Nieuws/Wat U Zegt

’Zet overschotten onderwijs in voor hogere lonen’

Uitslag stelling: Eerst buffers leegmaken

Door Michel van den Bergh

Basisscholen hielden het afgelopen jaar 101 miljoen euro over en potten dit geld op. Zeven op de tien deelnemers aan de Stelling van de Dag vinden dat de scholen die reserves moeten aanwenden voor het verhogen van de lerarensalarissen.

De leraren willen 1,4 miljard euro extra geld, maar minister Slob gaf deze week aan niet verder te kunnen gaan dan 720 miljoen aan het einde van deze kabinetsperiode. Een redelijk bedrag, vindt 63 procent. Driekwart heeft wel begrip voor het feit dat schoolbesturen geld achter de hand houden, maar toch vindt ruim de helft het niet terecht dat het onderwijs nu naar de overheid kijkt voor meer geld. ,,Het geld dat basisscholen ontvangen, is opgehoest door de belastingbetaler en als daar zo'n overschot zit dan moet daaruit de eventuele verhoging van salarissen betaald worden”, vindt een deelnemer. Een andere respondent neemt het op voor de scholen. ,,Iedereen moet geld achter de hand houden, ook scholen moeten dat. En wat is nu 101 miljoen, uitgesmeerd over alle scholen? Het is in ieder geval ontoereikend om jaarlijks aan de eisen van de leerkrachten te voldoen.” Een deelnemer wijst erop dat de incidentele overschotten niet kunnen worden gebruikt voor structurele uitgaven, zoals salarissen.

Veel stemmers zien graag een maximum aan de financiële buffer die scholen aanhouden. ,,Want een school is geen spaarclub”, stelt iemand.

Het Rijk financiert de scholen via een zogeheten ’lumpsumsysteem’. Scholen krijgen daarbij een zak met geld, waarmee ze alles moeten doen. De schoolbesturen bepalen zelf hoe ze het geld inzetten. Acht op de tien deelnemers vinden dit geen goed systeem. Zo stelt een deelnemer: ,,De lumpsum regeling moet van tafel. De overheid moet dit geld gaan oormerken en er dient duidelijk verantwoording afgelegd te worden over de besteding. Niets mis mee!”

Bijna alle respondenten vinden dat de geldstromen in het onderwijs beter in kaart moeten worden gebracht om te zien waar de overheidsbijdrage aan wordt besteed. ,,Vertrouwen is goed, maar controle is beter”, merkt een stemmer op. ,,Scholen moeten kunnen aangeven waar ze het geld voor gebruiken. En als ze geld overhouden, dan moet dit terug naar de overheid.”

Volgende week gaan basisschoolleerkrachten staken om hoger loon en lagere werkdruk af te dwingen. Veel steun van de stellingdeelnemers krijgen ze daarvoor niet; 62 procent geeft aan niet achter de staking te staan. Zo zegt iemand: ,,Ik was het voorheen eens met de staking, maar nu voel ik mij beduveld. Een volle spaarpot en dan nog meer zakgeld eisen. Nee het is wel klaar!” Een andere deelnemer noemt het ’de zoveelste staking’. Een respondent is zelfs van mening dat staken in het onderwijs verboden moet worden. ,,Verplicht lesgeven, in lijn met de leerplicht.”

Bijna de helft denkt dat de werkdruk in het basisonderwijs minder hoog is dan de leerkrachten beweren. ,,Veel sectoren kampen met werkdruk”, relativeert iemand. Leraren mogen best meer loon krijgen, vindt 48 procent. Maar velen betwijfelen of dat de problemen in het onderwijs zal oplossen. ,,Met meer loon verdwijnt de werkdruk niet. Ze kunnen het geld beter gebruiken om meer leerkrachten aan te trekken zodat er minder leerlingen in één klas zitten.”