Nieuws

Beëindiging treinkaping bij De Punt werd volgens commandanten mariniers ’uitputtend voorbereid’

De harde les van Wijster

— De mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) beëindigden de treinkaping bij het Drentse De Punt in 1977. Ze werden als helden onthaald. Aan die status wordt sinds een paar jaar getornd. De zwaarste aanval: een rechtszaak waarin nabestaanden van kapers de militairen beschuldigen van executies. De elitemilitairen hebben nooit hun kant van het verhaal willen vertellen. Tot nu. Eenmalig verbreken de drie commandanten van toen hun stilzwijgen.

Door door Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven

Een niet eerder gepubliceerde foto: gijzelnemers hebben twee geboeide gijzelaars buitengezet. De angst voor executies van treinreizigers was in 1977 groot. Bij de treinkaping bij Wijster (nabij Beilen), twee jaar eerder, werden drie gevangenen vermoord (zie inzet).
1 / 2

Een niet eerder gepubliceerde foto: gijzelnemers hebben twee geboeide gijzelaars buitengezet. De angst voor executies van treinreizigers was in 1977 groot. Bij de treinkaping bij Wijster (nabij Beilen), twee jaar eerder, werden drie gevangenen vermoord (zie inzet).

FOTO PRIVÉCOLLECTIE MARINIERS

Een niet eerder gepubliceerde foto: gijzelnemers hebben twee geboeide gijzelaars buitengezet. De angst voor executies van treinreizigers was in 1977 groot. Bij de treinkaping bij Wijster (nabij Beilen), twee jaar eerder, werden drie gevangenen vermoord (zie inzet).
1 / 2

Een niet eerder gepubliceerde foto: gijzelnemers hebben twee geboeide gijzelaars buitengezet. De angst voor executies van treinreizigers was in 1977 groot. Bij de treinkaping bij Wijster (nabij Beilen), twee jaar eerder, werden drie gevangenen vermoord (zie inzet).

FOTO PRIVÉCOLLECTIE MARINIERS

Tienduizend kogels, een doorzeefde intercity en acht doden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland nooit meer zo’n slagveld gezien als op het Drentse heidemoeras bij De Punt. „Het geweld was absoluut noodzakelijk om de bevrijding uit te voeren”, vertelt de marinierscommandant, inmiddels 73. „Natuurlijk, het was fors. Maar het moest. Vanwege de complexiteit van ’het doel’, de locatie van de trein, de afgesloten deuren en de positie van de gegijzelden in verschillende coupés te midden van gewapende terroristen. Het kon niet anders. Wij hebben alles uitputtend met het bevoegd gezag voorbereid en doorgesproken.”

Als de kruitdampen zijn opgetrokken en de mariniers terugkomen bij hun kazerne in Doorn, liggen er bloemen. Aan de poort staan kratten bier. Op de snelweg wordt getoeterd. Automobilisten steken hun duimen omhoog. In de lucht boven de Van Braam Houckgeestkazerne cirkelt een reclamevliegtuig. „Mariniers bedankt”, staat er op de sleep.

In de decennia die volgen, blijft dat beeld overeind. De militairen zijn de helden en de Molukse kapers de terroristen. Dat zes van hen waren doodgeschoten, wordt gezien als eigen schuld, het bedrijfsrisico van terreur. De commandanten die de leiding hadden over de bestorming verlaten het leger en laten ook in gedachten De Punt achter zich. Ze bouwen succesvolle zakelijke en maatschappelijke carrières op.

In 2011 begint het plaatje te veranderen. In dat jaar duikt het verhaal op van de anonieme ’marinier X’. Hij claimt dat er opzettelijk weerloze kapers met een schot van dichtbij zijn geëxecuteerd. De secretaris-generaal van Justitie zelf zou de opdracht hebben verstrekt: alle gijzelnemers moesten dood. ’Jongens en meisjes die zich niet meer konden verweren zijn gewoon afgeslacht en vermoord’, verklaart X in een bijzonder emotionele verklaring die journalist Jan Beckers verwerkt in een verhaal.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie start een onderzoek naar de gang van zaken. Veel is tot dat moment onduidelijk, zo erkennen ook de mariniers. Wie schakelde precies wie uit? Ze hebben geen idee. In 2014 presenteert Veiligheid en Justitie een stevig rapport. De conclusie: het geweld was heftig maar gepast, de mariniers zijn hun boekje nergens te buiten gegaan. Onmiddellijk begint advocate Liesbeth Zegveld een civiele procedure tegen de Staat, namens nabestaanden van twee gedode kapers. Ze eisen 37.500 euro schadevergoeding vanwege de onnodige dood van hun kinderen. De familieleden willen ’de waarheid’.

