Nieuws

Andries Knevel herstelt gestaag van legionellabesmetting

’Soms ben ik het niet eens met God’

Door Marcel Frost

Hoog in de bergen in Bolivia was nog niets van de besmetting te merken.
1 / 3

Hoog in de bergen in Bolivia was nog niets van de besmetting te merken.

EO-coryfee Andries Knevel lag drie weken op de intensive care, werd een aantal dagen kunstmatig in coma gehouden en zijn omroep riep mensen op voor hem te bidden. Maar dat hij de dood in de ogen heeft gekeken, zal niemand hem horen zeggen. „Ik hou het bij de woorden van de arts: zeer ernstig ziek. Dat ga ik verder niet invullen of erover speculeren, want dat is zinloos”, klinkt het nuchter.

Hoog in de bergen in Bolivia was nog niets van de besmetting te merken.
1 / 3

Hoog in de bergen in Bolivia was nog niets van de besmetting te merken.

’Het gaat nog steeds elke dag een beetje beter”, zegt Andries Knevel (65), die in november in het ziekenhuis werd opgenomen met een dubbele longontsteking, als gevolg van een legionellabesmetting in Bolivia. Bij hoge uitzondering laat hij zich thuis interviewen. „Dat mag van mijn vrouw al twintig jaar niet meer. Jullie fotograferen niet het halve interieur, hè.”

Van de elf kilo die hij afviel, zijn er inmiddels zo’n vijf terug. Hij maakt een montere indruk, al hapt hij wel af en toe naar extra lucht. „Ik loop elke dag vijf kilometer, samen met mijn vrouw, zodat de longen verder opengaan. Soms vind ik het zelf ongelooflijk dat ik het weer kan. Ik schat dat ik inmiddels op 75 procent zit. Dat ik een goede conditie had toen het gebeurde, heeft me zeker geholpen, zeiden ze in het ziekenhuis”, vertelt Knevel, die in zijn vrije tijd regelmatig op de racefiets in de Gooise bossen is te vinden.

Knevel was in Bolivia om voor EO’s Metterdaad een reportage te maken over noodlijdende boeren. „Metterdaad is de hulppoot van de EO, al decennialang zamelen we hiermee geld in voor allerlei projecten. We willen de boeren daar helpen om te overleven. Ze hadden het al slecht en door de klimaatverandering valt er nauwelijks meer regen. De eerste uitzending is morgenochtend te zien op NPO 2 en voor mij is dat een logisch moment om mijn ziekteperiode in elk geval in de media af te sluiten. Wellicht dat ik volgende week op tv nog iets erover vertel en dan is het klaar. Ik wil niet de presentator zijn die steeds maar weer over zijn ziekte komt praten.”

Terugrekenend is hij tot de conclusie gekomen dat hij reeds kort na zijn aankomst in Bolivia is besmet. „Of in de douche van het hotel waar ik even acclimatiseerde voordat ik hoger de bergen in zou gaan, of buiten ergens bij een fontein. Daarna ging ik naar een hoogte van 4400 meter, zonder ergens last van te hebben. Eenmaal terug uit de bergen werd ik opeens heel beroerd; ik dacht aanvankelijk aan een verlate hoogteziekte. Op het vliegveld raakte ik even bewusteloos, de 25 uur durende reis naar Nederland was verschrikkelijk en een dag na mijn thuiskomst verloor ik opnieuw het bewustzijn. Gelukkig kwam net op dat moment mijn zoon, die vlakbij werkt, kijken hoe ’t ging. Even later lag ik in de ambulance richting ziekenhuis.”

De bidoproep van de EO werd met gemengde gevoelens ontvangen. Sommigen vroegen zich af of bidden wel zin heeft, aangezien er veel leed is op de wereld.

„Dat is helemaal buiten mij om gegaan, maar wel in overleg met de familie. Bidden past in onze traditie, het is een manier om gedachten bij God te brengen. Over dankbaarheid, zorg, hoop. Ik heb ontzettend veel reacties ontvangen, alleen al meer dan zevenhonderd kaarten. Ook van mensen die zeiden niet gelovig te zijn, maar mij wel het allerbeste wensten. Mag ik via De Telegraaf iedereen daarvoor bedanken? Het was hartverwarmend.”

Een ongelovige zal stellen dat wanneer er een God bestaat, u helemaal niet ziek was geworden. Maar u zegt natuurlijk dat deze erger heeft voorkomen.

