelijke verdubbeling van het aantal privacygerelateerde zoekopdrachten. De grootste telecomaanbieder van de Verenigde Staten, Comcast, voelde zich genoodzaakt om te ontkennen dat het gegevens van zijn gebruikers wil verkopen.

Silicon Valley-kopstukken, zoals Twitter’s advocaat Vijaya Gadde, riepen niettemin eendrachtig op tot het gebruik van virtual private networks (VPN’s). Een VPN is een trechter waar al het internetverkeer van de gebruiker doorheen gaat. Voor de buitenwereld, zoals de telecomaanbieder, is echter alleen de verbinding met de VPN-aanbieder zichtbaar. Dit gegeven is onbruikbaar voor data-analisten.

Ironisch genoeg zijn zulke verbindingen met name populair om internetblokkades te omzeilen in onvrije landen als China en Turkije. In Nederland is niet alleen netneutraliteit bij wet geregeld, maar is ook het verkopen van persoonsgegevens aan strenge regels gebonden.

Toch zijn ook hier honderden verschillende aanbieders van VPN’s actief. Van hen zijn AirVPN en Private Internet Access (PIA) de grootste. Die worden overigens voornamelijk gebruikt om het - grotere - Amerikaanse aanbod van videodiensten als Netflix en Amazon Prime te kunnen bekijken.

Hoewel online privacy een serieus onderwerp is, valt er deze week ook iets te lachen. Op ontwikkelaarsplatform github dook vorige week namelijk de toepassing Internet Noise op (‘internetruis’).

Bij activatie opent deze willekeurige pagina’s in de webbrowser van de gebruiker, waardoor kattenhaters plots langs kattenplaatjes komen en kinderlozen opduiken in de krochten van het babyvoeding-internet.

Naast ludiek is een dergelijke toepassing ook effectief. Voor advertentietechnologie is Internet Noise namelijk rampzalig. Adverteerders willen een zo precies mogelijk beeld van een gebruiker hebben, omdat ze dan hun producten beter onder de aandacht kunnen brengen. Dan helpt het niet dat deze data moedwillig vervuild wordt met ’gedrag’ van een luidruchtige robot.