Nieuws/Binnenland

Weekje weg Zuid-Italië

Bella Puglia

Door Ghislaine van Drunen

Zon, zee en verse pasta. Welkom in Puglia, in de hak van de Italiaanse laars. Voor veel Nederlanders nog onontgonnen gebied, voor (Noord-)Italianen al jaren de vaste vakantiebestemming. Massaal komen zij ’s zomers zonnen op de stranden bij Otranto en Gallipoli. Liever reis je dan ook in het voor- of najaar, als het wat rustiger is en de zon niet onverbiddelijk brandt.

Perfect weer om in je gehuurde Fiat 500 van de ene proeverij naar de andere te rijden. Wijn natuurlijk, maar vooral olijfolie. Apulië (de Nederlandse naam voor Puglia) is met zestig miljoen olijfbomen goed voor veertig procent van de Italiaanse olijfolieproductie. De lokale boeren maken zich dan ook grote zorgen om hun eeuwenoude bomen, die sinds anderhalf jaar geteisterd worden door een hardnekkige bacterie. De ziekte verspreidt zich razendsnel en aangetaste bomen moeten worden geruimd.

 

Apulië

Wie door Apulië rijdt, kan zich voorstellen dat het grootschalig kappen van olijfbomen een ramp zou zijn voor de regio. Behalve onmisbaar voor de olie, zijn de eindeloze rijen olijfbomen kenmerkend voor het landschap. Zo ook op het landgoed van Masseria Montenapoleone, een voormalig landhuis verbouwd tot luxe hotel, waar we stoppen voor een overnachting en een proeverij.

„Deze bomen zijn vijftig jaar lang verwaarloosd, totdat mijn ouders het landgoed kochten, nu maken we er weer olijfolie mee”, vertelt manager Giuliano Monteneve terwijl hij de olie in hoge wijnglazen schenkt en die voor onze neus schuift. „Ruiken”, beveelt hij. „Goed je neus in het glas duwen, niet te lang, anders raak je aan de geur gewend.” Vervolgens mogen we slurpen, „geneer je niet, zo proef je ’t het beste”, en dan slikken. „En?”, vraagt hij vol verwachting. Om ons dan te vertellen dat we onder meer amandel en vers gemaaid gras in de olie kunnen proeven. En verrek, het is nog waar ook.

Als we een weeïge smaak in onze mond krijgen van de olie, krijgen we een bord verse pasta met een glas wijn. Dat we de orecchiette – de lokale, oorvormige pasta – net zelf hebben gemaakt in de kookworkshop van Giuliano, doet hem extra lekker smaken. Dat, en de tomaten en basilicum uit de moestuin van de masseria. „Als de ingrediënten maar vers zijn”, zegt Giuliano. Zoals het een echte Zuid-Italiaan betaamt, leerde hij van zijn oma pasta maken. „De jeugd heeft het daar te druk voor helaas. Zonde, want het is traditie.” Eten als traditie, we weten meteen weer waarom we naar Zuid-Italië wilden. Nog meer dan in de rest van het land ligt de nadruk hier op mangiare, het liefst in grote groepen, met familie of vrienden.

Alberobello

Jacqueline Springer, de Nederlandse gastvrouw van de masseria, wordt er wel eens moe van. „Soms heb ik geen zin om uren te tafelen. Maar even snel iets eten, zoals wij dat in Nederland doen, bestaat hier niet.” Zes jaar geleden emigreerde Jacqueline naar Apulië voor de liefde. Die is inmiddels bezegeld met een dochter van twee die zonder zeuren uren aan tafel blijft zitten, en ook niet moeilijk doet over wat ze op haar bord krijgt. Onze peuter krijgen we in de vakantie met moeite omgeschakeld naar het Zuid-Italiaanse ritme: lunchen na half twee en dineren vanaf half negen. Het voordeel is wel dat niemand raar opkijkt dat je je kind überhaupt mee uit eten neemt en er na tienen nog mee over straat loopt. Hier horen kinderen er gewoon bij. Al dat eten verveelt trouwens helemaal niet. Bovendien heeft Apulië nog meer te bieden. Van rotspartijen met mooie baaitjes aan de westkust en lange zandstranden in het zuiden, tot pittoreske dorpjes in het binnenland en aan zee.

 

Een van de trekpleisters is Alberobello, waar het hele dorp bestaat uit trulli: traditionele stenen huisjes met conische daken. Alberobello staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en is zeker een bezoek waard (liefst door de week en vroeg in de ochtend, als het rustig is).

Maar ga ook vooral naar Ostuni, Locorotondo, Martina Franca (in het binnenland), Monopoli en Polignano a Mare (aan de Adriatische kust). Deze dorpjes liggen allemaal vlak bij elkaar en vormen de charmante Valle d’Itria. Ze zijn gemakkelijk in een paar dagen te bezoeken. Maar je kunt natuurlijk ook het Zuid-Italiaanse ritme aannemen en er veel langer over doen. Neem de tijd om te verdwalen in de schaduw van de smalle steegjes, waar Italiaanse mamma’s achter het keukenraam de straat in de gaten houden, als ze niet met hun geruite schort om hun stoep staan te vegen of met de buurvrouw staan te beppen.

 

Tips

Natuur: Amateurspeleologen kunnen Grotte di Castellana bezoeken, een indrukwekkend grottenstelsel dat in 1938 werd ontdekt. Ook is er een speleologiemuseum. Grottedicastellana.it

Cultuur: Het Florence van het Zuiden wordt Lecce ook wel genoemd. De barokke stad heeft een rijke geschiedenis en staat vol prachtige gebouwen, vrijwel volledig uit marmer opgetrokken.

Eten

Docks 101, Via Nardelli 101/103, Locorotondo

Vanaf dit restaurant heb je prachtig uitzicht op de trulli en olijfbomen die de Valle d’Itria kenmerken. Bestel voor de lunch de Puce Valle d’Itria, een rijk belegd broodje met burrata (verse mozzarella) en capocollo (rauwe ham) uit het nabije Martina Franca.

La Veranda di Giselda, Frazione San Vito 342, Polignano a Mare

Net buiten Polignano ligt het pittoreske San Vito. Recht aan zee vind je La Veranda di Giselda, waar je na een laat ontbijt van ricotta-perentaart met cappuccino (let op, geen enkele Italiaan bestelt cappuccino na 11 uur ’s ochtends), meteen door kunt met een lunch van bijvoorbeeld zeevruchten.

La Taverna della Gelosia, Ostuni

In de città bianca (witte stad – de bewoners schilderen hun huizen ieder jaar opnieuw) vind je genoeg goede restaurants, maar bij La Taverna della Gelosia is het decor wel heel romantisch. De straat, inclusief trap naar een klein steegje, doet dienst als terras, waarbij de weelderige begroeiing van planten en bomen natuurlijke parasols vormen.

Reiswijzer

Transavia vliegt vanuit Amsterdam naar Bari, Ryanair van Eindhoven naar Brindisi en een deel van het jaar van Maastricht naar Bari. Bij aankomst kun je het beste een auto huren om de regio te verkennen, zeker als je ook het binnenland in wil, dat niet goed bereikbaar is met openbaar vervoer. Reserveer van tevoren via internet of bij het boeken van je vliegticket. Liever met de trein? Dan kan ook. Het lokale spoorwegennet is behoorlijk uitgebreid en de meeste plaatsen hebben een station. De treinen rijden echter vaak niet meer dan een paar keer per dag en de aansluitingen zijn niet altijd even goed.

Lees meer over