Nieuws/Nieuws

CPB en SCP voorzien meer problemen

Laagopgeleiden in de knel

Door door Ertan Basekin

De positie van laagopgeleiden in ons land zal de komende jaren verder verslechteren.

Zo wordt de loonachterstand ten opzichte van hoogopgeleiden groter, blijkt uit een gezamenlijk rapport van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt. Verder nemen de werkloosheid en armoede onder de laagopgeleiden verder toe.

De lonen van laagopgeleiden stijgen tot en met 2025 met 5 procent, terwijl middelbaar en hoogopgeleiden 14 procent meer loon zullen ontvangen. Volgens onderzoeker Marloes de Graaf van het CPB zal de kloof steeds groter worden omdat onze economie zich meer specialiseert in hoogwaardig werk. „Bedrijven hebben daardoor meer hoogopgeleid personeel nodig. De vraag naar deze werknemers zal toenemen, terwijl het aanbod achterwege blijft. De lonen voor deze werknemers zullen daardoor stijgen.”

Minimumloon

De Graaf verwacht dat vooral mensen met een minimumloon in de problemen zullen komen. „Zij verkeren al in een lastige situatie. Ook deze lonen stijgen procentueel minder hard dan bij de hoogopgeleiden. Dat zorgt voor meer armoede.”

Ons land telt momenteel twee miljoen werkenden en werkzoekenden met een laag opleidingsniveau. Zij hebben meestal een vmbo of een mbo 1-diploma op zak. Laagopgeleiden hebben een slechtere positie op de arbeidsmarkt dan middelbaar en hoogopgeleiden. Ze zijn vaker werkloos of zijn werkzaam in laagbetaalde en onzekere sectoren.

Robotisering

Het CPB en SCP vrezen dat de situatie van de laagopgeleiden de komende jaren verder achteruit gaat. „De vraag naar laaggeschoold personeel neemt af vanwege de automatisering en robotisering”, zegt De Graaf. „Bovendien zien we dat steeds meer werk wordt verplaatst naar lagelonenlanden.”

De ongelijkheid in werkloosheid zal de komende jaren dan ook stijgen. Volgens de berekeningen van het CPB en het SCP neemt de werkloosheid onder laagopgeleiden de komende jaren toe met bijna 2,5 procentpunten, terwijl die onder hoogopgeleiden niet of nauwelijks groeit.