Nieuws/Binnenland

Energiebelastingen met 138 euro omhoog

Door onze parlementaire redactie

Minister Wopke Hoekstra (links) en staatssecretaris Menno Snel van Financiën, die stellen dat de verhoging aan het oude kabinet is te wijten.

Minister Wopke Hoekstra (links) en staatssecretaris Menno Snel van Financiën, die stellen dat de verhoging aan het oude kabinet is te wijten.

ANP

Den Haag - Tegen 2021 moet een gemiddeld huishouden 532 euro aan energiebelastingen ophoesten, becijfert het ministerie van Financiën. Dat is een stijging van 138 euro ten aanzien van 2017, ofwel een verhoging met 35 procent.

Minister Wopke Hoekstra (links) en staatssecretaris Menno Snel van Financiën, die stellen dat de verhoging aan het oude kabinet is te wijten.

Minister Wopke Hoekstra (links) en staatssecretaris Menno Snel van Financiën, die stellen dat de verhoging aan het oude kabinet is te wijten.

ANP

De berekeningen zijn een optelsom van milieumaatregelen uit vorige kabinetten die nog doorwerken en de plannen in het nieuwe regeerakkoord. Van alle energiebelastingen die de overheid int, draaien huishoudens voor het merendeel op.

Volgens staatssecretaris Snel (Financiën) komt 50-55 procent voor rekening van burgers, tegen 45-50 procent bij bedrijven, waar het uitgangspunt is dat de klimaattaksen half om half uitpakken.

Op de vraag van De Telegraaf vorige week om uit te splitsen wat dit voor de verschillende soorten huishoudens betekent, kon het ministerie van Economische Zaken en Klimaat geen antwoord geven.

Ook gaat Financiën voor haar berekeningen uit van huishoudens waar zonnepanelen geplaatst zijn en andere energiebesparende maatregels zijn doorgevoerd. Voor huizen waar dit niet voor geldt, kan de totale energierekening echter zomaar 150 tot 200 euro hoger uitpakken omdat er dan minder geprofiteerd wordt van de stimulerende maatregelen.

Lees meer over