Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers: Spaargeld nodig voor opknappen woning

Minder lenen slecht plan

ANP

Het verlagen van de leennorm voor hypotheken zal een rem zetten op de huizenmarkt, denkt driekwart van de stellingdeelnemers. De meesten willen niet dat de maximale hypotheek lager dan 100 procent van de woningwaarde uitvalt.

ANP

Minister Dijsselbloem (Financiën) kondigde donderdag aan dat hij wil dat huizenkopers nog minder dan 100 procent kunnen lenen van de woningwaarde. Daarmee zit hij op de lijn van Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, die de leennorm naar hoogstens 90 procent wil verlagen. De banktopman wil hiermee voorkomen dat bij een nieuwe crisis weer honderdduizenden mensen met een restschuld komen te zitten.

Maar de meerderheid van de deelnemers (64 procent) vindt verdere verlaging van de leennorm geen goed plan. Sommigen verzuchten dat ’de politiek de hypotheken maar niet met rust wil laten’. Velen menen dat het verlagen van het hypotheekplafond niet nodig is: andere maatregelen, zoals de bijleenregeling en de stapsgewijze verlaging van de renteaftrek, sorteren al genoeg effect. Anderen wijzen er verder op dat huizenkopers vaak al het eigen geld moeten gebruiken voor het opknappen, renoveren en/of verfraaien van de aangekochte woning. Daar gaat het gespaarde geld aan op en niet aan de aankoop van de woning zelf. Zo schrijft een deelnemer: „Het is van de gekke dat mensen steeds meer moeten sparen om een huis te kunnen kopen, 100 procent hypotheek is genoeg. Kijk maar eens hoeveel geld er nog in het huis gestopt moet worden om het geschikt te maken om te bewonen. Dan spreek je al snel over 10.000 tot 30.000 euro.”

Ook verwachten velen dat als huizenkopers minder kunnen lenen, de huizenprijzen omlaag zullen gaan. Misschien goed voor starters, maar de meeste huizenbezitters zijn tegen.

Er zijn ook respondenten die sparen voor een huis heel gewoon vinden. Zij geven dan vaak een voorbeeld van de buitenlandse hypotheekmarkt. „In Duitsland moet je eerst sparen voor 25 procent aanbetaling van de woningwaarde, dus geen 90 procent zoals Klaas Knot wil. Je krijgt 75 procent hypotheek voor je huis”, laat een Nederlander weten die over de grens woont. En een ander meent: „Kopers moeten 100 procent kunnen blijven financieren voor de eigen woning, anders komt de markt helemaal op slot te zitten omdat er geen doorstroming meer is.”

Iets meer dan de helft is voorstander van het behoud van het stelsel van hypotheekrenteaftrek. Wel zijn er steeds meer voorstanders van de afschaffing ervan. Deze groep betoogt dat de aftrek niet te snel, maar stapsgewijs afgebouwd moet worden, zoals nu ook gebeurt. Ook hier wordt voor de argumentatie verwezen naar het buitenland: „Wij zijn zo ongeveer de enige Europeanen, die verwend worden met de aftrek van hypotheekrente. Eigenlijk is het een vreemde regeling, die kopers van huizen bevoordeelt.”

Voor het inzetten van pensioengeld bij de hypotheekaflossing, zodat jongeren bijvoorbeeld eerder een (starters)woning kunnen aanschaffen, is weinig bijval. Zo foetert een respondent: „Belachelijk plan. Pensioengeld is voor pensioen en niet anders. Tegenover een hypotheekschuld staat bezit.” En een ander valt bij: „Pensioengeld en hypotheek helemaal gescheiden houden.”

René van Zwieten