Nieuws/Binnenland

Rondreis op mooie tropische archipel

Kaapverdië: Verrassende smeltkroes

Door Marisia Cardoso

Heel het jaar door zon, omringd door zee, stranden, woeste bergen, zandwoestijnen en groene valleien. Kaapverdië, op zes uur vliegen van Amsterdam, begint steeds meer aandacht te trekken van de internationale reiswereld. De uiteenlopende landschappen, vermenging van culturen en talen op de tien eilanden zorgen ervoor dat de tropische archipel zich uitstekend leent voor een verrassende rondreis.

De mythe gaat dat toen God klaar was met het boetseren van de zeven continenten, hij zijn handen schoonschudde waardoor alle overgebleven resten in de Atlantische Oceaan vielen en hij zo per toeval de Kaapverdische eilanden schiep. De immense diversiteit die je treft op de tien eilanden, die op korte afstanden van elkaar liggen, verklaart wellicht de origine van deze Kaapverdiaanse fabel.

Eilandhoppen

Ongeveer 450 kilometer verwijderd van de westkust van Senegal ligt de republiek Cabo Verde. Van de tien eilanden zijn er negen bewoond, en de twee eilanden Sal en Boa Vista zijn door toeristen bestempeld als populair alternatief voor vakantieland Egypte.

„Cabo Verde heeft zoveel te bieden. Toeristen doen er goed aan om zoveel mogelijk eilanden te bezoeken tijdens hun verblijf. Wie maar op een of twee van de eilanden op vakantie is geweest, mag van mij niet volmondig zeggen dat ze op Cabo Verde zijn geweest”, vertelt de 31-jarige stewardess Ana in het vliegtuig onderweg naar mijn eerste bestemming São Vicente.

Als dochter van Kaapverdiaanse migranten, die jaarlijks op gemiddeld twee van de tien eilanden uitgebreid haar vakantievleugels uitklapt, voel ik me nogal aangesproken.

Maar gelukkig niet voor lang meer. Dit keer zal ik tijdens mijn verblijf de vijf eilanden, São Vicente, Santo Antão, São Nicolau, Sal en Boa Vista aandoen.

Cesária Évora

Vanuit Amsterdam is het zes uur vliegen naar het internationale vliegveld van São Vicente, dat onlangs als eerbetoon aan de vorig jaar overleden koningin van de Kaapverdiaanse muziek werd omgedoopt tot ’Aeroport international Cesária Évora’.

Wie voor het eerst in aanraking komt met de eilanden, doet dit negen van de tien keer via de muziek, het enige exportproduct van het land. Grammy-winnares Cesária Évora wordt dan ook beschouwd als de ambassadrice die de ’vergeten eilanden’ van Kaapverdië weer op de kaart heeft gezet.

Noite Caboverdiana

Op 20 minuten rijden van het vliegveld bevindt zich Mindelo. De stad die je op de weg er naartoe verwelkomt met haar prachtige baai, omringd door kleurrijke huizen opgestapeld tegen de droge roodkleurige bergwanden. Waar op elke hoek van elke straat zwoele klanken en swingende melodieën klinken.

In het centrum verraden de bars en restaurants als Café Lisboa, Bar Hollanda, Restaurante Dali, die gehuisvest zijn in de Portugees koloniale gebouwen, de invloed van migranten.

En van de internationale opvarenden, die tot 1960 dagelijks hun schepen aanlegden in een van de meest bewonderde havens ter wereld; door Unesco uitgeroepen als werelderfgoed.

Mindelo heeft tot op de dag van vandaag het meest bruisende uitgaansleven. De befaamde ‘Noite Caboverdiana’ waar bekende en onbekende muziekanten live optreden, doen de stad vooral ’s avond opbloeien.

Op het plein Praça Nova, de ontmoetingsplaats voor jong en oud, geniet je onder het genot van een lokaal drankje en een pasteitje vaak van de bands die in de omringende hotels optreden.

Laginha

Bijkomen van het nachtleven doen de lokalen op een van de vele stranden die het eiland rijk is. Laginha is een van de bekendste stranden van Mindelo omdat het op loopafstand van het centrum is.

