Nieuws

Roman ’Commandant Konijn’ van Michel Maas

Verslaafd aan de oorlog

Door Paola van de Velde

1 / 2

„Ik, dapper? Nee, ik ben alleen niet snel bang. Dat is iets anders. Oorlogsverslaggevers die er mee ophouden, die zijn pas dapper. Ik prijs ze altijd. Omdat zij tijdig inzien dat ze totaal wegdrijven van hun oude leven en stoppen om hun relatie te redden. Ik weet hoe moeilijk het is, de lokroep van een oorlog is sterk. Daaruit stappen is net zo moeilijk als stoppen met roken of afkicken van een heroïneverslaving.”

1 / 2

Michel Maas - correspondent Zuidoost-Azië voor de NOS en de Volkskrant - windt er in zijn nieuwste, spannende roman Commandant Konijn geen doekjes om. Zijn heimelijke oorlogsverslaving voerde hem stap voor stap verder van huis, verder van zijn vrouw en kinderen, zo in de armen van een andere dame, een Amerikaanse collega, en een andere familie: de oorlogsverslaggevers in Kosovo die dag en nacht samen optrekken op zoek naar spanning en een goed verhaal.

Roman staat het op de omslag. Maar veel hoefde Maas - wiens debuut De vleugels van Lieu Hanh in 1995 werd bekroond met de Gertjan Lubberhuizenprijs - niet te verzinnen. „Het is mijn verhaal, zeker. Alleen soms gaat de pen met je aan de haal. Die absolute vrijheid om verbanden te leggen, emoties te beschrijven en dingen te beleven die ik helemaal niet heb beleefd, had ik nodig. Ik wilde er beslist geen journalistiek verslag van maken.”

Het was een kogel van een M16, die hem zes jaar geleden in Bangkok vol in de rug trof, terwijl hij nota bene live op de radio verslag deed van het treffen tussen de regeringstroepen en de opstandelingen in de Thaise hoofdstad, die hem deed terugdenken aan zijn eerste oorlog, die in Kosovo. De lawine aan herinneringen die hem overspoelde deed besluiten dit boek te schrijven.

De kogel kwam onverwacht. „Ik had niet gedacht dat ze meteen met scherp zouden schieten. In een beschaafd land gebruiken ze eerst traangas en rubber kogels.” Toch schrijft hij in de proloog: „Het moest een keer gebeuren, daar niet van. Ik wil niet zeggen dat ik het heb opgezocht, maar toen het gebeurde dacht ik meteen, daar heb je hem, eindelijk.”

Maas knikt. „Lange tijd ben ik naïef geweest. Ik stapte als Kuifje rond in Kosovo en later in Atjeh en Bangkok. Ik waande me, net als vrijwel alle oorlogsverslaggevers, onaantastbaar. Juist omdat je journalist bent. Je denkt: ik ben hier maar een toeschouwer. Ik heb niets met het conflict te maken. Waarom zouden ze op mij schieten?”

Rusteloos is hij altijd geweest. Als kind al. Voordat hij journalist werd, was hij aangenomen op de kunstacademie en zat hij een tijdje op de zeevaartschool. En hoewel hij zijn carrière begon als literair verslaggever lonkte al snel het avontuur van een correspondentschap. Vanuit zijn eerste standplaats Boedapest rolde hij stap de beginnende oorlog van Kosovo in.

„Het bleek verslavend. Een oorlog is zoveel spannender dan het gewone bestaan. Het is rauw, ontdaan van alle culturele franje. Het gaat er letterlijk om leven en dood. Als journalist daar heb je echt het gevoel dat je er toe doet, dat je een taak hebt, dat jouw verhaal het verschil maakt.”

„Bovendien, en dat klinkt misschien gek, het is ook makkelijk. Je hoeft in een oorlog maar de straat op te gaan en je hebt een verhaal. Het is dankbaar werk, want jouw stuk verschijnt meteen op de voorpagina of in elk geval groot in de krant en iedereen vindt het spannend, en op de redactie in Amsterdam word je geprezen.”

Niettemin dringt - ook in het boek - de vraag zich op of dit het allemaal waard is geweest. De schrijver heeft een hoge prijs betaald voor zijn grenzeloze nieuwsgierigheid en fascinatie voor oorlog. De titel van zijn autobiografische roman verwijst niet voor niets naar een knuffel van zijn dochter, die hij bij wijze van talisman en herinnering aan thuis altijd bij zich droeg. Het is het symbool van het gezin dat hij kwijtraakte.

„Ja, over die vraag heb ik veel over nagedacht”, zegt Maas. „Toch is dit boek geen rechtvaardiging, biecht of een spijtbetuiging. Zou ik het als het kon anders gedaan hebben? Ik denk het niet. Het aard van het beestje verander je niet zomaar.”