Nieuws/Binnenland

Dagboek van een Minnares

’Nu wist ik zeker, er was iets gebeurd’

In deel 101 van Dagboek van een Minnares viert de minnares haar dertigste verjaardag.

De gedachte dat ik eigenlijk moest solliciteren van het UWV duwde ik weg. Ik had het druk tenslotte. Eerst ging ik naar het politiebureau om aangifte te doen van het verspreiden van mijn naaktfoto en -filmpje. Een vriendelijke oudere man stond me te woord. “Heeft u bewijs dat de vrouw van uw partner daarachter zit?” Hm, dat klonk stom, ‘vrouw van uw partner’.

“Nee, maar ik weet het zeker. Ik heb die filmpjes naar mijn vriend gestuurd en zij moet ze dus wel hebben verspreid. Maar bewijs heb ik daar niet van, nee.”

En heeft u het aan haar gevraagd?”

“Nee, ze lag toen in het ziekenhuis en we staan niet echt op vriendschappelijke voet met elkaar. Dat begrijpt u vast wel.”

“Wat verwacht u nu van ons?” Het gezicht van de agent werd wat grimmiger.

“Nou, dat u haar verhoort natuurlijk. Het is toch verboden om dit soort beelden te verspreiden?”

“Ik stel voor dat u dit eerst met haar bespreekt. Zonder bewijs kunnen we niets doen.”

Ik werd kwaad. “Dat stomme wijf verpest mijn hele leven! Ze kan dat toch niet ongestraft doen?”

“Ik vind het ook heel vervelend voor u, mevrouw. Ik wens u veel sterkte.” Verbeeldde ik het me nu of lachte die man me gewoon uit?

Boos stampte ik het bureau uit. Nu haatte ik Josien nóg meer.

Lees verder op VROUW: ’Nu wist ik het zeker. Er was iets gebeurd.’