Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers: daders moeten de gehele straf uitzitten

Uitslag stelling: Rechtspraak is veel te soft

Door René van Zwieten

1 / 2

De overgrote meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag (97 procent) wil dat de regels rond strafonderbreking en vervroegde vrijlating van gevangenen worden herzien. De meesten eisen dat gedetineerden de gehele straf uitzitten.

1 / 2

De veranderde juridische opstelling komt voort uit de maatschappelijke en politieke ophef die is ontstaan over de strafonderbreking en vervroegde vrijlating van een Poolse man die in 2013 in Limburg twee grootouders en hun kleinkind doodreed. Hij was niet dronken maar reed wel veel te hard.

De Pool is volgens de regels op vrije voeten gekomen. Hij heeft een verzoek ingediend voor strafonderbreking om bij de bevalling van zijn zwangere vriendin in Polen te zijn. Omdat hij al de helft van 15 maanden celstraf had uitgezeten en omdat hij door alle commotie in de media en de maatschappij al ’extra’ was gestraft kwam hij in aanmerking voor strafonderbreking. Bij buitenlanders geldt als wettelijke voorwaarde dat ze niet meer terugkeren naar Nederland. Door een combinatie van regels zal de Pool de resterende celstraf niet meer uitzitten.

De vrijlating van de hardrijder stuit de meesten tegen de borst. Van vergelding is geen sprake meer, zegt menigeen. Woedend schrijft een deelnemer dat ’deze Pool aangeklaagd had moeten worden voor moord. „Als je zo hard en roekeloos rijdt, weet je dat je een moordmachine bent.”

Deze ’onrechtvaardige’ zaak is ook aanleiding om een herziening te eisen van de regels rond strafonderbreking en vervroegde vrijlating van gevangenen. De meerderheid wil dat de opgelegde vonnissen geheel worden uitgevoerd. Zo betoogt een voorstander hiervan: „De straffen in Nederland zijn doorgaans al niet zo hoog, daaraan ook nog eens tornen maakt de Nederlandse rechtspraak tot een lachertje. Criminelen verblijven graag hier vanwege dit voor hun geweldige ’klimaat’...” En een ander valt bij: „De Nederlandse rechtspraak is veel te soft en houdt meer rekening met de dader dan met het slachtoffer en nabestaande(n).”

Slechts twee procent van de respondenten wil het huidige juridische systeem van strafonderbreking en vervroegde vrijlating behouden. Deze tegenstanders betogen vaak dat er in Nederland een scheiding is van machten en dat de politiek zich niet mag bemoeien met rechtspraak. Zij veroordelen dan ook het negatieve advies van staatssecretaris Dijkhoff over de vrijlating van de Pool. „We leven in een rechtstaat en er is zorgvuldig nagedacht over ons stelsel van regels. Elke keer toegeven aan onderbuikgevoelens van ondeskundigen is geen oplossing”, betoogt een tegenstander. En een ander stelt dat de meeste mensen slechts ’vergelding’ kennen, maar dat zij geen ’oplossing’ voor veroordeelden hebben. Deze deelnemer adviseert: „Geef gedetineerden een prikkel voor goed gedrag. Langer opsluiten zonder hulp/begeleiding is zinloos. Willen we onbegeleide/-handelde monsters terug in de maatschappij? Neen.”

Zoals gezegd, is de overgrote meerderheid voor aanpassing van de regels rond strafonderbreking en vervroegde vrijlating van gevangenen. Deze voorstanders bepleiten dat de regels flink op de schop gaan. Bovendien willen ze hier vaart achter zetten en eisen ze dat dit juridisch dossier onderdeel wordt van het formatieberaad.

Door René van Zwieten