Het is een plek waar bewoners een frisse neus komen ophalen tijdens het joggen, waar kinderen zwemles krijgen en waar jonge vakantiegangers het liefst genieten van allerlei feestactiviteiten.

Wie houdt van rustige, uitgestrekte en vaak verlaten stranden doet er goed aan om de stad uit te rijden naar de plaatsen Baia, Praia Grande, Kalhao, São Pedro, Palha Carka, en Flamengo.

Ateliers

In de middag kun je het beste voor of na de siësta door de straten van Mindelo struinen. Het stikt er dan van de mensen die beladen met boodschappentassen van of naar de groente/ fruit en of vismarkt komen. Shoppen kun je er niet echt het stikt er van de Chinese winkeltjes.

Maar São Vicente is een cultureel eiland waar naast muziek opvallend veel kunst en handvaardigheid wordt bedreven. De galeries en ateliers zijn dan ook een must.

"Handvaardigheid is een heel belangrijk onderdeel van São Vicente en heel Cabo Verde omdat het een manier is om onze cultuur over te brengen." vertelt kunstenares Joana Santos Pinto tijdens een rondleiding in haar atelier aan de Rua de Coc.

"De handgeweven doeken en kleurige schilderijen die het traditioneel leven op Cabo Verde omschrijven zijn het meest geliefd. Ik kan er weken over doen om een doek van bijvoorbeeld 3 bij 5 meter te weven, waar een vrouw met een kind op haar rug en een waterkan op haar hoofd staat afgebeeld. Het hangt allemaal af van het ontwerp, de hoeveelheid kleuren en de compositie. Daar zit heel veel werk in, maar het geeft me veel genoegen als ik iemand uit Noorwegen bijvoorbeeld een stukje Kaapverdië mee kan geven voor thuis aan de muur.” aldus Joana die met haar werk de wereld overgaat.

Santo Antão

Na een paar dagen feesten, cultuursnuiven, bruinen op het strand en ontdekken is het tijd voor een groot contrast. Op maar veertig minuten varen van Mindelo schuilen de groene valleien van onze tweede stop, Santo Antão.

Het eiland is met een oppervlakte van 779 km² het op twee na grootste eiland van Cabo Verde, maar met de kleinste populatie. Met haar dramatische bergtoppen en diepe groene dalen is het totaal anders dan het dorre São Vicente, een van de droogste eilanden van de archipel.

Dagelijks varen twee passagiersschepen met locals en toeristen twee keer op en neer tussen de eilanden. Eenmaal in het havenstadje Porto Novo is de chaos compleet, zo lijkt het. Taxi- en buschauffeurs lopen af en aan met lading en stellen geregeld de vraag waar je naartoe moet en of je mee wilt rijden.

Want dat is Santo Antão; de mensen zijn van nature behulpzaam en vriendelijk en doen niets liever dan iemand op weg helpen. Zo vind je in de drukke chaos snel je weg.

Met een groep Franse toeristen toeren we vier dagen over heel het eiland. Elke ochtend staat er een andere streek op het programma. Zo rijden we via een bergketen die noord en zuid van elkaar scheidt naar het hart van het eiland, waar de Topo de Coroa ligt. Deze piek van 1979 meter hoog is ook direct het hoogste punt van Santo Antão.

De lange ritten naar allerlei pittoreske dorpjes zijn net zo indrukwekkend als de bestemmingen. Je rijdt van uitgestrekte grijze vulkanische landschappen in de stad Porto Novo, zo naar de steile en hoge bergtoppen van Pique de Cruz (1700 meter). En dan weer tussen de dennenbomen door om dorpjes als Paul en Ribera Grande in de vruchtbare valleien te kunnen bereiken.

Uiteindelijk keren we op de laatste dag nog steeds diep onder de indruk van de prachtige landschappen stilletjes terug naar het droge Porto Novo, waar de boot terug naar São Vicente op ons ligt te wachten.

Door moeten we! Vanuit São Vicente vliegen we in 20 minuten naar het volgende kleine eiland, São Nicolau.

São Nicolau

Hier zijn, net als op Santo Antão, de vulkanische activiteiten uit het verleden nog goed zichtbaar. De valleien zijn er extreem smal en diep. Met uitzondering van de vallei Fajã, die breed en vruchtbaar genoeg is voor landbouw.

