Nieuws/Binnenland

Reportage Tanzania

Luxe Wildernis

Door door Bertjan ter Braak

Op safari gaan heeft een magische klank. We deden het eerder, maar nooit zo indrukwekkend als in Tanzania, waar we met Reiskrant-reporters Brigitte en Marieke diep de savannes van de Serengeti in reden. Gecombineerd met alle luxe in de wildernisdie Oryx Private Tours maar kan bieden, dat dan weer wél...

Het allereerste gevoel lekker ver weg te zijn, krijg je als je het KLM-toestel verlaat: was het in Nederland nog rond het vriespunt, hier in Arusha is het 30 graden. Om negen uur 's avonds. Maar veel beter wordt het nog als we in het pikkedonker naar Siringit Lodge worden gereden. Krekels en aanverwanten zingen onder een indrukwekkende sterrenhemel als gastvrouw Hilda Matinga ons begroet met een verfrissend doekje en vruchtensapje. Karibu: welkom!

Ze leidt ons rond in de nagelnieuwe lodge, die onder leiding van Axel Janssens tot een modern koloniaal paradijsje is omgetoverd. Lachend wijst Hilda voorbij het zwembad in het duister: ,,We grenzen aan een 18 holes golfbaan, dat zul je morgen wel zien." Janssens, die her en der in het land de sterren van de hemel kookt, voegt er even later aan toe: ,,We hebben ook paardensafari's en je kunt hier paardenpolo spelen." Lang kunnen we niet genieten van de gastvrijheid van Siringit, want de volgende morgen gaat het, met gids Abdala achter het stuur, richting ons eerste wildpark: Tarangire. Meer olifanten per vierkante kilometer dan waar ook ter wereld.,,Daar is geen woord van gelogen," zegt Abdala, ,,wacht maar af!"

 

 

Masai

We rijden door het drukke Arusha naar de leegte. Masai hoeden hun kuddes, de karakteristieke felrode en blauwe dekens om hun schouders wapperend in de wind. Abdala wijst met een wijds gebaar om zich heen: ,,Dit is ergens halverwege de Great Northern Road, tussen Kaapstad en Caïro." Er klinkt trots door in zijn stem.

En dan is daar het park. We zien allerlei apen, veelal met kroost, pal langs de weg. Vogels van divers pluimage. En als we een zoveelste bocht hebben gerond, is daar ineens het mirakel: in de verte, aan de overkant van een vallei, spot Abdala olifanten. Vier, nee acht. En dáár, nog meer, twintig, dertig... Boven over de heuvelrug komt nog een kudde aan, op bijna prehistorische wijze onverstoorbaar doormarcherend. Al met al tellen we tussen de acaciabomen en de merkwaardige baobabs wel tachtig dikhuiden. Enorm indrukwekkend, maar nog ver weg.

 

Daar komt gauw verandering in. Abdala speurt naar verse olifantenpoep, naar pas omvergetrokken boompjes. En voor we het weten staat onze auto midden tussen een hele olifantenfamilie, die zich - ongeveer op aaiafstand - tegoed doet aan gras en ander groen. Stil worden we van het tafereel, terwijl de fototoestellen klikken. Als we doorrijden zien we onze eerste leeuwen, giraffen, gazellen en zebra's en ontmoeten we telkens weer groepjes olifanten. Abdala heeft niets te veel gezegd.

Bavianen

Voldaan verlaten we Tarangire, richting onze volgende pleisterplaats, Escarpment Lodge. Die maakt zijn naam - escarpment betekent zo veel als steile helling - meer dan waar. Hoog boven het Manyarameer, op de rand van de Grote Riftvallei, worden we opnieuw met alle egards welkom geheten.

,,Jambo!", roept de vriendelijke Deo ons toe, een hartelijk hallo. Hij zal de komende dagen voor ons zorgen en doet dat met overtuiging. De lodge bestaat uit vrijstaande huisjes her en der in het landschap. ,,Wel altijd goed afsluiten", verzekert Deo ons, ,,want de bavianen weten al hoe een deurklink werkt, maar nog niet een sleutel in een slot." 's Avonds, als we willen gaan eten, worden we opgehaald en later teruggebracht door Maasai-bewakers. Deo grijnst: ,,Bavianen of schorpioenen kunnen zomaar opduiken..."

