Nieuws

Geadopteerde vriendinnen blijken dezelfde moeder te hebben

Na 31 jaar ineens een zus

Door door Anna Mees

Op Schiphol zagen zussen Sharon en Sita elkaar voor het eerst.

Op Schiphol zagen zussen Sharon en Sita elkaar voor het eerst.

Amaury Miller

Op Schiphol zagen zussen Sharon en Sita elkaar voor het eerst.

Op Schiphol zagen zussen Sharon en Sita elkaar voor het eerst.

Amaury Miller

Het is mei 2016 als Sharon ter Wee (34) uit Hilversum door een kennis wordt overgehaald om in een appgroep met andere uit Sri Lanka geadopteerde Nederlanders te komen. Sharon wil dan al een tijd niets te maken hebben met mensen die dezelfde achtergrond hebben. Vier zoektochten naar haar roots in Sri Lanka leverden niets op en haar geboortecertificaat blijkt te zijn vervalst. Anderen kwamen wel verder. „Ik had altijd gedacht dat ik iets zou kunnen vinden, maar mijn hoop veranderde steeds meer in wanhoop. Toen ik Sri Lanka verliet, dacht ik dat het mijn laatste keer zou zijn. Het was dan wel m’n moederland, maar ik kon mijn moeder niet vinden. Ik had niks.”

Al snel blijkt Sharon dezelfde humor te hebben als appgroeplid Sita van Groesen (31) uit Den Haag. De twee gaan een op een met elkaar appen en besluiten af te spreken. In juli zien ze elkaar voor het eerst, op Schiphol. Ze vinden elkaars gedrag en houding heel erg op elkaar lijken. Sharon is in de war. „Het gaat verder dan vriendschap, maar wat zou het dan zijn? Ik had geen enkel aanknopingspunt. Mijn hoofd draaide overuren.”

Dna-test

Sita had hun biologische moeder in Sri Lanka ontmoet. Die zei maar één keer zwanger te zijn geweest. Sita dacht eerst dat Sharon een nichtje of misschien een halfzusje zou kunnen zijn. Toch vroeg ze de advocaat die haar adoptieouders had geholpen, of het zou kunnen dat ze een volle zus had. De advocaat bevestigde: een eerdere dochter van haar biologische moeder was geadopteerd door de familie Ter Wee. De uitslag van een dna-test nam in oktober alle twijfel weg. Sita: „Dat was heel bijzonder en ook emotioneel, want we zijn al die jaren van elkaar gescheiden geweest.” Sharon: „Dat ik een volle zus had, had ik nooit durven dromen.”

De zusjes kunnen hun geluk nog steeds niet op en brengen zoveel mogelijk tijd samen door. „Vooral om te praten, heel veel praten. Ze begrijpt me, ik hoef niet alles uit te leggen.” De twee appen van ’s ochtends tot ’s avonds, voelen elkaar aan en schieten op hetzelfde moment in de lach. „We hebben veel overeenkomsten, maar we moeten elkaar ook nog leren kennen. Het voelt alsof ik tijd moet inhalen.” De twee hebben dezelfde interesses („maatschappelijk betrokken”), karakters („introvert”), muzieksmaak („rustig”) en lievelingsplaats („de zee”). Ze lezen hetzelfde soort boeken („over mensenhandel en eerwraak”) en houden van hetzelfde eten („wel kroketten, geen erwtensoep en sushi”). Verschillen zijn er ook: Sharon is zorgzamer, Sita iets zakelijker. Sita is allergisch voor katten, Sharon heeft er twee. Ze is van plan om naar Den Haag te verhuizen, de woonplaats van Sita en diens verloofde Rubén. „Ik wil dichterbij mijn zusje zijn. We hebben nog zoveel te bespreken.” De twee wisselen een veelbetekenende blik uit.

Hun moeder weet nog van niks, telefonisch kunnen ze haar niet bereiken. Maar dit jaar willen ze haar in Sri Lanka opzoeken. Sita: „Zodat ze weet dat we samen zijn.” Haar verloofde Rubén, met wie Sharon een goede band heeft, gaat ook mee.

Sharon wil haar graag laten weten dat ze haar niets kwalijk neemt. De moeder was de huishoudster van een getrouwde, gewelddadige vader die in de politiek zat. Het is onbekend of hij nog leeft. De zussen zijn er nog niet over uit of ze hem willen zien, maar zo ja, dan gaan ze hem confronteren. Sharon: „Hij heeft me drie dagen na m’n geboorte met geweld weggerukt bij mijn moeder en weggemoffeld. Ik weet niet wat er met me is gebeurd tijdens de eerste acht maanden van mijn leven. Maar ik was ziek, ondervoed en heel mager toen mijn adoptieouders bij me kwamen. Ik heb geen goed woord voor hem over.” Sharon is ook boos op beide advocaten, die van haar zusje wisten maar jarenlang hun mond hielden, ook toen ze in Sri Lanka was. „Je speelt wel met het gevoel van mensen...”

Het afgelopen halfjaar was een emotionele achtbaan voor de twee zussen. Maar doordat ze elkaar vonden, maakten onrust en eenzaamheid plaats voor rust en geluk. Nu zoeken ze andere familieleden, die ongeveer tussen 1983 en 1987 geboren zijn en via de adoptiestichting Flash in Nederland kwamen. Een halfzusje zou Nilanthi heten, de adoptiemoeder van een ander Marjan of Marjon, zo hoorden ze van de advocaat. Sita: „Misschien zijn er wel meer mensen van wie de papieren niet kloppen, mensen die zich eenzaam en ontheemd voelen. Ik gun ze van harte om familieleden te ontmoeten. Ik voel me verantwoordelijk, het is onze biologische familie. Ik wil heel graag met ze in contact komen.”

Sharon en Sita, die beiden een broer en een zus hebben, hebben elkaars familie nog niet ontmoet, alleen Sita’s moeder even heel kort. Sharon: „Onze families zijn heel blij, maar ook geschrokken dat we zijn gescheiden door de adoptie. Iedereen dacht dat we enig kind waren. We bouwen het langzaam op en zijn nog aan het aftasten. Ik ben enorm gelukkig en wil haar voor geen goud meer kwijt.”