Nieuws

'Nationaal scholingspact essentieel voor werknemers’

Door Ertan Basekin

ANP

AMSTERDAM - Er moet een nationaal akkoord voor scholing en ontwikkeling komen om te voorkomen dat de komende jaren miljoenen werknemers buiten de boot vallen. Dat zegt voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad.

ANP

Vandaag ontvangt de SER van de Oeso, de denktank van rijke industrielanden, een alarmerend rapport over scholing en ontwikkeling van Nederlandse werknemers. Tussen de 35 en 60% van alle banen verdwijnt of verandert de komende jaren vanwege automatisering, aldus het Oeso-rapport. De trend is al gaande in de financiële sector en in de detailhandel, en valt niet meer te stoppen.

„Mensen zijn niet voorbereid op de nieuwe banen die technologie met zich meebrengt”, zegt Andreas Schleicher, directeur bij de Oeso en gespecialiseerd in onderwijs en vaardigheden.

Het rapport van zijn organisatie moet een doorbraak forceren rond het ’leven lang leren’ van werknemers. Daarover wordt in de polder al bijna een halve eeuw gesproken, maar grote resultaten blijven uit. Ook bij de lopende kabinetsformatie is scholing en ontwikkeling opnieuw een van de grootste arbeidsmarktthema’s.

„Jullie doen het goed, maar niet goed genoeg voor de toekomst”, zegt Schleicher. „Nederland kent een grote ’vaardighedenkloof’. Op het gebied van sociale en emotionele skills zijn er nu al grote verschillen, maar met de teruglopende taal- en rekenvaardigheden van scholieren lopen op langere termijn ook die hardere kwalificaties gevaar.”

Zelfs als de kloof tussen kansrijken en minder kansrijken op de arbeidsmarkt niet verder groeit, worden de gevolgen groter, waarschuwt Schleicher. „De sociale gevolgen – spanning, uitsluiting – moeten worden vermeden. Door het probleem bij de wortel aan te pakken.”

„Het is nu echt vijf voor twaalf, en niets doen is geen optie”, erkent ook Hamer. „Te veel werkenden zitten in de gevarenzone. Normaal gesproken is het zo dat technologische vooruitgang meer werkgelegenheid brengt, maar dat is nu misschien niet waar te maken. Wij bieden daarom aan om een nationaal scholingsakkoord tot stand te brengen– een hechte samenwerking tussen werkgevers, bonden, overheid en onderwijs.”

Opvallend genoeg is er in Nederland geen gebrek aan gevoel van urgentie, constateert Schleicher. „Integendeel: ik ken geen enkel land waar de sociale partners zo goed doordrongen zijn van de noodzaak van scholing als dat van jullie. Wat eraan ontbreekt is een platform.”

Het scholings- en ontwikkelingsbeleid in ons land is inderdaad te versplinterd, ziet Hamer. „In de regio werken onderwijs en bedrijfsleven steeds nauwer samen. Dan hebben we de vakbonden die druk bezig zijn met leerambassadeurs, en er wordt gewerkt aan ontwikkelcentra. Dat is niet genoeg: er moeten ook betere financiële faciliteiten komen.”

Over hoe die samenwerking eruit moet zien, verschillen Schleicher en Hamer van mening. „De overheid kan een coördinerende rol spelen”, zegt de Oeso-directeur. Hij ziet vooral een rol weggelegd voor werkgevers. „Met de motivatie van personeel om zich te ontwikkelen is doorgaans weinig mis, maar de omgeving en de prikkels zijn niet goed.”

Om ouderen, sommige jongeren en immigranten actief te laten zijn op de arbeidsmarkt, moet de duur van de WW-uitkering omlaag, adviseert de Oeso daarom. Hamer wil er niet aan. „In die discussie, waarover net een akkoord is gesloten, gaan we ons niet begeven.”

Daarnaast beklaagt de Oeso zich over de grote hoeveelheid werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Wie geen zekerheid heeft over de toekomst, zal daarin ook niet investeren, redeneert de denktank. De flexwerkers moeten daarom betere arbeidsbescherming krijgen, zo luidt het advies.

Ook op dat dossier maant Hamer tot kalmte. ,,Zeker, we moeten flexwerkers en zzp’ers meenemen in het verhaal van scholing en ontwikkeling. Verder bespreken we in de SER hoe we de langdurige relatie tussen werknemers en werkgevers kunnen herstellen en hoe er meer banen voor onbepaalde tijd kunnen komen. Of de gesprekken stroef verlopen? Nee, maar het zijn gecompliceerde onderwerpen.”