Nieuws/Columns

Partner opzadelen met schuld oneerlijk

Door Annemarie van Gaal

Ik hield mijn hart vast, maar gelukkig is vorige week eindelijk de wet aangenomen die regelt dat ’gemeenschap van goederen’ niet meer automatisch geldt als je gaat trouwen.

De wet is met de kleinst mogelijke meerderheid van stemmen door de Eerste Kamer gekomen en ik vind het vooral ongelooflijk dat uitgerekend de PvdA tégen heeft gestemd. De PvdA vond het ’onduidelijk voor alle lagen van de bevolking’ dat ze niet elkaars vermogen delen als ze gaan trouwen. Zo dom. Hun verkiezingspraatje was nog: ’Iedereen verdient gelijke kansen. Het mag niet uitmaken waar je vandaan komt, waar je woont, of je ouders rijk of arm zijn.’ Prima slogan, maar wil de PvdA nu echt dat jongeren zich blind in de schulden storten en op achterstand komen als ze trouwen met iemand met schulden? De overgrote meerderheid van de huwelijken in ons land werd tot dusver gesloten in ’gemeenschap van goederen’ en dat is gek, want dit automatisme paste niet meer bij de huidige tijd en strookt al helemaal niet met het beleid van de overheid dat iedereen individueel moet streven naar economische zelfstandigheid.

Deze nieuwe wet zorgt er in ieder geval voor dat het vermogen opgebouwd vóór de trouwdatum en de erfenissen en schenkingen die je ontvangt ná de trouwdatum niet meer automatisch met je partner gedeeld hoeven te worden. Het heeft overigens jaren geduurd voor deze wet er kwam en terwijl Den Haag liep te bakkeleien, trouwden vele tienduizenden stellen uit pure onwetendheid weer in gemeenschap van goederen. Bijna de helft van alle stellen die getrouwd zijn, gaan helaas ook weer scheiden, met alle rampzalige en oneerlijke gevolgen van dien. De helft!

Van alle kanten merkte je weerstand tegen dit wetsvoorstel. Notarissen waren boos omdat ze hun klantenbestand zagen slinken. Tot nu moesten veel Nederlanders nog, tegen een royale vergoeding, hun schenkingen en erfenissen laten vastleggen in notariële akten om ongewenste verdeling te voorkomen. Notarissen zorgden voor een zogenoemde uitsluitingsclausule in hun akten, waardoor je minder risico liep dat het geld naar de ’koude kant’ ging.

Maar waarom zou je gevers opzadelen met extra kosten als het ook automatisch via de wet kan? In de praktijk ging het vaak mis. Ik herinner me een voorval waarbij een vader wilde dat zijn enige dochter zijn spaargeld zou erven als hij zou overlijden. Omdat zijn dochter de enige erfgename was, ging hij ervan uit dat hij geen testament hoefde te maken omdat zijn spaargeld sowieso naar zijn dochter zou gaan. De vader overleed en de dochter trouwde een paar jaar later zonder iets te regelen. Vaders spaargeld was na de huwelijksdatum plotseling voor de helft van haar nieuwe man en in dit waargebeurde verhaal heeft de man in kwestie meteen een scheiding aangevraagd en is er met de helft van het spaargeld van zijn overleden ex-schoonvader vandoor gegaan. Met deze nieuwe wet kan dit gelukkig niet meer gebeuren.

De christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP vinden deze wet indruisen tegen het principe van het huwelijk. Maar wat is een huwelijk eigenlijk? Kiezen voor elkaar toch? Toch niet voor elkaars vermogen of schulden?

We vergeten voor het gemak dat vrijwel alle stellen die tegenwoordig in het huwelijksbootje stappen, schulden hebben. Denk alleen al aan de roodstanden bij postorderbedrijven, creditkaartrekeningen en de studieschulden die in de vele tienduizenden euro’s kunnen lopen. Hoe romantisch is het om een ander op te zadelen met jouw schulden als je gaat trouwen? Het huwelijk is voor veel stellen een mooie, romantische dag die je niet wilt verstoren door vooraf te praten over elkaars bezittingen of schulden. Dat zie je later wel. Maar juist tijdens dat ’later’ zie ik het vaak misgaan.

Keerzijde

Een van de meest schrijnende verhalen die ik op dit vlak gehoord heb, was van een vrouw die in gemeenschap van goederen trouwde en niet wist dat haar man een flinke schuld had. Voor ze gingen trouwen, hadden ze wel gepraat over hun financiële situatie, maar hij had dat weggewuifd als een ’futiliteit’. Toen ze eenmaal getrouwd waren, bleek de futiliteit toch een flinke schuld te zijn, waarvan ze zich op dat moment realiseerde dat zij er voor de helft verantwoordelijk voor was. Binnen een jaar gingen ze scheiden en beiden tekenden het echtscheidingsconvenant, waarin stond dat ieder de helft van de schuld zou aflossen.

De vrouw had binnen een paar jaar haar deel van de schuld helemaal afgelost, toen de bank bij haar op de stoep stond met de mededeling dat haar ex-man niet in staat was om zijn schuld af te lossen en dat zij daardoor ’helaas’ verantwoordelijk werd voor de hele schuld. Ook voor zijn deel. Dat is namelijk de keerzijde van de medaille, je bent en blijft voor een bank ieder afzonderlijk, verantwoordelijk voor de hele schuld, ongeacht wat je afspreekt bij de scheiding. Best oneerlijk.

Waarom was de term trouwens altijd ’gemeenschap van goederen’ en hebben we dat niet al jaren geleden vervangen door ’gemeenschap van schulden en/of goederen’. Dan zou er bij veel stellen wel een belletje zijn gaan rinkelen voor ze de handtekening onder de trouwakte hadden gezet en was veel leed bespaard gebleven.