Nieuws

PRINSJESDAG Vijf vragen over koopkracht

Koortsachtig kijken naar tienden van procenten

Door Onze Verslaggevers

Minister Dijsselbloem (Financiën) pakt zijn koffers.

Minister Dijsselbloem (Financiën) pakt zijn koffers.

ANP

Den Haag - Elk jaar op Prinsjesdag, en later dit jaar (waarschijnlijk) ook bij het aantreden van een nieuwe regering, heerst in Nederland de koopkrachtkoorts. Van sommige groepen moet ’het koopkrachtplaatje worden gerepareerd’, en anderen gaan er vanzelf op vooruit.

Minister Dijsselbloem (Financiën) pakt zijn koffers.

Minister Dijsselbloem (Financiën) pakt zijn koffers.

ANP

Maar wat koopkracht nou precies is, en hoe het berekend wordt, is niet een-twee-drie uit te leggen. Daarom, als voorbereiding op Prinsjesdag én de uitkomst van de kabinetsformatie, een uitleg in vijf vragen.

Koopkracht, dat is toch wat je in je portemonnee hebt?

Dat is de helft van het verhaal. Koopkracht is wat een huishouden kan kopen van het geld dat het overhoudt nadát de Belastingdienst haar deel heeft genomen. Behalve met inkomen houdt de koopkracht dus ook rekening met de prijzen, of beter: met de inflatie.

Bijvoorbeeld: als uw besteedbaar inkomen met slechts een paar tientjes stijgt, of het daalt zelfs licht, dan is dat niet direct goed nieuws. Maar als een kilo appels van het ene op het andere jaar even duur blijft, kunt u van de inhoud van uw portemonnee nog steeds evenveel appels kopen – of misschien zelfs iets meer. Dan stijgt uw koopkracht. Andersom is ook waar: appels kunnen flink duurder worden, maar als u door belastingmaatregelen of een hoger loon meer geld te besteden heeft, stijgt uw koopkracht nog steeds.

Waarom is het zo belangrijk?

Als een nieuw kabinet aantreedt, of een zittend kabinet presenteert de nieuwe begroting, dan kijkt iedereen éérst naar de koopkrachtplaatjes. Die geven een idee van welk deel van de economische groei ook daadwerkelijk bij mensen in de portemonnee komt. Die mensen kiezen vroeg of laat een nieuwe Tweede Kamer, dus geen politicus wil door slechte koopkrachtplaatjes stemmen verliezen.

Deze Prinsjesdag is een bijzondere: de regering die de begroting schrijft is demissionair, en mag dus geen grote nieuwe maatregelen nemen. Dat betekent dat de koopkrachtontwikkeling vrij minmaal is: het gaat om tienden van procenten. In de zomer krijgt de regering de eerste koopkrachtplaatjes al te zien. Die kan het dan voor Prinsjesdag ’repareren’: al te negatieve effecten wegpoetsen door bijvoorbeeld een gerichte belastingverlaging.

Wat zeggen de koopkrachtcijfers op Prinsjesdag over mijn situatie?

Minder dan u misschien denkt. Bij het berekenen van de koopkrachtontwikkeling gaat het Centraal Planbureau ervan uit dat de situatie van álle Nederlanders het hele jaar precies hetzelfde blijft. Niemand krijgt een andere baan, niemand maakt promotie, niemand raakt werkloos of gaat met pensioen, niemand krijgt kinderen, niemand gaat scheiden…. Als u komend jaar wél een van die dingen overkomt, dan wijkt u dus al af van wat het CPB berekend heeft.

De tienden van procenten koopkrachtontwikkeling die het CPB noteert, zijn bovendien doorsneecijfers. Een koopkrachtstijging van 0,6% betekent dat de helft van alle Nederlandse huishoudens boven die grens zit, en de helft eronder. Dus zélfs als er aan uw situatie niets verandert, kunt u ver boven of onder de CPB-uitkomsten zitten.

Wat doet het kabinet voor mijn koopkracht?

Het kabinet kan maar een aantal dingen doen om uw koopkracht te laten stijgen of dalen. Het grootste deel van die maatregelen komt – niet heel verrassend – uit de belastinghoek. Dit kabinet heeft bijvoorbeeld de tarieven in de tweede en derde schijf van de inkomstenbelasting verlaagd. Gepensioneerden kregen een extra ouderenkorting op de belasting. Dat heeft allebei een positief effect op de koopkracht.

Of gezinnen daar vervolgens ook iets van merken, hangt af van wat de prijzen doen, en daar heeft Den Haag veel minder invloed op. Een andere manier om de koopkracht te laten stijgen is met loonsverhoging – maar ook daar gaat het kabinet niet over.

Wat doet mijn koopkracht in 2018?

Dat is moeilijk te zeggen. De cijfers van het CPB wijzen erop dat een doorsnee huishouden, waarin niets verandert, er 0,6% op vooruit gaat. Maar dat zijn de Prinsjesdagcijfers. Hoe eerder er een nieuw, missionair kabinet komt, hoe meer het kan veranderen aan de koopkrachtplaatjes van 2018. Het wachten is dus ook op een nieuw coalitie-akkoord.

Lees meer over