Nieuws/Financieel

Risicoloos beleggen?

Door Tjerk Smelt

De eerste maanden van dit jaar zijn de beurskoersen opgelopen aan de hand van de relatieve rust op politiek gebied en het gebrek aan alternatieven. Alhoewel er nog geen nieuw kabinet is, is de beurs tevreden over de uitkomst van de Nederlandse verkiezingen en datzelfde geldt voor de nieuwe president in Frankrijk. Duitsland en Italië moeten nog komen, maar de beurzen hebben alvast een voorschot genomen. Maar door de opgelopen waarderingen en de rumoer in de Verenigde Staten rondom Trump hapert nu de verdere opmars.

En wat nu? Winst nemen en uit de markt blijven is wellicht een even slecht alternatief als in de markt zitten. Defensievere beleggingen kiezen? Van oudsher wordt er dan een groter gewicht gegeven aan vastrentende waarden. Wat leveren die vandaag de dag nog op en welke obligaties moet je dan hebben? In de gestandaardiseerde portefeuilles bij de meeste grootbanken kom je bijvoorbeeld nog veel staatspapier tegen. Mooie rendementen uit het verleden (door de gedaalde rente), maar absoluut geen garantie naar de toekomst toe.

De goudgerande staatsobligatie bestaat eigenlijk niet meer. Het ‘risicoloos’ beleggen in staatspapier of sparen bij de bank is na 2008 sowieso verdwenen. Neem bijvoorbeeld een positie in Vanguard Euro Government Bond Index Fund, een fonds dat bij een aantal (groot-) banken op het zogenaamde favorietenlijstje staat. De titel klinkt heel degelijk, maar in de praktijk wordt er voor 1/3de deel belegd in BBB obligaties en is het effectieve rendement toch maar 0,6% (bruto) op jaarbasis.

De particuliere belegger belegt tegenwoordig over het algemeen in obligaties via beleggingsfondsen of indexbeleggingen. Bij de indexbeleggingen wordt simpelweg een index gevolgd en vaak is de stelregel bij een index dat er niet belegd mag worden in obligaties met een negatief rendement. Dan kom je automatisch uit op landen als Spanje, Italië en Frankrijk en spelen landen als Duitsland en Nederland met een AAA-rating een ondergeschikte rol. Beleggingsfondsen hebben een vrijere rol in hun keuzes, maar zullen op voorhand natuurlijk ook niet kiezen voor rendementen die de kosten nooit zullen goedmaken. De afwijking ten opzichte van de index zal daarom vaak niet heel groot zijn.

En dan krijg je het volgende probleem, want een ogenschijnlijk laag risico zonder beloning is wellicht juist een heel groot risico. Wordt het nemen van een hoger risico dan goed genoeg gecompenseerd door het hogere rendement? De laatste weken zijn bijvoorbeeld de Rabo certificaten enorm in trek geweest. Het achtergestelde karakter van deze lening wordt beloond met een rendement van circa 5,5% (bruto). Het risico is op papier hoog en zeker wanneer je dit vergelijkt met een product waarin in veel verschillende debiteuren belegd wordt. Het contrast is echter ook enorm: de Rabocertificaten zijn vanaf 1 januari dit jaar gestegen in koers met circa 2,6% en daar komt de coupon van 6,5% op jaarbasis (over nominaal) bij. Voor nu totaal een rendement van ruim 4%. De Euro staatsobligatie index (Bloomberg Barclays Euro Treasury Bond Index) is in dezelfde periode juist circa 1,3% (koers en coupon) gedaald en de Europese bedrijfsobligaties (Bloomberg Barclays Euro Corporate Bond Index) is 0,78% (koers en coupon) gestegen.

Crisis van 2008

De afwegingen op dit moment zijn lastig. De zogenaamde zekerheden kiezen in de vorm van staatsobligaties of juist kiezen voor een hoog rendement met de hoop dat een 2008-scenario zich niet herhaalt. De belegger van toen herinnert zich nog heel goed dat de perpetuele leningen gedecimeerd werden in koers, geen couponnen meer uitkeerden en het de vraag was of deze ooit nog zouden herstellen. Het koersherstel is er gelukkig gekomen mede gesteund door de enorm gedaalde rente. Maar die steun zal op een gegeven moment voorbij zijn en in de tussentijd blijft de vraag hoe er op een gedegen wijze een cashflow gerealiseerd kan worden. Bij een volgende (financiële) ramp is er nu in ieder geval geen ruimte om de rente zo te verlagen als na 2008.

Oplossing

Een oplossing? Die is er op het moment natuurlijk niet. Het devies blijft simpelweg spreiden en deels genoegen nemen met een lagere cashflow. Spreiden kan niet alleen over debiteuren, maar ook over valuta, markten, soorten effecten en liquiditeiten. Beschouw de vastrentende waarden daarnaast nu niet als rendementsmakers, maar als een waardevaster onderdeel van de beleggingsportefeuille. De tijd dat er echt verdiend kan worden aan een brede vastrentende portefeuille komt vanzelf wel weer. En de Rabocertificaten? Ook die kunnen meegenomen worden in een goed gespreide portefeuille, maar wel met mate!

Tjerk Smelt is beleggingsadviseur

Indexus, Experts in Indexbeleggen

Deze publicatie is niet bedoeld als (individueel) beleggingsadvies noch als een uitnodiging of een aanbod effecten of andere financiële instrumenten te kopen of te verkopen. Besproken effecten kunnen voorkomen in de portefeuilles van cliënten van Indexus. Een ieder die informatie uit deze publicatie ten grondslag legt aan aan- en verkooptransacties in financiële instrumenten, doet dat op eigen risico.

Door Tjerk Smelt