„Zo eenvoudig is het niet. Ik ben vooral beter geworden door de juiste medicijnen en de goede zorgen van de mensen in het ziekenhuis in Hilversum. Zij hebben echt alles uit de kast gehaald om mij er bovenop te helpen, daar heb ik veel waardering voor. Geloven in God is geen succesgarantie. Dat je op een knop drukt en dat het dan allemaal goed komt. Iemand die niet gelooft zou met dezelfde zorg en dezelfde medicijnen net zo beter kunnen worden als ik. Maar ik heb ’s nachts in mijn bed vaak de zin ’onnoembaar aanwezig deelt u mijn bestaan’ door mijn hoofd laten gaan, afkomstig uit het lied Ik zal er zijn. Ik was niet alleen, haalde daar vertrouwen uit, werd er rustig van. Ik wist me geborgen in de handen van God, het geloof droeg me.”

Uw zus stierf met 36 jaar aan kanker, uw vader aan MS. Twijfelde u ook toen niet aan het geloof?

„Nee, maar dat zijn wel momenten waarop ik het niet eens ben met God. Dan protesteer ik enorm. Ik vind het moeilijk om uit te leggen wat God voor mij precies is. Met die ’communicatievraag’ worstel ik al langer. Ik snap de kritische kanttekeningen die anderen hebben. Ik ben zelf een bèta, maar met wetenschap is het niet te verklaren. Het blijft in het geloof gaan om vertrouwen en overgave.”

Soms besluiten mensen na een ingrijpende ervaring om alles anders te gaan doen. Geldt dat ook voor u na uw ziekbed?

„Ik ben afgelopen maandag 65 geworden, ik bevind me al enige tijd in de fase waarin ik nadenk over het verdere verloop van mijn leven. Ik ben op de intensive care niet tot radicaal nieuwe inzichten gekomen. In november bereik ik deo volente de AOW-gerechtigde leeftijd en mijn idee was om daarna nog lekker door te werken, weliswaar in veel mindere mate. Ik weet niet of dat nog kan. Legionella staat bekend om zijn restverschijnselen. Van de bedrijfsarts mag ik nu vier uur per week werken en ik hoop dat het snel meer wordt. De tijd die ik straks overhoud, wil ik gebruiken om het land in te gaan om te preken en te spreken over het geloof, vooral voor studenten. Maar dat is onder voorbehoud.”

Twitter heeft u inmiddels wel weer aardig opgepakt. Via dat medium ’bekende’ u onlangs dat u de Stemwijzer had ingevuld en dat SGP en CDA op een gedeelde eerste plaats kwamen, gevolgd door de VVD. Staat dat uw neutraliteit als journalist niet in de weg?

„Het was vooral zelfspot, want de meeste mensen associëren mij met de ChristenUnie. Onder journalisten heb je twee stromingen. De school van Paul Witteman, die gewoon zegt dat hij PvdA stemt en Ferry Mingelen, die stelt dat je je voorkeur geheim moet houden. Ik neig ernaar om de theorie van Witteman te volgen. Ik denk dat ik binnenkort bekend maak dat ik CU stem”, zegt hij met een lachje. „Die neutraliteit is toch al vermeend, de meesten denken wel te weten in welke hoek ik thuishoor.”

Criticasters vinden de publieke omroep nog steeds links. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Knevel houdt voor het eerst tijdens dit gesprek een lange denkpauze en zegt dan: „Voormalig NPO-voorman Henk Hagoort kwam van de EO en lanceerde hier vijftien jaar geleden al de uitdrukking ’het is drie keer de Volkskrant’. Dat is veranderd. De publieke omroep lijkt zich tegenwoordig bewuster van de slogan ’van iedereen, voor iedereen’. Maar de NPO moet nog steeds oppassen dat het niet te eenzijdig wordt. Want als het eenzijdig wordt, is het wel links eenzijdig.”

NPO-baas Shula Rijxman hield onlangs een pleidooi om de ’gewone man’ meer aan het woord te laten. Goed plan?

„Wie of wat is dat dan, die gewone man en hoe doe je dat? Meer straatinterviews? Het Lagerhuis helemaal terughalen, dat De Wereld Draait Door nu met de verkiezingen even nieuw leven inblaast? EenVandaag probeert het, met een panel, maar of dat de oplossing is? Ik denk dat de NPO vooral iedereen op dezelfde manier tegemoet moet treden, zonder vooringenomenheid. Ook mensen met rechtse opvattingen, of orthodoxe christenen, bijvoorbeeld. Op dat punt kan nog wat worden verbeterd.”

Kunt u inmiddels zonder wrok naar Eva Jinek kijken? Zij zit op de plek waar u vroeger met Tijs van den Brink voor een ander geluid zorgde.

„Ja hoor, dat is geen enkel probleem. Al denk ik ook wel eens, met de verkiezingen in het vizier, dat het leuk was geweest als we er nog zouden zitten. Maar ik heb de afgelopen tijd vaker gedacht ’het is mooi geweest, fijn dat iemand anders het doet’. Los daarvan: nu had ik het helemaal niet gekund.”