Nieuws/Binnenland

Alles over de kranslegging

Door Pieter Klein Beernink

Hoeveel Nederlandse slachtoffers de Tweede Wereldoorlog heeft geëist is dit jaar duidelijker dan ooit. Zodoende is ook bekend voor hoeveel mensen de kransen op de Dam nu eigenlijk worden gelegd.

Omdat er behoefte bleef bestaan om prcies te weten om hoeveel van welke slachtoffers het gaat, liet het Comité 4 en 5 mei gedetailleerd onderzoek doen. Exacte aantallen zullen we nooit weten. Maar in het 70ste herdenkingsjaar is wél de beste schatting sinds de Tweede Wereldoorlog beschikbaar gekomen.

Tien kransen worden gelegd door koning Willem-Alexander en koningin Máxima, door overige autoriteiten en door nabestaanden uit de slachtoffergroepen, waarvoor de kransen zijn bedoeld. Steeds gaat het om Nederlandse slachtoffers.

 

Krans 1

Alle slachtoffers van oorlogen

 

Krans 2

102.000-104.000 vervolgde joden

215 vervolgde Roma en Sinti

 

Krans 3

4000 slachtoffers in kampen

1000 Arbeitserziehungslager

500 - 800 in tuchthuizen en gevangenissen

2.000 slachtoffers executie

500 - 600 in concentratiekampen in Nederland

40 Prinses Irene Brigade

102 Stoottroepen

 

Krans 4

16.000 - 25.000 slachtoffers Hongerwinter

50.000 slachtoffers slechte volksgezondheid

30.000 burgerslachtoffers oorlog

23.000 burgerslachtoffers bevrijding

8.500 dwangarbeiders

130 Jehova’s getuigen

 

Krans 5

13.000 -16.800 burgers in kampen Azië

2000 burgers in Nederlands-Indië

2000 burgers in Bersiapkampen

3.500 - 20.000 burgers in Nederlands-Indie/Indonesië na de oorlog

2000 burgers door Indisch verzet.

 

Krans 6

3400 slachtoffers koopvaardij

2200 militairen in meidagen 1940

300 - 400 militairen in krijgsgevangenschap

7.552 krijgsgevangenen KNIL in Nederlands Indië

648 krijgsgevangenen Marine in Nederlands Indië

2.526 militairen in Nederlands-Indie/Indonesië 1945-1949

2.225 militairen in Nederlands-Indie/Indonesië 1945-1949

123 - 126 slachtoffers Korea.

109 slachtoffers Nieuw Guinea.

90 slachtoffers vredesmissies sinds 1945.

 

Krans 7 t/m 10

Gelegd voor alle slachtoffers door voorzitters Eerste en Tweede Kamer, Kabinet, leger en burgemeester en loco-burgemeester van Amsterdam.