In het Indonesische atelier van ondernemer Apeldoorn verdient de plaatselijke bevolking een salaris dankzij zijn Hollandse handelsgeest. De PSI-subsidie mag niet naar iets gaan wat al aanwezig is in het land zelf, om de lokale economie niet te schaden.
Foto: Eigen Foto
De importfirma van Gerard Apeldoorn, Westkust, laat in Indonesië decoratiematerialen maken en verscheept ze naar diverse Europese landen. ,,Wij weten precies hoe de afnemers in Europa de producten graag zien."
Foto: Martin Mooij
Aardappelpionier Gerrit de Bruijne zette eerder in Egypte een florissante teelt op en maakte nog niet zo lang geleden de overstap naar Gambia.
Foto: Joep van der Pal
Opkomende markten als Afrika, Azië, Zuid-Amerika en Midden- en Oost-Europa bieden steeds meer kansen. Overheidssubsidie kan daarbij een helpende hand bieden.
Op zoek naar Indonesische decoratieproducten voor de export naar Nederland stuitte ondernemer Gerard Apeldoorn op een probleem en werd tegelijkertijd een idee geboren. De producten die hij wilde exporteren, voldeden niet aan de eisen voor transport, dus besloot hij lokaal een productiebedrijf op te zetten. Een overheidssubsidie gaf de definitieve zet in de rug.
"Het is in Indonesië een kwestie van geld en kennis", vertelt Apeldoorn, die met zijn bedrijf Westkust decoratiematerialen produceert, importeert en weer exporteert binnen Europa. De ondernemer uit Egmond-Binnen is in het Aziatische land bezig met de voorbereidingen van een tweede project met behulp van een overheidssubsidie. Hij hoopt er begin volgend jaar van start te kunnen met het vervaardigen van potten en vazen.
In 2004 zette Apeldoorn een soortgelijk project op in gedroogd fruit. Daar plukt zowel hij als de lokale bevolking nu nog de vruchten van. "Wij leren de werknemers om producten zó te behandelen dat ze op een goede manier getransporteerd kunnen worden. Ook weten wij precies hoe Europese afnemers de producten graag zien."
De overheid trekt jaarlijks middels het Private Sector Investeringsprogramma (PSI) 70 miljoen euro uit voor Nederlandse ondernemers die met lokale partners in een opkomende economie innovatieve investeringsprojecten opzetten. Hiermee kunnen ieder jaar ongeveer honderd projecten worden gestart met als doel het stimuleren van business-to-business in een vijftigtal landen die binnen het subsidieprogramma vallen.
Wordt een subsidieaanvraag goedgekeurd, dan draagt de overheid bij aan 50% van de investering, waarvan de kosten maximaal 1,5 miljoen euro mogen bedragen.
Er is een aantal voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen. "De aanvrager moet al een gezond bedrijf hebben met kennis en ervaring in Nederland. Daarbij moet er een strategische interesse zijn voor duurzaam ondernemen", legt PSI-manager Hidde van der Veer uit.
Een andere voorwaarde is dat het plan van de ondernemer innovatief moet zijn. "De subsidie mag niet naar iets gaan wat al aanwezig is in het land. Stel, iemand wil in een ontwikkelingsland een melkfabriek opzetten terwijl er al een is, dan zou dat het lokale bedrijf schaden", vertelt Van der Veer.
Dit was niet het geval in Gambia, waar nog niet zo lang geleden alle aardappelen en uien werden geïmporteerd. Daar kwam Farm Frites-oprichter Gerrit de Bruijne achter tijdens een vakantie in het Afrikaanse land. Het Oudenhoornse familiebedrijf zette eerder grootschalige aardappelteelt op in Egypte.
Toen de Egyptische partner ook actief bleek in Gambia hoefde niet lang te worden nagedacht. Aangevuld met een Nederlandse vriend gingen de drie partijen een joint venture aan voor een landbouwproject met een PSI-subsidie. Inmiddels zijn er zo'n twintig medewerkers in vaste dienst en biedt het in de oogsttijd werk aan honderd seizoensarbeiders. "Door dit project is de aardappelprijs in Gambia omlaag gegaan en wordt er ook geëxporteerd naar de buurlanden", vertelt De Bruijne. "We bewijzen dat deze landen zelf in hun voedselbehoefte kunnen voorzien. Met onze kennis en kunde doen ze het zelf."
De samenwerking met een sterke en betrouwbare lokale partner is een strenge eis van het PSI. Logisch, vindt Apeldoorn: "Dat is absoluut niet eenvoudig. Al gauw bleek onze partner onbetrouwbaar. Gelukkig werken wij nu al zes jaar samen met een goede partij die bij beide projecten is betrokken. Toch kun je er niet genoeg onderzoek naar doen, je moet leren om als Indonesiër te denken."

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
29 mei: Starten door een bedrijfsovername, Amsterdam
4 juni: Koude acquisitie, Arnhem
12 juni: Grip op je inbox , Seats2Meet, Utrecht
13 juni: De Drukte de Baas, Seats2Meet, Utrecht
21 juni: Social Media en Export, KvK, Enschede
Napret in de inbox
Abonneren op diervoeding
Casting met eigen gezicht
Goede films die geen fortuin kosten
Vintage op Facebook
Openbarende theemelanges
Flexibele trailer
Co-werkplek moet kwaliteit bieden
Zelf je boot verkopen, het kán
Multifunctionele coole helm
Projectie voor meer zichtbaarheid
Flirten via de smartphone
Verzamelplaatjes van eigen club
Spin in muzikaal en creatief web
Terug naar het aloude ambacht
Eigen tent voor verhuur aan prille...
Samen online geld inleggen
In de mode gerold
Bonte mix van internationale smaken
Cadeaubon voor online shoppers