Vlak voor de zaak begint, komt een verklaring naar buiten van nog een marinier. Hij geeft zijn identiteit niet prijs en deponeert de verklaring bij een notaris. Deze man claimt dat de militairen tijdens hun laatste briefing te horen kregen dat alle kapers dood moesten. Een ’regeringsfunctionaris’ zou uit Den Haag zijn gekomen om hun deze boodschap in te prenten.

Na de eerste berichten roepen de toenmalige commandanten hun mannen bij elkaar. Ze spreken af om ’zich te onthouden van commentaar zolang er onderzoeken lopen’. Maar met de rechtszaak en de tweede anonieme verklaring loopt eind 2016 de emmer over. ’Bizarre lulverhalen’, vinden de commandanten het.

In een zaaltje in Den Haag zitten ze na lange tijd weer bij elkaar: marinierscommandant kapitein A (73), commandant van de aanvalseenheid B (67) en eerste luitenant der mariniers en plaatsvervangend commandant C (66). Bijna veertig jaar hebben ze interviews afgehouden. Vlak voor de rechtbank in Den Haag komende week uitspraak doet in de rechtszaak van de nabestaanden, verbreken ze het stilzwijgen. Met hun rangen, niet met hun volledige namen. Die houden de mannen voor zichzelf, omdat ze geen zin hebben in hun directe omgeving dagelijks met De Punt te worden geconfronteerd. De stap naar de media nemen ze volgens A. met tegenzin. „Wij voelden ons als een bokser met zijn handen op de rug die almaar klappen krijgt. We moesten iets drastisch doen. We kunnen niet eeuwig niets zeggen.”

De mannen kijken jaloers naar de hightech spullen waar de Dienst Speciale Interventies anno 2017 mee opereert. Contraterrorisme staat begin jaren zeventig in de kinderschoenen. Nederlandse mariniers krijgen in 1972 de opdracht een antiterreureenheid te formeren na de dramatisch afgelopen gijzeling van de Israëlische ploeg (elf gedode atleten) tijdens de Olympische Spelen in München. Ze krijgen hulp van de Duitse collega’s. Verder is het een kwestie van leren door eigen missers en lobbyen voor de juiste spullen.

Bij een stille verkenning van de Franse ambassade waar in september 1974 een gijzeling gaande is, slaat een veldfles die ze netjes volgens dienstvoorschrift aan hun koppel dragen, keihard tegen een metalen brandtrap. Het klinkt harder dan een gong. De mariniers druipen snel af. Wanneer in 1975 bij het Drentse Wijster voor het eerst Molukkers een trein kapen, beschikken de mariniers niet eens over echt kogelwerende vesten. Ze moeten het doen met afgedankte Amerikaanse spullen uit Vietnam.

Die eerste treinkaping loopt slecht af. Kapitein A. ligt tweehonderd meter van de trein wanneer de gijzelnemers één van hun gevangenen doodschieten. Daarvoor waren ook al twee gevangenen geëxecuteerd. De mariniers mogen niet ingrijpen. De overheid wil de gijzeling door onderhandelen tot een einde brengen. De antiterreuraanpak van die tijd. „Het was walgelijk”, zegt marinier A. „Ik zag die man zo uit de trein vallen. Maar je neemt het niet mee”, reageert hij op suggesties dat de antiterreureenheid in De Punt wraak wilde nemen voor wat twee jaar eerder was gebeurd. „Bij De Punt hebben we wel gezegd: het gaat niet nog een keer gebeuren!”

Wijster is volgens de mannen de ultieme wake-upcall. De gijzeling maakt duidelijk dat terreur ook in Nederland bij het dagelijks leven hoort. De mariniers trainen vanaf ’75 speciaal op het bestormen van treinen. Ze oefenen op afgedankte rijtuigen in een zandput bij Maarsbergen. Dat gebeurt bijna in het zicht van de weggebruikers op de A12.