Nieuws/Financieel

Nieuw energiebeleid zonder zwaar gesubsidieerde windparken

Door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

De economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg pleiten voor een nationaal energieakkoord waarin bij duurzame energie de nadruk wordt gelegd op zonne-energie in de vorm van regionale en lokale energieparken waarmee zonnestroom wordt opgewekt. Voorstellen voor de aanleg van zwaar gesubsidieerde windparken in de Noordzee op kosten van de portemonnee van burgers moeten door het kabinet worden afgewezen. Dat geldt ook voor windparken op land. Omdat met duurzame energie niet kan worden voorzien in onze energiebehoefte zal bij fossiele brandstoffen de nadruk moeten liggen op gas. De vervuilende kolencentrales moeten volgens Vermeend en Van der Ploeg zo snel mogelijk gesloten worden.

Een zwabberend beleid

Binnen de Sociaal Economische Raad (SER) wordt druk onderhandeld over een nationaal energieakkoord. Doel is een maatschappelijk breed gedragen afspraak over een vergroening van de Nederlandse energiehuishouding. Het aandeel duurzame energie moet groeien van ruim 4% nu tot 16% in 2020. Bij duurzame energie gaat het vooral om windenergie, zonne-energie en biomassa. Daarnaast moeten huishoudens en bedrijven veel meer energie gaan besparen. Een nieuw energiebeleid is dringend noodzakelijk. Het tot op heden gevoerde beleid is een lappendeken aan regelingen, zoals energieheffingen, subsidies, fiscale aftrekposten en ingewikkelde milieuvoorschriften, die om de haverklap worden gewijzigd of afgeschaft.

De afgelopen twintig jaar is er sprake geweest van een zwabberend milieu- en energiebeleid. Daardoor zit Nederland nu in de Europese bezemwagen als het gaat om duurzame energie. Maar ook opgescheept met een overschot aan vervuilende kolencentrales. Het is hoog tijd voor een effectief en toekomst gericht energiebeleid. Die noodzaak wordt onderstreept door het opraken van onze aardgasvoorraden. De voordelen van vergroening zijn groot. Minder luchtverontreiniging, minder uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, minder afhankelijkheid van onberekenbare buitenlandse gasleveranciers en extra werkgelegenheid in de milieu- en energiesector.

Beperkte effectiviteit nationaal beleid

Omdat dit beleid sterk wordt beïnvloed door ontwikkelingen binnen Europa en zelfs de Verenigde Staten moeten we de betekenis daarvan niet overschatten. Bovendien is het Europese beleid op dit vlak volledig mislukt. Het systeem van emissiehandel (ETS) verkeert in zwaar weer en functioneert niet meer. Internationale klimaatafspraken waarop Brussel had ingezet, zijn niet van de grond gekomen. De Europese veronderstelling dat gas en olie snel zouden opraken en veel duurder zouden worden, is niet uitgekomen. Daarnaast gaan lidstaten hun eigen gang en heeft de schaliegasrevolutie in de VS de energiewereld op zijn kop gezet. De SER ontkomt er niet aan om met deze ontwikkelingen uitdrukkelijk rekening te houden.

Naar een nieuw energiebeleid

Over de noodzaak van energiebesparing is iedereen het wel eens. De voordelen zijn groot: minder gebruik van fossiele brandstoffen, lagere energiekosten voor burgers en bedrijven en extra werk in bedrijfssectoren die (isolatie) werkzaamheden uit voeren om deze besparingen te realiseren. Een wettelijke besparingsverplichting die van sommige kanten geopperd wordt, moet worden afgewezen. Een dergelijke verplichting jaagt burgers en bedrijven op kosten en is niet goed uitvoerbaar. Bij energiebesparing dient vrijwilligheid voorop te staan. Wel kan besparing gestimuleerd worden met behulp van subsidies en/of fiscale tegemoetkomingen.

Maar de ervaring leert dat deze regelingen ingewikkeld zijn, administratieve rompslomp met zich meebrengen, moeilijk te controleren en een slechts een beperkt effect sorteren. Een werkbare regeling moet eenvoudig en goed controleerbaar zijn. Fiscale tegemoetkomingen voor huishoudens voldoen daar niet aan. Het beste is een regeling die uitgevoerd wordt door de bedrijven die werkzaamheden met een aantoonbare energiebesparing aan woningen uitvoeren. Ons voorstel ziet er al volgt uit. Op een door de fiscus goedgekeurde standaardfactuur wordt het bedrag vermeld dat voor deze werkzaamheden bij de huizenbezitter in rekening is gebracht. Op deze factuur wordt een korting toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van een percentage van totale rekening. Het bedrijf mag deze korting in aftrek brengen bij de eigen belastingafdrachten aan de fiscus.

Voor nieuwe bedrijfsgebouwen en kantoren en nieuwe huizen kan wel worden gewerkt met een wettelijke verplichting. Voor alle nieuwbouw moet gelden: ten minste energieneutraal en op termijn energieplus.