De geschiedenis van het eiland gaat terug naar 1461, toen het werd ontdekt. Maar door haar onbereikbaarheid werd pas in het midden van de zeventiende eeuw het eerste dorp, Porta da Lapa, gebouwd. In de baai van São Jorge werd tevens een fort gebouwd dat piraten moest afweren.

Uiteindelijk vond men een strategische en veilige plek in het binnenland, waar nu Ribera Brava is en waar we de komende dagen zullen verblijven.

Op het centrale plein van de karakteristieke plaats valt direct de enorme kerk op tussen de kleine kleurrijke huizen. Het ook daar gelegen toeristenbureau blijkt voor 150 euro excursies te organiseren om het eiland te ontdekken, maar in het familiepension waar we overnachten raden ze ons aan gewoon met een chauffeur af te spreken om je voor veel minder geld langs de bezienswaardigheden te laten rijden.

Bij het oversteken van de zeer smalle straatjes moet ik letterlijk bij iemand op het randje van zijn voordeur staan om de auto te laten paseren. “Vroeger deed je de tuindeur open van iemand en stond je in de tuin te wachten zodat er een voertuig langs kon.” vertelt de eigenaar van het familiepension Santo Antão.

Als eerste bezoeken we de beroemde Monte Gorde van 1312 meter, waar we na drie uur klimmen letterlijk met ons hoofd in de wolken lopen. De volgende dag doe ik het vissersdorpje Tarrafal aan en de pitoreske dorpen Barril, Ribeira Funda en Ribeira da Prata en Praia Branca aan.

Dragoeiro

Terug in het dorp gaan we eerst naar de bibliotheek, midden op het stadsplein. São Nicolau was het eerste intellectuele centrum van de archipel en de plaats waar een literaire beweging, de Claridade, in 1936 werd gesticht door bekende schrijvers en poëten als Baltasar Lopes da Silva.

Ook vind je op dit eiland de eerste 'seminario' van Kaapverdië. Het gebouw is al jaren niet meer in gebruik, maar tijdens de rondleiding door de pater die er nu woont, komt duidelijk naar voren dat het ooit een zeer belangrijke plek is geweest voor de archipel.

São Nicolau is zeer authentiek. De muzikanten op het eiland gebruiken nog steeds traditionele instrumenten zoals de cavaquinho (een kleine gitaar met 4 snaren) de gaita (een accordeon), en de viool. Daarnaast worden de christelijke feestdagen uitgebreid gevierd en zijn de bijbehorende paardenrennen een leuke bezienswaardigheid.

Het is ook het enige eiland waar je de zeldzame boomsoort dragoeiro kunt vinden, die door wetenschappers nog steeds uitgebreid bestudeerd wordt.

Sal

Na vier dagen vliegen we door naar het meest toeristische eiland, Sal. Het vlakke woestijnachtige eiland, waarvan de hoogste punt amper 400 meter boven de zeespiegel ligt, heeft een van de mooiste stranden van de archipel.

Na alle natuur staat het leven hier in het teken van watersport: wind- en kitesurfen, zeilen, vissen, duiken en snorkelen.

"Voor de Tweede Wereldoorlog werd op Sal een vliegveld aangelegd dat jarenlang werd gebruikt als stop tussen Europa en Afrika. Na de bouw van de eerste internationale luchthaven Amilcar Cabral is het toerisme blijven groeien”, vertelt Patone Lobo, eigenaar van het hotel met de mooiste ligging, Odjo d’Agua, gebouwd op de restanten van de oude vuurtoren.

Toeristen die niet in een van de vele all-inclusive hotels willen slapen, kunnen kiezen voor de charmante, kleinere hotels van de lokale bevolking. De toeristische trekpleisters van het eiland zijn Buracona – een natuurlijk zwembad in de rotsen waar de lichtinval op het koraal voor een prachtige blauwe kleur zorgt – en de zoutmijnen van Pedra de Lume.

De drie belangrijkste dorpen van het eiland zijn Espargos, Palmeira met de haven en Santa Maria met zijn 3 kilometer lange prachtige zandstrand.

Boa Vista

We eindigen op Boa Vista, de nieuwe toeristische hotspot voor vakantiegangers die van grootschalige all-inclusive reizen houden.

