Nieuws/Financieel

Links en rechts

Het is verkiezingstijd en linkse en rechtse partijen worden weer op een rijtje gezet, wat de nodige verwarring oplevert. In de klassieke sociaal-economische indeling vertegenwoordigt links de factor ‘arbeid’ en rechts de factor ‘kapitaal’. Links behartigt dus de belangen van de arbeidende klasse (de werknemers) en rechts de belangen van de kapitalisten, lees: ondernemers, managers en huizenbezitters, want de laatsten zijn ook een beetje kapitalist.

In Engeland is de situatie het duidelijkst: links heb je Labour, rechts de Conservatives, en links van het midden de Liberals. Nederland is het enige land waar de rechtse partij, de VVD, zich ‘liberaal’ noemt, hoewel die partij dat al veertig jaar niet meer is. Wiegel had in de jaren zeventig door dat een echte liberale partij altijd klein zou blijven, want zoveel vrijzinnige geesten zijn er niet, en dus maakte hij van de VVD een rechtse partij, à la de Conservatieven in Engeland en de Republikeinen in Amerika. Toch heeft Wiegel het nog altijd over ‘wij liberalen’, terwijl hijzelf rechtser dan rechts is. D66 claimt nu liberaal te zijn, maar de partij valt vooral op door zijn pro-EU houding, terwijl echte vrijzinnigen altijd juist heel kritisch over grote bureaucratieën zijn.

De PvdA heette ooit met recht Partij van de Arbeid. Ze kwam op voor de belangen van arbeiders. Maar de PvdA is sinds de jaren negentig steeds meer naar rechts opgeschoven. Dat ging zover dat wat Jeroen Dijsselbloem de afgelopen vier jaar verkondigde, een VVD-minister niet had misstaan. Door de beweging naar rechts van de PvdA is een enorm gat op links ontstaan. In dat gat zijn achtereenvolgens de SP, de PVV en 50Plus gedoken. Henk en Ingrid zouden vroeger op de PvdA hebben gestemd, maar kiezen nu voor Wilders. Het is dan ook niet duidelijk waarom de PVV een extreem-rechtse beweging wordt genoemd. Het past bij een partij die arbeidersbelangen behartigt, om tegen immigratie te zijn. Immigratie treft haast altijd de laagst betaalden, die hun banen ingenomen zien worden door nieuwkomers, die ook nog eens hun lonen onder druk zetten. De PvdA voerde in de jaren vijftig onder Drees een emigratiebeleid, en het kabinet-Den Uyl publiceerde in 1974 een nota met de stelling ‘Nederland mag geen immigratieland zijn.’ De PVV is dus gewoon ouderwets links.

Met de positie van arbeid is het, na alle verschuivingen van de laatste dertig jaar, treurig gesteld. De linkse partijen van nu, dus SP, PVV en 50Plus, hebben nog nooit in een kabinet gezeten en de kans is groot dat ze dat na de verkiezingen van maart ook niet zullen doen. Kapitaal heeft de strijd gewonnen, maar als kapitaal te machtig is en arbeid te zwak, betekent dit dat het geld op de verkeerde plaats zit en de groei laag is. De koopkracht van Henk en Ingrid is zeven jaar lang niet gestegen. Straks mogen zij weer kiezen.