Geen hoofdkeuze voor wind

Vijf jaar geleden zag het er nog naar uit dat windenergie (vooral op zee) voor ons land aantrekkelijk zou zijn, maar alle recente voorspellingen en berekeningen wijzen nu uit dat zonne-energie de toekomst is. Door technologische vernieuwingen en een verlaging van de productiekosten zal zonnepanelenstroom in Nederland vóór 2020 opgewekt kunnen worden met een kostprijs per kWh die op hetzelfde niveau ligt als die van fossiele brandstoffen en veel lager dan wind op zee. Daarom ligt het voor de hand dat in een toekomstgericht energieakkoord zonne-energie de hoofdbron van onze duurzame energiehuishouding wordt.

Het ziet er niet naar uit dat dit het geval zal zijn. Op aandrang van vooral de milieu-organisaties wordt de nadruk gelegd op zwaar gesubsidieerde windparken in zee. In 2020 moet er voor 3200 megawatt (MW) aan windmolens op de Nederlandse Noordzee staan. In de jaren daarna wordt er nog een 1800 MW bijgeplaatst. Eerder zijn er door politiek Den Haag en de provincies al afspraken gemaakt over een verdrievoudiging van het opgestelde windvermogen op land. Door massale protesten van burgers zal deze afspraak onder druk komen te staan

Windenergie onbegrijpelijk en weggegooid geld

Alleen al gezien de serieuze bezwaren en kosten die kleven aan windenergie is de hoofdkeuze voor wind onbegrijpelijk. Dat is te meer het geval nu vaststaat dat zonne-energie de toekomst is, minder bezwaren kent, minder overheidssubsidies vraagt en voor ons land meer werkgelegenheid oplevert en kan leiden tot een nieuwe innovatieve bedrijfssector in Nederland. De belangrijkste bezwaren tegen windenergie zijn de afhankelijkheid van de grilligheid van de wind, de relatief hoge onderhoudskosten bij molens, de hoorbare en zogenoemde infrasone geluiden (beneden de gehoorgrens), de horizonvervuiling, de aantasting van de woon- en leefomgeving en de mogelijke waardedaling van woningen bij wind op land. Daarnaast is het nodig om een dure reserve capaciteit bij traditionele energiecentrales aan te houden om bij te weinig wind toch voldoende elektriciteit te kunnen leveren.

Als grootse bezwaar wordt gezien de miljarden aan overheidssubsidies die met windenergie gemoeid zijn. Vandaar de slogan van tegenstanders: windmolens draaien niet op wind, maar op subsidies. Omdat de schatkist geen geld heeft, moeten die worden opgebracht door de burgers in de vorm van een opslag op de energierekening; de koopkracht daalt daardoor nog verder en dat pakt slecht uit voor onze economie.

In de huidige situatie wordt er door de marktsector alleen maar in wind geïnvesteerd als de overheid subsidies op tafel legt. Op basis van de huidige subsidieregeling gaat het bij windenergie op land, op basis van een totale omvang van 6000 MW, om een jaarlijkse subsidie van bijna €400 miljoen euro. Bij wind op zee waarvan de kostprijs veel hoger ligt dan op land, gaat het bij die omvang om een jaarlijks subsidiebedrag dat richting de 1 miljard gaat.

Windenergie is bovendien een ‘oude’ technologie die min of meer is uitontwikkeld. Door technische verbeteringen zal de efficiency van windmolens nog slechts beperkt kunnen toenemen. Een belangrijk bezwaar is ook dat de belangrijkste voordelen die gemoeid zijn met de bouw van windmolenparken ( extra werk en winsten) niet in Nederland terecht komen, maar bij de buitenlandse molenbouwers en leveranciers. Wij subsidiëren dus vooral het buitenland.

Zonne-energie hoofdbron

Het is waarschijnlijk dat zonnepanelenstroom in Nederland vóór 2020 commercieel opgewekt kan worden zonder overheidssubsidies. Alleen al uit het oogpunt van gezonde overheidsfinanciën en het voorkomen van verdere lastenverzwaringen bij burgers moet politiek Den Haag geen langlopende subsidieverplichtingen aangaan voor een oude technologie die veel bezwaren kent en ons land economisch gezien weinig oplevert.

In een nationaal energieakkoord moet bij fossiel de nadruk liggen op gas en bij duurzaam op zonne-energie. Dat laatste kan door het bevorderen van zonnepanelen op bestaande woningen, maar de praktijk leert dat dit een druppel op een gloeiende plaat is. De snelste methode is om in alle provincies zonneparken te gaan aanleggen; op onrendabel percelen, zoals de min of meer leegstaande (oude en nieuwe) bedrijfsparken buiten steden, op gronden geschikt voor gemengd gebruik, maar ook op grote daken (overheid, industrie, kantoorpanden) en langs snelwegen (o.a. geluidswallen).

Die aanleg leidt tot duurzame energie die geluidloos is en de woon- en leefomgeving niet aantast. Belangrijk is ook de extra regionale werkgelegenheid en het ontstaan van een innovatieve solarsector in Nederland. Bovendien kan deze aanleg zeer snel worden gerealiseerd. Een zonnepark van 1 MW op stellages boven de grond kan binnen zes weken kant en klaar worden opgeleverd. Als we nu al met deze aanleg willen beginnen dan is bij deze aanpak voor een commercieel renderende aanleg door de marktsector een beperkte overheidssubsidie nodig van circa 5 eurocent per opgewekte kWh zonnestroom. Bij parken die in de jaren daarna worden aangelegd kan deze subsidie naar nul worden afgebouwd.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg