Nieuws/Binnenland

Sail-column Daphne van Dijk:

Virus

Door Daphne van Dijk

undefined

"Mam", vraagt mijn 8-jarige zoon. "Mag ik op zeilles?" Ik was er al bang voor, want de Van Dijkjes zijn nog steeds geen vaarfanaten, maar eigenlijk verbaast deze opmerking mij niet zo heel erg. Sinds de eerste SAIL-dag is mijn zoontje niet weg te slaan bij de Optimist on Tour bij het KNSM-eiland. Daar kunnen gratis zeillessen worden gevolgd voor basisschoolleerlingen met een zwemdiploma.

Mijn zoontje heeft de afgelopen dagen in een Optimist leren zeilen. En hij raakt er niet over uitgepraat. Hij weet te vertellen dat je er tussen je lijf en je zwemvest een boterham met pindakaas zou moeten passen. Dat een zwemvest géén reddingsvest is en dat je ontzettend uit moeten kijken voor de giek, zeker als je overstag gaat. En dat je zeil eigenlijk je motortje is.

"Mam, wist je dat een roer precies andersom werkt! Als je naar links wilt, moet je rechts sturen", legt hij enthousiast uit. En dan heb ik het nog niet eens over zijn oprechte belangstelling voor alle tall ships en de marine-schepen langs de route.

Sail 2015 is bijna voorbij en voor hem had het niet lang genoeg kunnen duren. En voor mij? Ikzelf heb vaker op een boot gezeten dan ooit tevoren in mijn leven – en dat was absoluut niet vervelend. Ik weet heel inmiddels heel goed wat stuurboord en bakboord is, wat schroefwater van grote schepen inhoudt is en waar de vaargeulen in het IJ liggen.

Ik vond het geweldig om Sail mee te maken en er over te schrijven en heb net als miljoenen andere mensen genoten van het nautisch evenement, de zon en de geweldige sfeer op en rond het water. Maar de diverse keren dat mensen me vroegen of ik nu een vaar-freak ben geworden, moet ik teleurstellen. Ik ben niet van plan ooit een boot te huren, laat staan te kopen (al neem ik wel graag uitnodigingen aan voor een tochtje).

Maar er is in huize Van Dijk in ieder geval één persoon door het nautische virus geïnfecteerd geraakt, een 8-jarige jongetje. En ik vrees dat het nog besmettelijk is ook.