Het meest oostelijk gelegen eiland van de archipel, en dus het dichtst bij het Afrikaanse continent, werd door gebrek aan water en de verraderlijke aanvallen door piraten gedurende twee eeuwen slechts bewoond door een honderdtal vissers.

Door de prachtige duinen, uitgestrekte zandkusten en het gunstige klimaat is Boa Vista zich aan het ontpoppen als ultieme vakantiebestemming.

Zo vliegen inmiddels elke dag chartervluchten vanuit Europa op Boa Vista, dat ’mooi uitzicht’ betekent. Op dit eiland vol uitgestrekte woestijnen, groene oases, dadelpalmen en paradijselijke zandstranden

Zo ga ik de eerste dag al op de populaire jeepsafari door de woestijn en haar stijle duinen. Om vervolgens de uitgestrekte stranden als het 18km lange Santa Monica te bezoeken. Ook bezoek ik op 5 kilometer van het stadje Sal Rei, het dorpje Rabil waar ik een uitgebreide rondleiding krijg van de makers van de traditionele potten en prachtige keramiek.

Stabiel

De knallen de all-inclusive hotels als paddestoelen uit de grond. Zo bouwde hotelketen RUI binnen vijf jaar twee enorme resorts waar toeristen onbeperkt op hun wenken worden bediend. Van de 5400 inwoners werken de meeste inmiddels in de toeristische industrie.

Dat het zo’n vlucht heeft genomen, vindt Ruth Gonzalez, manager van het vijfsterrenresort Rui Karamboa niet vreemd. „Kaapverdië is politiek stabiel en verder zijn we het hele jaar door verzekerd van hoge temperaturen. Het is maar een paar uurtjes vliegen van Europa en vooral voor gezinnen met kinderen ideaal."

Reiswijzer

Op Kaapverdië heerst een tropisch en droog klimaat met een gemiddelde tempratuur tussen de 23 en 30 graden Celsius. Verschillende luchtvaartmaatschappijen vliegen heel het jaar door naar de eilanden.

Zo vliegt TACV Airlines elke donderdag vanuit Amsterdam rechtstreeks naar São Vicente; het is tevens de enige maatschappij voor vluchten binnen Kaapverdië.

ArkeFly en Transavia vliegen wekelijks naar Sal en Boa Vista. TAP biedt zelfs de mogelijkheid om zeven dagen per week via Lissabon naar de eilanden te vliegen.

Voor Kaapverdië dien je in het bezit te zijn van een visum. Deze wordt verstrekt door het consulaat van Kaapverdië in Rotterdam en kost ongeveer 45 euro. Op de archipel kun je doorgaans betalen met de Kaapverdiaanse escudo of met euro’s. De hoofdstad Praia ligt op het eiland Santiago.

Zeker doen

Carnaval wordt gevierd op São Vicente in februari en maart. En in augustus genieten ze daar van het bekende muziekfestival Baía das Gatas.

Het uitgebreide heiligenfeest São João wordt op 24 juni gevierd in Santo Antão. Het feest gaat van start met een lange stoet van mensen, die van het dorp Ribeira Das Patas tot aan het 16 kilometer verderop gelegen Porto Novo lopen en dansen. Na aankomst wordt er een week lang gefeest.

São Nicolau viert in april ’Pascoela’ in de dorpen Fajã de Baixo met allerlei spelen, paardenrennen en processies.

Snorkelen en duiken kan op Sal. Kijk eens bij www.scubateam.amdesigncv.com

Schilpadden spotten op de stranden van Boa Vista als de eieren uitkomen vanaf juli t/m september. Kijk op de site van ecotoerisme-bureau Naturalia.

Slapen

São Vicente: Oasis Atlantico Porto Grande, Hotel Foya Branca Resort Hotel, Mindel Hotel

Santo Antão: Santantao Art Resort , Casa das Ilhas en Pedracin Village

São Nicolau: Pensão Santo António , Pensão Jardim , Pensão Santos & Santos

Sal: Odjo's d Agua, Oasis Salinas Sea, Morabeza

Boa Vista: Rui Karamboa, Riu Touareg , Royal Decameron Boa Vista