 

 

De nacht blijft onverstoord, maar de volgende dag merken we dat Deo niet voor niets heeft gewaarschuwd voor de bavianen. We rijden naar ons volgende park, de Ngorongorokrater. Bij de ingang moet Abdala voor ons de entreebewijzen halen en dat kan wel even duren. 'Polepole' - kalm aan - is hier het credo. En oppassen geblazen, de deuren en raampjes van de auto moeten meteen dicht. Klinkt spannend, maar er lijkt in de ochtendrust niets te vrezen van de paar bavianen aan de kant van de weg.

Gil

Totdat er een gil klinkt en rangers van het park naar de auto naast ons spurten. Daar zijn ze nét iets te relaxt geweest, want een forse mannetjesbaviaan heeft al een plastic tas uit de auto gejat. Hoog in de boom, achtervolgd door soortgenoten, inspecteert hij zijn buit. Een sjaal dwarrelt naar beneden, gevolgd door een tasje. ,,Mijn medicijnen", roept de gedupeerde dame. Een van de rangers weet sjaal en medicijnentasje terug te halen. Gerustgesteld neemt ze die in ontvangst van de ranger, die vermanende woorden bromt. Zij en wij zullen nu veel beter opletten.

Een rit omhoog volgt, naar de rand van de krater. Een verbluffend panorama van de achttien kilometer brede krater valt ons ten deel. Dagen later zal blijken dat we deze heldere dag geluk hebben gehad, we passeren de plek nog twee keer terwijl het veel neveliger is en het uitzicht stukken minder. Naar beneden gaan we vervolgens, terwijl Abdala ons een "gratis Afrikaanse massage" in het vooruitzicht stelt. Inderdaad, de wegen kunnen soms knap hobbelig zijn.

Eenmaal beneden 'scoren' we meteen ons derde lid van de beroemde 'Big Five': na de leeuw en de olifant zijn het hier eerst de buffels die in groten getale rond ons grazen. Wat verderop, in de verte, nummer vier, de neushoorn. Alleen de luipaard nog en we zijn rond.

 

 

Huwelijkse sponde

Steeds grotere groepen impala's en zebra's komen op ons pad. En dan een leeuwenpaar pal aan de weg. Zij lijkt wel zin te hebben in hem, maar als hij haar benadert, mept ze hem telkens weg. Een vermakelijk kijkje in de huwelijkse sponde.

Wat later lunchen we, met meegegeven pakketten, rustigjes op een van de twee daartoe aangewezen plekken. Een klein meertje vlakbij, ibissen op de oever, een pelikaan dobberend in het water, terwijl rondom ons de wanden van de aloude krater omhoog rijzen.

Na weer een aangename nacht in Escarpment Lodge krijgen we een badje in de plaatselijke cultuur. In een dorpje vlakbij, tussen de bananenplantages, worden we in de hitte van het dal rondgeleid door ranger Joseph. ,,De mannen bouwen hier de huizen. Ze zetten de palen in de grond en bevestigen een raster van takken dwarsover. Dan gaat het dak erop. De vrouwen vullen vervolgens de muren op met modder."

Tussen een paar keien gloeit een vuurtje waarop een vrouw in een ketel haar eten bereidt. Elders in het dorp is een groep mannen bezig met houtsnijden. Het zijn leden van de Makonde-stam, destijds tijdens de burgeroorlog gevlucht uit Mozambique. ,,Tien tegen een dat houtsnijwerk dat je in de buurt koopt uit hun handen komt", vertelt Joseph. Weer onderweg wijst hij allerlei soorten bananen aan. We krijgen bananenbier te drinken in de lokale variant van onze kroeg. We hebben wel eens iets lekkerders geproefd.

 

 

Diepgroene oase

Het Manyarapark, aan de westkant van het meer, is onze volgende bestemming. Een diepgroene oase, waar nog maar eens blijkt dat Tanzania ook een paradijs voor vogelaars is. De ene na de andere variant, van neushoornvogel tot pluvier, komt aan ons voorbij.

