Nieuws/Financieel

Nasleep crisis houdt de arbeidsdeelname vlak

Inhaalslag mannen: meer deeltijdwerkers

Door Martijn Klerks

Hollandse Hoogte

Amsterdam - Vrouwen die in deeltijd werken, brengen hun mannelijke collega’s steeds vaker op ideeën: ze gaan ook parttime werken! Het verschil is nog groot, maar „je zou kunnen spreken van een inhaalslag”, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hollandse Hoogte

Nederlanders zijn Europees en misschien wel wereldkampioen deeltijdwerken, maar tot een paar jaar geleden kwam dat vooral door vrouwen met een baan voor vier dagen in de week of minder. Nu ontdekken mannen die mogelijkheid ook: honderdduizenden zijn er in de afgelopen jaren gaan parttimen.

Tegelijkertijd zijn meer vrouwen de arbeidsmarkt op gegaan, voor zowel voltijd- als deeltijdbanen. De bruto-arbeidsparticipatie – het aantal werkenden en werkzoekenden op de totale bevolking – ligt voor mannen en vrouwen al bijna gelijk, blijkt uit cijfers die het CBS vanochtend publiceert. Het totale cijfer loopt al een paar jaar niet meer op. „Dat is nog steeds de nasleep van de economische crisis”, legt Van Mulligen uit. „Deze keer duurt het wat langer.”

Twee derde van alle vrouwen heeft of zoekt een baan, tegen iets minder dan driekwart van de mannen. Vrouwen werken wel veel minder uren dan mannen, maar de vrouwelijke deeltijders worden wel steeds actiever. Het aantal vrouwen met een vierdaagse werkweek ligt inmiddels bijna gelijk aan het aantal vrouwen dat drie dagen of minder werkt.

In sommige groepen is het verschil tussen mannen en vrouwen, gemeten naar aantallen werkenden, helemaal verdwenen. In de leeftijdscategorie tot 25 jaar werken vrouwen vaker dan mannen. Die ontwikkeling is het gevolg van het groeiend aantal studenten, zegt Van Mulligen. „Tegenwoordig studeert bijna iedereen, en hebben meisjes vaker een bijbaan dan jongens.”

Ook onder hoogopgeleiden heeft een verschuiving plaatsgevonden: meer dan 80% van alle hoogopgeleide vrouwen heeft een baan. Onder hoogopgeleide mannen ligt dat percentage nauwelijks hoger. Gemeten naar uren wordt het beeld wel iets anders: Twee derde van die hoogopgeleide vrouwen zijn parttimers. Van alle hoogopgeleide mannen werkt driekwart fulltime.

„Parttime werken is in Nederland een diepgewortelde gewoonte”, zegt Didier Fouarge, hoogleraar arbeidsmarkt aan Maastricht University. Gemeten naar aantal werkende personen hoort Nederland bij de top van Europa, maar gemeten naar aantal uren horen we – door al die deeltijdwerkers – juist bij de achterhoede.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek vorig jaar bovendien dat vrouwen zelfs voor ze kinderen krijgen kiezen voor een parttime baan. Opvallend, want al tientallen jaren gaan er meer meisjes naar de universiteit dan jongens. Vrouwen sorteren voor op een leven vol zorgtaken, en ontnemen zichzelf de kans op een mooie loopbaan, verzuchten critici.

Dat het aantal parttimers op de arbeidsmarkt jaar na jaar toeneemt, hoeft geen probleem te zijn, stelt Fouarge. „Buiten werktijd doen mannen en vrouwen natuurlijk ook nuttige dingen. En meer vrije tijd is ook een teken van meer welvaart. Dat we parttime kunnen werken, is een groot goed.”

De parttimecultuur is ook niet zomaar te veranderen, stelt de hoogleraar. „De stap van fulltime naar deeltijd is heel groot. Wettelijk moet een werkgever de wens van een werknemer om minder te gaan werken honoreren, maar die laatste is bang om een promotie mis te lopen, of om minder betrokken te zijn bij het kantoorleven.”

Door Martijn Klerks