Nieuws

’Handjes zijn hard nodig, maar mbo leidt op voor bijstand’

Metaalspecialist gezocht

Door Ertan Basekin

Amsterdam - De metaalsector zoekt de komende jaren naar duizenden nieuwe krachten, maar vooral technici zijn moeilijk te vinden. Routinematige en productiefuncties verdwijnen juist door automatisering of worden ingevuld door flexkrachten.

De productie van de metaalindustrie groeit dit jaar en volgend jaar met 2,8%, maar het aantal banen blijft daar ver op achter: +0,5% in zowel 2016 als 2017, stelt uitkeringsinstantie UWV in een rapport dat vandaag verschijnt. Oorzaak voor de matige banengroei: automatisering en flexibilisering.

Voor specialistische functies blijft de vraag naar goede medewerkers onverminderd groot, zegt Mechelien van der Aalst, auteur van het onderzoek. „Vergeleken met andere sectoren is er een enorme lijst met moeilijk vervulbare vacatures.”

Het aandeel bedrijven waar werk blijft liggen of later af is vanwege een tekort aan arbeidskrachten ligt in de metaalbranche nu al fors hoger dan in alle industriële sectoren samen: 10 om 8%.

Voorzitter Ineke Dezentjé Hamming van FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, spreekt zelfs van een mismatch op de arbeidsmarkt. „Veel mbo-studenten worden opgeleid voor de bijstand, terwijl de kansen en de banen in de techniek te vinden zijn. We hebben handjes nodig. Bovendien is er op de technische universiteiten sprake van een studentenstop.” Minister Bussemaker (Onderwijs) krijgt van de FME-voorvrouw „een zware onvoldoende”.

Ook Koninklijke Metaalunie constateert dat de instroom in het mbo achter blijft. „En dat zijn de mensen die we nodig hebben in onze sector. Te weinig scholieren kiezen voor een technische opleiding”, zegt directeur beleid Jos Kleiboer.

Dezentjé Hamming vreest dat het gebrek aan technici op termijn grote gevolgen heeft voor de economische groei in ons land.

„Bedrijven halen nu al buitenlandse krachten of kiezen ervoor om hun activiteiten te verplaatsen. Onlangs vertrok er nog een bedrijf naar Oostenrijk, omdat daar meer ingenieurs zijn. Dat is zeer schadelijk.”

Daar waar de metaalsector schreeuwt om geschoolde specialisten, daar wordt ongeschoold productiewerk door flexkrachten uitgevoerd. Al hebben metaalwerkers nog relatief vaak een vast contract: in andere sectoren zijn nog altijd meer mensen met een flexibel contract (25%) dan in de metaalbranche (16%).

In 2014, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, werkte 7,6% van de metaalsector op uitzendbasis – tegen 3,8% in 2003.

„De stijging van de laatste jaren komt vooral door de oplevende economie”, schat Van der Aalst in. „Dan nemen bedrijven nog geen mensen in vaste dienst omdat ze niet zeker zijn dat de groei bestendig is, en omdat ze zeker willen weten dat ze de goede mensen in huis halen.” Na 2014 gaat het de goede kant op, zegt de UWV-expert: „We krijgen signalen dat er weer vaste contracten worden afgesloten.”

Metaalunie-man Kleiboer herkent zich in het beeld van een oplevende productie en achterblijvende banengroei. „We zien dat de economie aantrekt en in de breedte gaat het goed in het mkb-metaal. Ook de werkgelegenheid herstelt, maar die groei stagneert wel.”

Volgens hem ligt de oorzaak vooral in de wet- en regelgeving. „Ondernemers hebben vliegangst door de regelgeving rond loondoorbetaling bij ziekte en de Wet Werk en Zekerheid.”

Verder is de economie momenteel veel dynamischer, meent Kleiboer. „Onzekerheden liggen op de loer. Er is nu veel werk, maar wie zegt dat we over twee maanden in dezelfde situatie zitten? Ook dat zorgt voor onzekerheid bij ondernemers.”

UWV-analist Van der Aalst vindt het moeilijk om verder dan een jaar vooruit te kijken. „We weten niet welke invloed technologische ontwikkeling precies gaat hebben”, zegt ze.

„De sector beweegt naar een nieuwe combinatie van mens en machine, maar hoe die er precies uit gaat zien is moeilijk te zeggen. En terwijl robots routineuze klussen overnemen, verwachten bedrijven ook dat werk uit lagelonenlanden terugkomt naar ons land.”