Nieuws

Jan Kruis won ieders hart met Jan, Jans en de kinderen

’Het waren échte mensen’

Door door Ruben Eg

Precies 28 jaar lang leverde Jan Kruis elke week trouw één pagina van de stripserie Jan, Jans en de kinderen af voor Libelle. Het overlijden van ’onze striptekenaar’, in zijn Drentse woonplaats Mantinge, werd door de redactie van het vrouwenblad gisteren bekendgemaakt. Kruis was al lange tijd ziek. Sinds hij in 1998 met pensioen ging, wordt de strip over de oer-Hollandse familie Tromp gemaakt door verschillende tekenaars en schrijvers.

Dat hele gezinnen wekelijks uitkeken naar de komst van een nieuwe Libelle vanwege de familiestrip, zagen zijn collega’s op de traditionele stripbeurzen. „Je kon het zien aan het ander soort publiek dat naar de Stripdagen kwam als Jan er signeerde”, herinnert Lodewijk, tekenaar van Agent 327, zich.

Jan Tromp

Lodewijk adviseerde Kruis in 1970 om de nieuwe familiestrip die hij wilde gaan maken te baseren op zijn eigen gezin. „Je moet altijd jezelf tekenen”, was toen al mijn favoriete theorie. ’Baseer Jan Tromp, zijn vrouw, dochters en huisdieren op die van jezelf’, zei ik tegen Jan. ’Maar ik lijk helemaal niet op Jan’, kreeg ik terug. Jan heeft er hoe dan ook wel iets héél bijzonders van gemaakt.”

De grote populariteit van Jan, Jans en de kinderen zag Gerben Valkema, tekenaar van de dagstrip Elsje, toen hij in 1998 werkte in de Groningse stripwinkel Modern Papier: „Voor een signeersessie stond de zaak stampvol met mensen die we anders nooit in de winkel zagen. Jan Kruis heeft echt mannen, vrouwen en kinderen aan de strips gekregen. Er was maar één pagina waar ik en mijn vader Libelle voor pakten: Jan, Jans en de kinderen.”

Hoi pipeloi!

Kruis kreeg met de op zijn eigen familie gebaseerde strip niet alleen hele generaties aan het striplezen, maar introduceerde ook nieuwe woorden, kreten en uitdrukkingen zoals ’Hoi pipeloi!’ en ’poep aan je schoen’ in de Nederlandse taal. De ’je-weet-wel-kater’ haalde zelfs de Van Dale, als eufemisme voor een gecastreerde kater. Een aflevering waarin opa voor 29 november ’Sint Pannekoek’ verzint, waarin het gezin de thuiskomst van de kostwinnaar verwelkomt met een maaltijd pannenkoeken (waarvan één op het hoofd), inspireerde lezers er een officieuze feestdag van te maken.

De in 1933 in Rotterdam geboren Kruis begon in de jaren 50 na zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten te werken als reclametekenaar. „Dáár wilden wij groot mee worden”, herinnert zijn latere assistent Lodewijk zich. Door de opkomst van stripbladen nam de carrière een andere wending. Waar Lodewijk voor het weekblad Pep onder ’Productie Jan Kruis’ begon aan de reeks Agent 327, daar nam Kruis voor concurrent Sjors de strip Sjors en Sjimmie over.

Verrassing

Toch gaf Kruis de opdracht na enkele jaren terug, om te verhuizen naar een blad dat niet gelezen werd vanwege strips. Voor Lodewijk was de onorthodoxe overstap geen verrassing: „Jan vond avonturenstrips fantastisch, maar wilde zelf liever een gagstrip over een familie maken. Toen de hoofdredacteur van Pep naar Libelle ging, greep Jan direct zijn kans toen hij werd gevraagd een strip voor het blad te maken.”

De diverse personages vormden vanaf het begin de kracht van Jan, Jans en de kinderen, ontdekte Valkema toen hij zelf aan de serie ging werken. Kruis had hem na het bezoek aan Groningen per brief gevraagd om wat eigen werk op te sturen voor de op te richten tekenstudio die de serie moest overnemen.

„Wat Jan één van de allergrootsten maakt, is dat hij zijn figuren zo goed laat acteren”, vat Valkema het samen. „Het zijn gewoon échte mensen. Dat zat altijd in zijn werk. Gisteren zag ik in het Stripmuseum in Rotterdam nog een Sjors en Sjimmie-pagina van zijn hand. Je ziet er allemaal echte mensen op die echte dingen zeggen. Je kent ze. Het zijn goede en slechte mensen, maar nooit stripfiguren. Het zijn de kleine dingen. Zoals het gezicht dat Jan Tromp op de achtergrond kan trekken bij een gesprek dat Karlijn en Catootje op de voorgrond voeren. Dat vertelt zó veel meer bij de grap. Misschien is het Jan Kruis zelf wel die meekijkt. Bijna stukjes magie.”

Fictie

De herkenbaarheid zorgde er frequent voor dat werkelijkheid en fictie lastig van elkaar te onderscheiden waren. Valkema: „Lezers dachten vaak dat het er in huize Kruis precies zo aan toeging als in Jan, Jans en de kinderen. Als Jan werd aangesproken hielden ze hem vaak voor Jan Tromp. Terwijl Jan het grootste deel van zijn strips uit zijn duim zoog.”

Het Nederlands Stripmuseum in Groningen richt een herdenkingshoek in Kruis. Het museum heeft originele tekeningen en illustraties, ook schilderijen van Kruis in de collectie.