Nieuws

Regeren is creperen, zeker met de VVD

De ironie van de Nederlandse politiek is dat regeringsdeelname vrijwel altijd tot verlies lijdt. Regeren is creperen, zeker als dat met de VVD gebeurt. CDA (Rutte I) en PvdA (Rutte II) weten er alles van. Wie in een verkiezing wil winnen, moet dat doen vanuit de oppositierol.

Het handige van de VVD is dat de partij steeds verder naar rechts is opgeschoven. Rutte, die ooit links-liberaal schijnt te zijn geweest, heeft de geest van de tijd goed aangevoeld door steeds conservatiever te worden. Het CDA heeft onder Buma een duidelijke beweging naar rechts gemaakt en ook D66 is economisch gezien steeds meer die kant opgeschoven. VVD en CDA hebben de opvattingen van Wilders deels overgenomen, zodat je in Nederland naast een ’verkeerd soort populisme’ (woorden Rutte) kennelijk nu ook een politiek correct soort populisme hebt, namelijk dat van VVD en CDA.

De PvdA heeft zijn eigen achterban totaal van zich vervreemd door vier jaar lang een VVD-beleid te steunen. Gelukkig gaat het nu een stuk beter met de economie, maar het beleid van Rutte II was, met instemming van Dijsselbloem, veel meer gericht op het elimineren van het begrotingstekort dan op het verbeteren van de koopkracht van gezinnen. Bezuinigingen in de zorg, achterblijvende pensioenen en de ongelukkige Flexwet hebben de PvdA ook geen goed gedaan en dan had de partij ook nog eens de pech dat Groningen, het laatste PvdA-bolwerk, de provincie van de aardbevingsslachtoffers is.

Nederland is een coalitieland. Uitgesproken linkse (Den Uyl) of rechtse (Rutte I) kabinetten leiden alleen maar tot polarisatie. De gevolgen daarvan zien we in de VS. Nederland gedijt het best bij een beleid waarin verschillende politieke stromingen vertegenwoordigd zijn. Dat is helemaal gewenst na een verkiezing waarin bijna 80% van de kiezers niet op de partij van de premier heeft gestemd. Voor nu zou dat betekenen dat ook GroenLinks bij de formatie betrokken moet worden, ook al weet je nu al dat die partij daar bij de volgende verkiezingen voor afgestraft zal worden. Dat is het lot van regeren. Vanaf de zijlijn roepen is electoraal gezien veel aantrekkelijker.

Economisch gezien gaat de komende kabinetsperiode de nodige verrassingen opleveren. Na acht jaar van opgaande conjunctuur in de VS is de kans groot dat zich tussen nu en 2020 een omslag – lees: een nieuwe recessie – gaat voordoen. Europa loopt conjunctureel op Amerika achter, maar kan zich niet onttrekken aan wat daar gebeurt. Onbekend is wat het protectionisme van Trump en Brexit voor de wereldhandel gaan betekenen. Totaal onbekend is ook hoe de uiterst gevaarlijke experimenten van de ECB, en in mindere mate die van de Fed, gaan uitwerken. En men kan er donder op zeggen dat de eurozone, via Griekenland, Italië of Frankrijk weer een keer in de crisismodus gaat belanden. Uitdagingen genoeg voor een nieuw kabinet.