Nieuws/Financieel

Column: Geld speelt geen rol

Door Martine Hafkamp

Met Refresco verdwijnt er (weer) een fonds van het Damrak. Het waren twee fantastische jaren zullen we maar zeggen…

We konden de afgelopen dagen weer veel lezen over Nederlandse ondernemingen die overnameprooi waren, zijn of mogelijk worden. Daaraan wordt direct de vraag gekoppeld wat ‘Nederlandse’ ondernemingen zulke aantrekkelijke doelwitten maakt.

Groei kopen

Volgens mij zijn er diverse redenen waarom (Nederlandse) beursfondsen interessant kunnen zijn voor buitenlandse beleggers, al denk ik niet dat Nederlandse bedrijven per definitie meer in trek zijn dan bedrijven uit andere landen. Bedrijven of activistische aandeelhouders doen overnames om groei te kopen. Het is het resultaat van de wereldwijde jacht op rendement. Nu er in een aantal sectoren minder groei is, gaat men op een andere manier op zoek naar middelen om toch aan de eisen/verwachtingen van beleggers te voldoen.

Ten eerste lijkt een aantal Nederlandse beursfondsen, afgezet tegen buitenlandse sectorgenoten, relatief goedkoop. Maar daar kunnen Amerikaanse overnemers zich ook weer in vergissen, omdat deze ‘korting’ veelal het gevolg is van de bestaande beschermingsconstructies die in Nederland ruim voorradig zijn. Nu is een aantal van deze beschermingswallen, met een beetje goede wil, relatief eenvoudig te omzeilen.

Toch moet in dit licht de positie van de Nederlandse overheid niet worden vergeten. In het verleden hadden we er één die het wel prima vond als er Nederlandse ondernemingen werden overgenomen, maar het tij lijkt gekeerd. Ex-minister Kamp is daar met z’n voorstel voor een bedenktijd van een jaar bij een overnamebod op een voor de Nederlandse economie essentiële onderneming het lichtend voorbeeld van.

Ten tweede staan ‘onze’ bedrijven bekend als zeer internationaal en succesvol die óf goed passen bij een grotere buitenlandse sectorgenoot óf waarvan onderdelen relatief eenvoudig af te splitsen en door te verkopen zijn.

Geld goedkoop

Bovendien is geld goedkoop. Sterker nog, geld op de bank laten staan kost geld. De ECB heeft bij monde van Mario Draghi laten weten dat hier tot het vierde kwartaal volgend jaar (nog) geen verandering in zal komen. Het verlengde opkoopprogramma van Draghi en z’n kornuiten loopt immers tot en met september 2018, al wordt het maandelijkse bedrag wel verlaagd van 60 naar 30 miljard euro.

Door de lage rente wordt niet alleen investeren aantrekkelijk gemaakt, maar is het financieren van een grote overname relatief eenvoudig te realiseren. Wanneer er, deels, betaald wordt in aandelen van een goed lopende onderneming, dan is een overname verhoudingsgewijs nog goedkoper, want de aandelenkoersen én waarderingen zijn fors opgelopen. Daarnaast zijn de rendementen op diverse assets zo laag dat het beleggers, lees; private equity, welhaast dwingt om hun heil elders te zoeken. Veel geld waarmee private equity-fondsen zijn ‘gevuld’ is afkomstig van pensioenfondsen die op hun beurt weer op zoek zijn naar hogere rendementen.

Last but not least draait de economie wereldwijd natuurlijk bijna zonder uitzondering goed. Nu de bullmarket al zo’n 8,5 jaar duurt en de economie zo sterk oogt, hebben beleggers, en dan weer vooral private equity-fondsen, meer dan voldoende zelfvertrouwen om grote overnames te doen. Ten tijde van een recessie denkt men daar wel twee keer over na.

Liever lui dan moe?

Én daar komt bij dat een aantal managers van grote multinationals misschien inderdaad wel wat lui is geworden door de goede tijden, zoals door activistische aandeelhouders wordt beweerd. Een beetje de boel wat opschudden kan dan geen kwaad zolang de onderneming maar wel vasthoudt aan haar lange termijnvisie, want dat soort bedrijven scoren in het algemeen het best op de beurs. Een sterk bestuur zal de oren niet zomaar laten hangen naar iedere ‘blaffende hond’ die net één procentje van de aandelen heeft gekocht. De zwakkere broeders daarentegen…

Persoonlijk vind ik dat je nooit moet beleggen in ondernemingen alleen om het feit dat ze overnamekandidaat zouden kunnen zijn. Een golf van overnames vindt meestal plaats wanneer een beurs tegen zijn top aan zit. Dat wil overigens niet zeggen dat we morgen de piek hebben bereikt. Dat kan, zoals ik in mijn column van vorige week ook schreef, nog best een paar jaar duren. Overnames worden echter ook vaak gedaan uit overmoed, dat het gevolg is van de eerdergenoemde jarenlange stijgingen op de beurs en een gezonde economie. De meeste overnames voegen uiteindelijk geen waarde toe. Dat wil niet zeggen dat ze per definitie volledig mislukken, maar het is in veel gevallen jaren later wel sterk de vraag of een overname achteraf wel zo nodig was. Het lijkt er vaak meer op dat geld geen rol speelt.

Martine Hafkamp is vermogensbeheerder bij Fintessa

Lees meer over

Door Martine Hafkamp