Nieuws/Binnenland

Liedewij en Jolein vinden beesten levend terug

’Alles om ons heen is afgefikt’

Jolein en Liedewij vonden hun beesten levend en wel weer terug.

Jolein en Liedewij vonden hun beesten levend en wel weer terug.

Lissabon - Het vuur is nog altijd niet helemaal onder controle, maar veel mensen keren al terug naar hun huizen, nadat ze het weekend gevlucht waren voor het vuur. Jolein Alten en Liedewij Schieving treffen een puinhoop aan op hun boerencamping Quinta da Fonte.

Jolein en Liedewij vonden hun beesten levend en wel weer terug.

Jolein en Liedewij vonden hun beesten levend en wel weer terug.

Jolein vertelt: „We zijn net thuis geweest. De huizen zijn oké, en de geiten en de kippen die we achter moesten laten, leven nog! Maar twee caravans zijn afgebrand. Het is enorm rokerig om ons heen. En alles is zwart, alles is vies – en alles stinkt. Het is een heel bizar, onwerkelijk gevoel. Het gevaar is ook nog niet helemaal geweken, hier in de regio. Het vuur is nog niet helemaal onder controle. Het heeft heel even geregend, maar dat is alweer gestopt. Het rookt nog, de wortels in de grond roken nog. Ook een paar tuinslangen zijn verbrand, dat is het eerste wat we in orde moeten maken, die zijn we nu aan het kopen. Nee, ik denk niet dat het vuur bij ons nog terugkomt, alles om ons heen is al afgefikt. Ook het hele dal waarin we wonen, is afgebrand – en dat is ook ontzettend rokerig.”

Hoe zou het thuis zijn?

Achteraf bekeken zijn de dames zondag net op tijd vertrokken. „Het is een vreemde beslissing die je moet nemen. Je wilt zolang mogelijk blijven – want het gaat wel om ons terrein, ons leven dat we hebben opgebouwd! Maar op een gegeven moment konden we geen hand voor ogen meer zien. Dan denk je toch: ik moet hier wegwezen. Nu zijn we natuurlijk heel blij dat we weg zijn gegaan. Je kunt wel blijven, maar je kunt toch niets doen. Ja, behalve dat het verkeerd af kan lopen. We hebben de nacht bij een vriendin doorgebracht. Lief dat ze ons opving. Samen met onze vier honden. Nee, we hebben niet echt goed geslapen. Je vraagt je toch de hele tijd af: hoe zou het thuis zijn?”

Lidewij Schieving

Uiteindelijk draait het maar om een ding: overleven. „Maar voor onszelf zullen we een plan moeten gaan maken: wat gaan we doen? Want voor ons is het seizoen hiermee afgelopen, we kunnen dit jaar geen gasten meer ontvangen. Ja, zelf blijven we wel, ik zou niet weten waar we naartoe moeten. Ons leven is híer. We zullen schoon moeten maken, en de rook moet uit het dal wegtrekken. Van vrienden van ons, die ook een brand hebben gehad, weet ik dat het maanden kan duren voordat alles weer schoon is. En dan moeten we de balans opmaken. We hebben wel een verzekering, maar die is alleen voor de huizen. Voor de caravans krijgen we niets, we krijgen ook niets om de komende tijd van te leven. We zullen dus een plan moeten maken!”

Brandend blad

Ook Astrid Schipper staat op het punt naar haar huis terug te keren, nadat ze de nacht bij een vriendin had doorgebracht. „Ik zit niet zo dicht bij het epicenter van de brand als Liedewij en Jolein, maar woon op 25 kilometer afstand. Maar in het dorp naast mij, Vales, woedde toch ook een brand zaterdagavond. En uiteindelijk belandde een brandend blad op de veranda van mijn buurvrouw. Het was ontzettend beangstigend allemaal. Omdat gisteren de wind mijn kant op stond, ben ik naar een vriendin vertrokken die op vijftien minuten rijden woont, met mijn kat en mijn hond. Maar je maakt je toch ontzettend zorgen om je huis, ik ben na een paar uur toch even gaan checken. Alles was oké, maar ik voelde me toch niet veilig en ben snel weer vertrokken.”

Lidewij Schieving

Op de terugweg bleek de wind weer gedraaid. „Hij stond recht richting Beco, het huis van mijn vriendin! Ik heb haar gezegd dat het niet veilig was, dat we samen ergens anders heen moesten. Maar zij wilde niet weg, ze is al 83. Ze zei: ’Ik woon al 21 jaar hier en ik blijf hier.’ Een andere vriendin, die ook bij haar was, zei tegen mij: ’Je mag niet door het bos gaan rijden, want als het vuur je dan bereikt, ben je kansloos. Dat is precies hoe alle andere mensen zijn gestikt’. Uiteindelijk zijn we samen naar haar huis gegaan: een stenen huis, op een dorpsplein. Ik dacht: het moet wel heel raar lopen als het vuur tot daar komt. Het was wel vreselijk om mijn andere vriendin in haar huis achter te laten, maar het is gelukkig goed afgelopen. En gelukkig is het nu veilig gegeven bij mij, ik ga naar huis!”