Financieel/Geld

Heb je aankomende jaren echt meer te besteden?

Vier vragen over koopkracht

Door Redactie DFT

ANP XTRA

Nederlanders zijn dit jaar twee keer bestookt met koopkrachtplaatjes: tijdens Prinsjesdag en gisteren, met de presentatie van het regeerakkoord van Rutte III. Maar wat betekent koopkracht daadwerkelijk voor de portemonnee?

ANP XTRA

Rekende het demissionaire kabinet met Prinsjesdag nog op een koopkrachtstijging van 0,6% volgend jaar, Rutte III maakte daar gisteren met de presentatie van het regeerakkoord 1,1% van. Maar wat koopkracht nou precies is, en hoe het berekend wordt, is niet een-twee-drie uit te leggen. Daarom een uitleg in vier vragen.

1. Koopkracht, dat is toch wat je in je portemonnee hebt?

Dat is de helft van het verhaal. Koopkracht is wat een huishouden kan kopen van het geld dat het overhoudt nadát de Belastingdienst haar deel heeft genomen. Behalve met inkomen houdt de koopkracht dus ook rekening met de prijzen, of beter: met de inflatie.

Bijvoorbeeld: als uw besteedbaar inkomen met slechts een paar tientjes stijgt, of het daalt zelfs licht, dan is dat niet direct goed nieuws. Maar als een kilo appels van het ene op het andere jaar even duur blijft, kunt u van de inhoud van uw portemonnee nog steeds evenveel appels kopen – of misschien zelfs iets meer. Dan stijgt uw koopkracht. Andersom is ook waar: appels kunnen flink duurder worden, maar als u door belastingmaatregelen of een hoger loon meer geld te besteden heeft, stijgt uw koopkracht nog steeds.

2. Waarom is het zo belangrijk?

Als een nieuw kabinet aantreedt, of een zittend kabinet presenteert de nieuwe begroting, dan kijkt iedereen éérst naar de koopkrachtplaatjes. Die geven een idee van welk deel van de economische groei ook daadwerkelijk bij mensen in de portemonnee komt. Die mensen kiezen vroeg of laat een nieuwe Tweede Kamer, dus geen politicus wil door slechte koopkrachtplaatjes stemmen verliezen.

Afgelopen Prinsjesdag was een bijzondere omdat Nederland in afwachting was van het regeerakkoord: de regering die de begroting schreef is demissionair, en mocht dus geen grote nieuwe maatregelen nemen. Dat betekende dat de koopkrachtontwikkeling vrij minimaal was: het ging om tienden van procenten. In de zomer krijgt de regering de eerste koopkrachtplaatjes al te zien. Die kan het dan voor Prinsjesdag ’repareren’: al te negatieve effecten wegpoetsen door bijvoorbeeld een gerichte belastingverlaging.

3. Wat zeggen de koopkrachtcijfers over mijn situatie?

Minder dan u misschien denkt. Bij het berekenen van de koopkrachtontwikkeling gaat het Centraal Planbureau ervan uit dat de situatie van álle Nederlanders het hele jaar precies hetzelfde blijft. Niemand krijgt een andere baan, niemand maakt promotie, niemand raakt werkloos of gaat met pensioen, niemand krijgt kinderen, niemand gaat scheiden…. Als u komend jaar wél een van die dingen overkomt, dan wijkt u dus al af van wat het CPB berekend heeft.

De koopkrachtontwikkeling die het CPB noteert, zijn bovendien doorsneecijfers. Een koopkrachtstijging van 1,1% betekent dat de helft van alle Nederlandse huishoudens boven die grens zit, en de helft eronder. Dus zélfs als er aan uw situatie niets verandert, kunt u ver boven of onder de CPB-uitkomsten zitten.

4. Wat doet het kabinet voor mijn koopkracht?

Het kabinet kan maar een aantal dingen doen om uw koopkracht te laten stijgen of dalen. Het grootste deel van die maatregelen komt – niet heel verrassend – uit de belastinghoek. Zo wordt bijvoorbeeld het belastingstelsel in 2019 omgebouwd naar twee schijven. Mensen met een inkomen dat nu in de tweede, derde en vierde schijf valt, betalen dan een lager tarief aan inkomstenbelasting. Tegelijkertijd schroeft het kabinet ook het lage btw-tarief op, van onder meer levensmiddelen, van 6 naar 9%.

Of dit invloed heeft op de portemonnee, hangt af van wat de prijzen doen, en daar heeft Den Haag veel minder invloed op. Een andere manier om de koopkracht te laten stijgen is met loonsverhoging – maar ook daar gaat het kabinet niet over.