Nieuws/Binnenland

'In andere landen zijn ze wat hedonistischer'

Hoe Euroshoppers shoppen

Door Marisia Cardoso

Duitsers hebben grote shoppingmalls in de armen gesloten, Italianen genieten van aandacht in winkels, terwijl Nederlanders weer te nuchter zijn voor al te veel poespas tijdens het winkelen. Onze winkelbeleving verschilt met die van andere nationaliteiten.

"In Italië vinden wij een winkel juist extra leuk als een verkoopster naar ons toekomt om te helpen. Natuurlijk wil ze ons wat verkopen, maar dat hoort er gewoon bij", lacht Liliana Thomaselli uit Rome, die met haar gezin in Amsterdam winkelt.

Volgens Nathalie de Jager, urban trendwatcher bij The Spherist, laten Italianen zich graag uitgebreid voorlichten in bijvoorbeeld een kookwinkel, terwijl wij het liever allemaal zelf uitzoeken tijdens het winkelen.

Ons winkelgedrag verschilt volgens haar niet zo gek veel met dat van andere westerse shoppers, maar de manier waarop we het beleven is wel anders. Dit heeft allereerst te maken met onze culturele achtergrond.

"Wij hebben een calvinistische achtergrond. Hierdoor willen wij graag 'veel voor weinig'. In andere landen zijn ze vaak wat hedonistischer, daar willen ze echt van het winkelen genieten", vervolgt De Jager. Daarom zullen ze in het buitenland ook meer moeite doen om een spectaculaire winkelbelevenis te presenteren.

Fonteinen

In Milaan stroomt in de etalage van een luxe ijssalon chocolade- en vanilleijs in fonteinen. In Londen kunnen shoppers in een 'renlaboratorium' hun nieuwe hardloopschoenen testen. "In Nederland blijft dat allemaal veel simpeler. We nemen de tijd niet voor het winkelen. Het moet allemaal snel, snel."

Bovendien zijn Nederlanders een nuchter volkje, ook als het winkelen betreft. "Voor bijvoorbeeld Italianen is winkelen meer een sociale gebeurtenis. Het is belangrijk waar je door vrienden en bekenden met je gezin gezien wordt, welke winkels je bezoekt en wat je uiteindelijk koopt. Daar wordt over gepraat. In Nederland zie je dat nauwelijks, daar zijn we hier heel nuchter in", legt De Jager uit. Daar herkennen de vriendinnen Saskia Schipper (67) en Elly Mosselman (68) uit Rotterdam zich wel in. "Ik loop net zo makkelijk een Wibra of een Zeeman binnen, als dat ik in een chique winkel in de Beethovenstraat kom. Ik koop bij de Wibra altijd schoonmaakmiddel en bij de Zeeman hebben ze vaak leuke babyspulletjes. Daar schaam ik me echt niet voor", zegt Schipper, die moet lachen bij het idee alleen al. Leuke babyspulletjes zul je Zuid-Europeanen niet snel bij een goedkope winkel als Zeeman zien kopen, althans niet te opzichtig. "Het zien en gezien worden, terwijl je over afdelingen dwaalt en naar dure merkkleding kijkt, is voor Zuid-Europeanen veel belangrijker dan hier. Dat geeft status", zegt De Jager.

Volgens Paul te Grotenhuis, van CBW-Mitex brancheorganisatie voor ondernemers in Mode, Wonen, Schoenen en Sport, heeft winkelen voor Nederlanders weinig met status te maken, maar het moet wel gezellig zijn. "Nederlanders houden van kleine keitjes, historische geveltjes, een fonteintje op een plein. We willen het liefst een divers winkelaanbod en we hebben een afkeer van grote shoppingmalls", zegt Te Grotenhuis. Onze oosterburen zijn volgens Te Grotenhuis al veel meer aan die grote winkelpaleizen gewend.

Toiletten

De Duitse Ilona Mohr (23) en Mandy Bischoff (33) uit Trier zien inderdaad dat die malls in Duitsland veel aanwezig zijn. "Als het regent of als we snel iets moeten kopen, dan gaan we daar ook wel naartoe. Ik vind het heel makkelijk dat je daar gewoon toiletten hebt bijvoorbeeld. Ik vind het dan niet zo belangrijk om een leuke winkelervaring te hebben. Maar als we écht gaan winkelen, dan zoeken we ook liever een historisch centrum op", zegt Mohr.

Te Grotenhuis merkt op dat mensen ook snel wennen aan zo'n grote winkellocatie, die de lokale middenstand verdrijft. "Als er niets anders is, dan ga je wennen aan de nieuwe situatie en vind je het eigenlijk best wel makkelijk dat je alles onder een dak vindt", legt Te Grotenhuis uit. Hij verwacht overigens niet dat Nederland op termijn ook vol komt te staan met grote 'shoppingmalls'. "Wij zijn ons ervan bewust dat we met onze authentieke winkelgebieden iets heel waardevols in handen hebben. Bovendien zijn wij een dichtbevolkt land dat zuinig is op groene gebieden. Daar kan niet zomaar een winkelcentrum uit de grond gestampt worden", zegt Te Grotenhuis. Daar zijn de Rotterdamse Schipper en Mosselman niet rauwig om: "In Rotterdam hebben we ook zo'n centrum. We gaan er voor een praktische boodschap wel eens heen. Maar als we het naar ons zin willen hebben, gaan we toch liever ergens naartoe met leuke kleine winkeltjes en gezellige terrasjes."