Nieuws/Binnenland

Hulpverlener zijn, ga er maar aan staan

Verpleegkundige Martjalda (43): ’Mensen onder invloed vaak heel asociaal’

Door Jolien van de Griendt

„Handen af van hulpverleners.” Dat was de boodschap van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) vrijdag in De Telegraaf. Iedereen die tijdens de jaarwisseling over de schreef gaat, moet wat hem betreft zo streng mogelijk worden vervolgd. Martjalda (43) werkt ruim twintig jaar als verpleegkundige en heeft al veel heftige situaties meegemaakt.

Een man die de halve kamer kort en klein slaat, familie van een patiënt die het personeel bedreigt of simpelweg asociale dronkelappen: Martjalda heeft het allemaal al eens gezien.

„Eigenlijk is werken tijdens de feestdagen altijd heel leuk: je hebt meer tijd voor patiënten en we proberen er allemaal iets van te maken samen”, zegt ze. „Maar de vervelende dingen, die maak je ook mee.”

Beveiliging

Zo was er een man die ’stomdronken en zo stoned als een garnaal’ in het ziekenhuis terechtkwam. „Hij was zo agressief dat hij de bedhekken sloopte en met alles gooide wat hij maar te pakken kon krijgen”, vertelt Martjalda. „We konden alleen onder politiebegeleiding zijn kamer binnen om zorg te verlenen.”

„Op dat moment denk je er niet echt over na en doe je gewoon je werk”, zegt ze. „Maar als je dan thuis komt en de mensen om je heen vragen of het niet heftig was, sta je er eigenlijk pas bij stil en realiseer je je wat er is gebeurd.”

Asociaal

Mensen die door drank of drugs in het ziekenhuis belanden, hebben dat meestal aan zichzelf te danken. Maar dat betekent zeker niet dat ze zich bescheiden opstellen. „Ze zijn vaak enorm manipulatief en dwingend en alles móet per direct voor hen geregeld worden. Ze vinden zichzelf het belangrijkst”, vertelt Martjalda.

„Laatst had ik een patiënt die tien keer achter elkaar onder de douche wilde, omdat hij het zo warm had. Dat kan natuurlijk niet als ik ook nog een heleboel andere patiënten heb die zitten te wachten.”

Volgens Martjalda zijn ze doorgaans ook luidruchtig en werken ze vaak niet mee. „Ik maak regelmatig mee dat er opeens ergens nog een verlaten infuushouder staat. Dan staan al die zakken leeg te druppelen en is alles zeiknat, maar is de patiënt gevlogen”, vertelt ze.

„Je gaat soms toch twijfelen als mensen vervelend blijven doen: ligt het aan mij? Ook al weet je dat dat écht niet zo is.”

Bedreigingen

Soms is het niet de patiënt zelf die zich misdraagt, maar de familie. „Een paar maanden geleden was er een man die helemaal op tilt ging, omdat ik niet snel genoeg een ambulance voor zijn vrouw kon regelen”, aldus Martjalda.

„Hij heeft me bijna vier uur lang geterroriseerd en zei dingen als: ’Wat als ik het ziekenhuis in de fik steek? Hoe snel is er dan een ambulance?’ en: ’Het is jouw verantwoordelijkheid als mijn vrouw straks doodgaat’.”

„We hebben er echt begrip voor dat het stressvol is voor mensen, maar deze vrouw was niet in levensgevaar en ik kan geen ambulances uit de lucht toveren als die er niet zijn”, vertelt ze. „Toen ik even de kamer uitliep, vroeg een collega aan me of het wel ging. Ik zei toen van wel, maar van binnen dacht ik alleen maar: ik ga niet janken, ik ga niet janken, ik ga niet janken. Maar zodra ik in mijn kantoor was, kwamen de tranen.”

Harder

Toen alles even later geregeld was, heeft de man in kwestie nog zijn excuses aangeboden. „Maar daar kon ik op dat moment niet zoveel mee”, zegt ze. „Je went overal aan en je wordt harder en hebt veel geduld. Maar het is heel frustrerend als iemand je zo kan breken.”

Wat betreft het dealen met lastige patiënten, proberen Martjalda en haar collega’s de last samen te dragen. „We wisselen elkaar af en je moet ook leren het soms los te laten. Maar het grootste gedeelte van de tijd is mijn werk fantastisch leuk en heb ik heel leuke patiënten!”

Meer verhalen als dit? Kijk op Vrouw.nl!