De volgende dag gaat het langs de Ngorongorokrater naar de savannes van de Serengeti. ,,Extra massage", grijnst Abdala, als we de inderdaad enorm hobbelige steenslagweg oprijden. Een waarschuwing voor contactlenzendragers is met al het opwaaiende rode stof trouwens ook op z'n plaats, neem vooral een opbergdoosje en een bril mee! 

 

Langs de weg hoeden Maasai hun kuddes weer, tussen grote hoeveelheden uit Europa gemigreerde ooievaars. Zebra's lopen er kalm te grazen tussen steeds meer gnoes. Abdala legt uit dat het de tijd is van de grote trek van de gnoe, op weg naar de gebieden waar de vrouwtjes zullen kalven. Soms rijden we dwars door groepen gnoes heen, terwijl er op de heuvels links en rechts eindeloze rijen onverstoorbaar voortgaan. Massaal steken ze, zacht loeiend, een drooggevallen rivierbedding tussen het Ndutu- en het Masekmeer over.

Pal achter weer zo'n kudde ontdekt Abdala twee leeuwen. We naderen tot op een kleine tien meter. Deze keer gaat het beter tussen het stel dan tussen die twee in Ngorongoro. Na twee keer letterlijk een snelle wip dut het paar tevreden in.

Off road

Abdala mag hier off road rijden en volgt de witte palen die de grens tussen het Ngorongoro- en het Serengetipark aangeven. Nogal wat zebra's hier en talloos veel Thomson- en Grant's-gazellen. Ze lijken erg op elkaar, ,,maar let op hun achterhand. Die van de Grant's-gazelle is veel witter", doceert Abdala.

Ons doel is het afgelegen Kusini-kamp. Een tentenkamp heet het, maar binnen in de 'tenten' schuilen een soortluxe bungalows. Op een geërodeerde lavarots, gelegen op dikke kussens en met een glas wijn in de hand, kijken we naar de zonsondergang. Van uitbaters Charlotte en Isbjorn krijgen we weer de bavianenwaarschuwing. En ook hier worden we in het donker gehaald en gebracht door een personeelslid. 'Onze' John vertelt dat er 's nachts zebra's en impala's rondlopen en dat we dan absoluut niet naar buiten mogen.

 

 

De volgende dag is leeuwendag: zeven stuks vrij jonge dieren vermaken zich op een beboste rots, even verderop nog meer. Omdat we vroeg zijn vertrokken, nuttigen we de meegekregen ontbijtpakketten op klapstoeltjes midden op de savanne.

Nachtdieren

Wij zijn blij verrast als bij een waterplaats vol gnoes een forse groep hyena's wat onrustig rond hobbelt, maar Abdala is vooral opgetogen over een jong gezinnetje van de grootoorvos, dat we daarna tot vrij dicht kunnen naderen: ,,Het zijn nachtdieren, die we maar zelden zien", zegt hij. Zó zelden dat hij, met zijn dertien jaar ervaring, ook volop foto's schiet.

Als de laatste dag is aangebroken, met een negen uur lange terugrit voor de boeg, hebben we nog steeds niet onze nummer vijf, de luipaard, gezien. En ook geen cheeta's, terwijl dit toch echt jachtluipaardgebied is, verzekert Abdala ons. Juist als we een groep gieren door twee hyena's bij een karkas verjaagd hebben zien worden, draait de altijd alerte Abdala de auto van de weg af.

 

En ja, daar zit een cheetavrouwtje, met vier jongen. We worden er helemaal gelukkig van, zeker als we iets verderop nog twee jonge mannetjes aantreffen. Dan volgt de uitsmijter nog, want ja, daar hoog in een acaciaboom, ligt een luipaard loom zijn dutje te doen. Een mooier afscheid van de Serengeti hadden we ons niet kunnen dromen!

Reiswijzer

De Reiskrant Reporter-prijsvraag organiseren we in samenwerking met KLM. Onze nationale luchtvaartmaatschappij vliegt een aantal keren per week vanaf Schiphol rechtstreeks op Kilimanjaro Airport, bij Arusha. Info: www.klm.com. Het landarrangement van deze reis met de winnaars naar Tanzania werd verzorgd door Oryx Private Tours (www.oryxtravel.nl). Kijk voor nieuwe acties en vul zelf reports in op www.reiskrantreporter.nl.