Financieel/Geld

Vroegpensioen voor zware beroepen haalbaar

De kosten om werknemers met zware beroepen eerder met pensioen te laten gaan, zijn te overzien. Dat komt naar voren uit een studie van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), waarbij in eerste instantie is gekeken naar de afbouw- en natuursteenbranche.

De resultaten bieden volgens de EIB echter ook aangrijpingspunten voor andere sectoren met zware beroepen. Volgens de onderzoekers kan via het UWV aan een goede definitie gekomen worden. Als wordt uitgegaan van groepen met een bovengemiddelde uitval door arbeidsongeschiktheid gaat het om zo'n 2 procent van de beroepsbevolking. Bovendien is het een deel dat relatief vroeg begonnen is met werken, waardoor een eerdere pensioen ook te rechtvaardigen is.

Als de volledige groep drie jaar eerder zou stoppen met werken, kost dat zo'n 120 miljoen euro. Bij vijf jaar eerder stoppen komen de kosten uit op 200 miljoen, becijferde het EIB. Daar staat tegenover dat minder mensen arbeidsongeschikt raken of minder lang een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen en dat daar flink op bespaard wordt. Bovendien gaan de kosten voor ziekteverzuim omlaag en de arbeidsproductiviteit omhoog.

Door de AOW-leeftijd te verhogen, bespaart de overheid veel geld aan uit te keren AOW, benadrukte het EIB verder. Het instituut oppert dat een deel daarvan kan worden vrijgemaakt voor werknemers met zware beroepen.

FNV Bouwen en Wonen is blij met de uitkomsten van het onderzoek. ,,Hier hebben we wat aan'', aldus bestuurder Peter Roos. Hij wees er daarbij op dat in omringende landen al afspraken zijn gemaakt. ,,Daar bestaan lijsten met beroepen en duidelijke criteria'', aldus de bestuurder.